Bouwstenen

Gepubliceerd op 31/01/2003 - 00h00
-A +A

PUB

Celdeling

Uitgaande van één cel, de bevruchte eicel, ontwikkelen zich door deling weefsels, organen en ten slotte het gehele organisme. Bij vermenigvuldiging van een cel ontstaan dochtercellen die identiek zijn aan de moedercel. In de kern van de cel zijn de erfelijke eigenschappen opgeslagen: de chromatine. Bij de deling rangschikt de chromatine zich tot een lint, terwijl de kernmembraan verdwijnt.Bij de celdeling kunnen we een aantal stadia onderscheiden waarvan het tweede stadium (metafase) gekenmerkt wordt door een overlangse splijting van de chromosomen. In het derde stadium (anafase) bewegen de beide helften van ieder chromosoom zich naar één kant van de cel, en dit proces eindigt met een samenklontering van de beide groepen chromosomen tot nieuwe kernen.De cel zelf wordt nu gekliefd en het proces eindigt met het opgaan van de chromosomen in de chromatine, terwijl dan ook de membraan van de kern en de cel gevormd wordt (telofase). De moedercel zet zich op deze wijze voort in de beide dochtercellen.Uit de eerste cellen die zo ontstaan kunnen zich volledige organismen ontwikkelen. In een later stadium gaat deze potentie verloren en treedt langzamerhand een differentiatie op van de cellen. Bepaalde celgroepen gaan zich specialiseren en leggen zich toe op een bepaalde functie: er ontstaan weefsels. Hieronder verstaat men celgroepen die naar afkomst en functie bij elkaar horen.De geslachtscellen ontwikkelen zich op enigszins andere wijze, daar bij het samenstellen van mannelijke zaadcel en vrouwelijke eicel cellen zouden ontstaan met het dubbele aantal chromosomen. De dubbele chromosomen van de primitieve geslachtscellen worden gesplitst, zodat de dochterkernen elk maar de helft van het aantal chromosomen in de moederkern bezitten.Men noemt dit het haploïde aantal, in tegenstelling tot het diploïde aantal chromosomen dat zich in de andere cellen bevindt. De op deze wijze gehalveerde cellen worden tot zaadcel (spermatocyt) bij de man en de eicel (oöcyt) bij de vrouw. Bij de bevruchting verenigen beide cellen zich en ontstaat wederom een cel met een normaal aantal chromosomen.

Gepubliceerd op 31/01/2003 - 00h00 Medica Press
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB