Onderzoeken in de zwangerschap: mijn traject

Geüpdatet door Isabelle Eustache, gezondheidsjournaliste op 31/01/2012 - 10h36
-A +A

PUB

Onderzoeken van de prenatale diagnostiek

Dankzij de bloedafname in de 13e week of tussen de 14e en de 18e week worden vrouwen met een verhoogde kans op trisomie 21 (kindje met de ziekte van Down) opgespoord. Let wel, het gaat hier om de berekening van een statistisch risico en dus niet om een diagnose. Alleen bij een aanwezig risico zal de arts een vruchtwaterpunctie voorstellen.

Zo’n punctie wordt verricht  tussen de 16e en 18e week. Onder echogeleide gaat men dan met een dunne naald door de buikwand van de toekomstige moeder om vruchtwater op te zuigen. Aan de hand van de foetuscellen uit dit vruchtwater doet men dan een chromosomenonderzoek.

Er kan ook een biopsie van de trofoblast (cellaag om het juist in de baarmoeder genestelde ei) worden uitgevoerd. Bij de biopsie worden cellen van de toekomstige placenta weggenomen om al in een heel vroeg stadium na te gaan of de foetus drager is van een erfelijke afwijking. De biopsie is delicater dan de vruchtwaterpunctie en gebeurt ook vroeger (tussen de 9e en de 12e week). Het risico op een miskraam ligt iets hoger (2% tegenover 1% voor een vruchtwaterpunctie).

Initialement publié par Isabelle Eustache, gezondheidsjournaliste le 31/01/2012 - 10h36 et mis à jour par Isabelle Eustache, gezondheidsjournaliste le 31/01/2012 - 10h36
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB