• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    1 mening
  • Getuigenissen (0)

Urine-incontinentie: een urodynamisch onderzoek vóór de behandeling

Urine-incontinentie: een urodynamisch onderzoek vóór de behandeling

Om urine-incontinentie te behandelen, heeft de uroloog nauwkeurige gegevens nodig over de werking van de blaas en de sluitspier. De resultaten van het onderzoek zullen hem duidelijk maken welke incontinentiebehandeling de beste is voor de patiënt in kwestie. Via eenvoudige tests kan een urodynamisch onderzoek de werking van de blaas en de sluitspier meten en ook bepalen om welk type incontinentie het gaat. Dit onderzoek wordt meestal uitgevoerd wanneer een chirurgische ingreep overwogen wordt of wanneer, bij complexe gevallen, bijkomende informatie nodig is om zich te kunnen uitspreken. Dit onderzoek is niet pijnlijk.

Hoe verloopt een urodynamisch onderzoek?

De arts moet er zich allereerst van verzekeren dat er geen sprake is van een urineweginfectie, die de uitslag van het onderzoek zou kunnen vertekenen. Om alle twijfels weg te nemen, verricht hij een urinecultuur of cytobacteriologisch onderzoek van de urine (CBOU). Daarna kan het urodynamisch onderzoek plaatsvinden. Dat onderzoek duurt 30 tot 45 minuten en bestaat uit een plastest, een cystomanometrie en een profilometrie van de urinebuis.

 

Een urodynamisch onderzoek in 3 stappen

Het urodynamisch onderzoek begint met de plastest. Daarvoor moet u in elk geval met een volle blaas bij de arts aankomen. U zult moeten plassen in een toestel dat met een computer verbonden is en dat de kracht van de urinestraal en de regelmatigheid van de urinelozing meet. Met deze test kan men ook het volume urine controleren dat na het plassen in de blaas is achtergebleven. Het is belangrijk dat u gewoon plast, zonder u te forceren, dit om de metingen niet te vervalsen.

Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit een cystomanometrie. Daarvoor moet u in gynaecologische houding gaan liggen. Bij deze test wordt een kleine sonde in de urinebuis gebracht om de blaas te vullen met een fysiologisch serum. Op deze manier kan de arts observeren hoe de blaas reageert tijdens het hoesten of bij een inspanning.

Als laatste test volgt nog een profilometrie om de drukschommelingen over de gehele lengte van de urinebuis te meten. Bij deze test wordt de sonde, die voorheen in de blaas was ingebracht, langzaam verwijderd. Op deze manier kan de arts de werking van de blaassluitspier controleren.

Na het onderzoek analyseert de arts alle verkregen resultaten om de aard van de urinaire stoornissen waarvan u last hebt, te bepalen. Tijdens een tweede raadpleging, zal de arts het type incontinentie bevestigen. Dan kunnen ook de verschillende therapeutische opties worden besproken die in aanmerking komen om dat type incontinentie te behandelen (revalidatie, medicatie of chirurgische ingreep).

 

Artikel gepubliceerd door op 09/05/2011

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten

Bekijk ook