- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Weet u hoe oud uw longen zijn? - Afprinten
Weet u hoe oud uw longen zijn?
- Leeftijdsonderzoek van de longen maakt opsporing COPD mogelijk
- Hoe meet men de leeftijd van de longen?
Net zoals de slagaders, de hersenen en de huid, kunnen ook de longen min of meer vroegtijdig verouderen, onafhankelijk van de leeftijd. Longen verouderen op natuurlijke wijze, maar de leeftijd van uw longen wordt ook bepaald door andere factoren zoals de blootstelling aan verontreinigende substanties. Zo is tabaksrook de grootste risicofactor voor vroegtijdige veroudering van de longen. Maar roken is niet het enige gevaar: de blootstelling aan chemische substanties op het werk, houtstof, milieuverontreiniging en verontreiniging binnenshuis kunnen ook behoorlijk wat schade aanrichten.
Leeftijdsonderzoek van de longen maakt opsporing COPD mogelijk
Het meest urgent is het opsporen van COPD (Chronic obstructive pulmonary disease). Dat kan via de evaluatie van de leeftijd van de longen.
COPD is een ernstige aandoening die meestal rokers treft. Het doel is om de ziekte vroegtijdig op te sporen om te verhinderen dat het stadium van respiratoire insufficiëntie bereikt wordt. Vandaag wordt de diagnose vaak pas gesteld wanneer de longfunctie nog maar op halve kracht werkt en de levenskwaliteit al te wensen overlaat. Het feit dat heel wat rokers denken dat de symptomen die op COPD kunnen wijzen, normaal zijn, is daar niet vreemd aan. Het hoesten, de ochtendlijke fluimen en het ademtekort zijn voor heel wat rokers dagdagelijkse kost. Ook als de symptomen verergeren, en er een weerstand tegen inspanningen optreedt, een beperking van de activiteiten en spierzwakte zijn rokers niet echt ongerust. Tot op de dag dat een acute verergering van de respiratoire functie een ziekenhuisopname vereist.
Mensen die roken moeten de reflex hebben om hun ademhaling te laten testen door hun arts.
U moet weten dat COPD voorkomt bij 5 à 10% van de bevolking in geïndustrialiseerde landen en dat het wereldwijd de derde doodsoorzaak is.




