- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Vaginaal vocht: waar komt het vandaan? - Afprinten
Vaginaal vocht: waar komt het vandaan?
Lange tijd werd gedacht dat de vagina bevochtigingsklieren bevatten. Dat klopt echter niet: er bestaan weliswaar geslachtsklieren - de klieren van Bartholin en de klieren van Skene -, maar die vervullen een heel specifieke rol.
Wat is de rol van de verschillende klieren?
De klieren van Bartholin liggen in de vulva en produceren een vloeistof tijdens de seksuele betrekkingen. Ze kunnen de venusheuvel bevochtigen, de ruimte tussen de twee kleine schaamlippen, maar niet de binnenkant van de vagina. De klieren van Skene of de periurethrale klieren liggen aan de ingang van de urethra (urinebuis). Ze spelen een rol bij de vrouwelijke ejaculatie, waarbij tijdens het orgasme een vloeistof wordt uitgestoten langs dezelfde opening als de urine. Dit verschijnsel komt voor bij slechts 10 % van de vrouwen; mogelijk is het echter frequenter, maar blijft het onopgemerkt als het van lage intensiteit is. Het cervixslijm, een ander bekend seksueel vocht, bevindt zich achter in de vagina, maar wordt geproduceerd door de baarmoederhals om de zaadcellen te helpen tijdens hun "tocht", en absoluut niet om de vagina te bevochtigen. Het is trouwens slechts enkele dagen per maand werkzaam, vóór de ovulatie. De hydratatie van de vagina is dus gewoon het gevolg van vaginale transsudatie. Het vaginale slijmvlies bevat poriën die het bloed filteren en een smeervloeistof doorlaten. Het gaat hier om een soort transpiratie van het slijmvlies. Bij seksuele opwinding stroomt het bloed sneller en wordt ook de filtratie bevorderd, waardoor de vagina vochtiger wordt, om de penetratie makkelijker te maken. Vooral de voorkant van de vagina is daarbij betrokken (aan de buikzijde); ze bestaat uit zeer reactieve vaatplexussen. Dit deel zwelt sterk op bij seksuele opwinding, en de poriën laten het vocht door. Dit fenomeen wordt gestimuleerd door prikkeling (en dus door een lang voorspel), en mogelijk ook door stoffen zoals vitamine PP, die in sommige glijmiddelen zit om de natuurlijke bevochtiging te versterken.






