• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    4 mening
  • Raadplegingen (17128)
  • Commentaren (0)

Vrouwenziekten

Vrouwenziekten
Buikpijn, hoofdpijn, kramp, koude voeten of een sombere bui zijn alledaagse ongemakken waar ieder mens wel eens last van heeft.

Inleiding

Toch worden vrouwen er meer door geplaagd dan mannen, omdat deze klachten zo dikwijls samengaan met menstruatie, zwangerschap of overgang. Meestal gaat men voor deze kwalen nog niet naar een vrouwenarts of gynaecoloog. Men spreekt pas van vrouwenziekten als er sprake is van specifieke aandoeningen van de vrouwelijke geslachtsorganen (eierstokken, eileiders, baarmoeder, vagina, schaamlippen en ook borstklier). Deze aandoeningen zijn het speciale terrein van de vrouwenarts. Iedere vrouw heeft met een gynaecoloog te maken. Om er zeker van te zijn dat zij gezond is, de voortplantingsorganen goed werken, om informatie over voorbehoedmiddelen te krijgen, voor zwangerschapscontrole en om antwoord op vragen over seksualiteit en onvruchtbaarheid te krijgen. Bij een routineonderzoek wordt de vrouw gevraagd in een bekertje te plassen, dat door de assistente aan het laboratorium wordt afgegeven voor urine-onderzoek. Bij een geregelde controle, zoals bij zwangerschap, moet bij elk onderzoek urine worden meegebracht, omdat de arts hieruit veel te weten kan komen over de werking van de nieren en mogelijke ziekten.

Inwendig onderzoek

Het eerste onderzoek is uitgebreid en wordt meestal begonnen met een algemeen lichamelijk onderzoek. De bloeddruk en pols worden gemeten, er wordt gekeken naar klierzwellingen en naar hart en longen geluisterd. Ook zal de gynaecoloog de borsten onderzoeken en dit de vrouw zelf leren doen. Daarna volgt het inwendige onderzoek. Men moet zich gedeeltelijk uitkleden en op een onderzoektafel gaan liggen, met de knieën omhoog in beugels. Voordat de dokter met het inwendige onderzoek begint, bevoelt hij met een vlakke hand de buik om te kijken of er ongewone zwellingen zijn.Vervolgens bekijkt bij de uitwendige geslachtsorganen op infecties, cysten of wondjes aan de schaamlippen. Na dit uitwendige onderzoek trekt de gynaecoloog dunne handschoenen aan en volgt het inwendig onderzoek.Eerst brengt hij voorzichtig één vinger in de vagina. Gevolgd door een tweede vinger als de spieren zijn ontspannen. Met zijn andere hand drukt hij zachtjes op de buik, zodat hij eierstokken, baarmoeder en baarmoedermond kan voelen. Om de baarmoeder goed te kunnen onderzoeken, brengt de gynaecoloog een warm speculum in, een instrument dat lijkt op een eendenbek. Als het speculum op zijn plaats zit, opent de arts het voorzichtig waardoor de baarmoedermond zichtbaar wordt. Zo kan hij zien of irritaties, infecties, poliepen of gezwellen aanwezig zijn die verder onderzoek noodzakelijk maken. Ook kan nu gemakkelijk een uitstrijkje worden gemaakt. Met een stokje wordt wat slijm uit de baarmoederhals genomen, op een glazen plaatje uitgesmeerd en in het laboratorium microscopisch beoordeeld. Omdat baarmoederhalskanker meestal begint met een opeenhoping van abnormale cellen, die makkelijk te behandelen, maar niet met het blote oog te zien zijn en langzaam groeien, heeft de grote verbreiding van het cytologisch onderzoek gezorgd dat de sterfte onder vrouwen door baarmoederhalskanker aanzienlijk is gedaald.Indien noodzakelijk zal de gynaecoloog verder onderzoek voorstellen, bijvoorbeeld als hij vermoedt dat een gezwel aanwezig is in de eierstokken. Dit zal meestal gebeuren op de röntgenafdeling van een ziekenhuis.

Bronnen: Medica Press

Deze fiche maakt deel uit van de gids Gids Ziekten en aandoeningen, rubriek Seks, Nieren, Urinesysteem

Vindt u het artikel interessant?
 

Pub

De internetgebruikers die dit artikel hebben gelezen raadpleegden ook

Uw interactief gedeelte over Gynaecologie

Neem deel aan de meest actieve discussies