• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    1 mening
  • Getuigenissen (0)

Voetzoolwratten: welke tekenen, preventie en behandelingen?

Voetzoolwratten: welke tekenen, preventie en behandelingen?

Wratten  zijn kleine huiduitwassen die worden veroorzaakt door een virus uit de groep van de papillomavirussen.  Voetzoolwratten  is specifiek soort van wratten met heel eigen kenmerken. Ze zijn moeilijk te behandelen, maar vaak verdwijnen voetzoolwratten na verloop van tijd vanzelf.

Hoe zien voetzoolwratten eruit?

Voetzoolwratten verschijnen - de naam zegt – meestal op de voetzool. Maar ze kunnen ook op de top van de voet of op de tenen opduiken.

Wratten aan de onderkant van de voet zijn platter en bedekt met een laagje eelt. Wratten op de voet of tussen de tenen hebben meer reliëf en zijn vleziger.

  • Voetzoolwratten zijn hard, ze hebben een ruw oppervlak en wel omlijnde randen.
  • Ze zijn grijs of kastanjebruin van kleur en hebben in het midden een klein zwart puntje.
  • Ze bloeden makkelijk. Als de arts de buitenkant van de wrat wegsnijdt of –schraapt, ontstaan er bijvoorbeeld puntbloedinkjes.
  • Sommige voetzoolwratten groeien in groepjes, andere afzonderlijk.
  • Sommige mensen hebben maar één of twee wratten, andere hebben er veel meer, soms wel honderden.

 

Zijn wratten besmettelijk?

Wratten worden overgedragen door virussen (human papillomavirus of HPV). Ze zijn dus besmettelijk en overdraagbaar, al is er wel langdurig en herhaaldelijk contact nodig voor de virus zich kan verspreiden.

Voetzoolwratten verspreiden zich dan ook eerder van de ene lichaamszone naar de andere dan van de ene mens naar de andere. 

Voetzoolwratten kunnen op elke leeftijd verschijnen, maar meestal zijn het kinderen en jonge volwassenen die ze krijgen. Oudere mensen blijven er doorgaans van gespaard.

 

Bijgewerkt door Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste op 11/08/2015
Origineel artikel geschreven door op 06/08/2012

Bronnen: Manuel Merck, Editions Larousse. Van Haalen FM et coll. Br J Dermatol 2009 ; 161 : 148-52.

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten