Suiker of vet: wat is de grootste dikmaker?

Suiker of vet: wat is de grootste dikmaker?

Vet en suiker krijgen om beurten de schuld van de stijging van het aantal gevallen van overgewicht en obesitas.

Ons vet- en suikerverbruik is de voorbije decennia ook sterk gestegen…

Wat moeten we weten over suikers en vetzuren? Welke van beide scoort het slechtst als het om gewichtstoename gaat?

Vet bevat meer calorieën dan suiker

Het eerste wat we moeten weten, is dat vetstoffen of vetzuren meer calorieën bevatten dan gluciden of koolhydraten. Per gram suiker die we opnemen, krijgt ons lichaam 4 calorieën binnen, per gram vet is dat 9 calorieën.

Vet is dus dubbel zo calorierijk als suiker.

Daarom is de hoeveelheid aanbevolen vet in een evenwichtige voeding kleiner dan die van de koolhydraten (suikers) en eiwitten.

De aanbevolen voedingsopname is

  • voor vet dan ook 30 tot 35% van de totale energieopname,
  • voor koolhydraten (eerste energieleverancier) is dat 50 tot 55%
  • en voor eiwitten 9 tot 12%.

Ter informatie: de 3e categorie van levensmiddelen - de eiwitten - levert net als suiker 4 calorieën per gram.

Onze eetgewoonten zijn danig ontspoord, waardoor deze verhoudingen niet meer kloppen. Dat verklaart ook waarom overgewicht almaar meer voorkomt.

Het probleem waarmee we vandaag kampen is vooral toe te schrijven aan de verborgen suikers en vetstoffen in de industriële voeding. Vroeger maakten de mensen zelf hun eten klaar met basisproducten. Ze konden de hoeveelheid toegevoegde suiker en vetstoffen dus precies doseren.

Nu eten almaar meer mensen kant-en-klare gerechten en is het dus heel moeilijk om deze verborgen ingrediënten op te sporen, ook als we de samenstelling op de verpakking lezen…

 

Opgelet voor verborgen vetten

Sommige vetstoffen geven een gerecht smaak of maken het smeuïg of net knapperig. De industriële voedingsindustrie voegt er dus ook toe in de  meeste bereidingen, soms zelfs veel te veel. 

De belangrijkste tip om niet te veel vet binnen te krijgen is bereide gerechten en industrieel bewerkte producten te beperken. Zonder dat u het weet krijgt u er vaak te veel vetstoffen mee binnen.

Maar vet zit in heel veel courante producten zonder dat we het vermoeden. Het zit onder meer in

  • vlees,
  • kaas (het percentage vet van sommige kazen wordt berekend op basis van het droog gewicht, wat tot verwarring leidt),
  • vis,  
  • zeevruchten,
  • sardienen op olie,
  • zoete koekjes en taart,
  • zoute koekjes,
  • wit brood,
  • taartdeeg en pizzadeeg.

Belangrijk om te weten: er bestaan drie types van vetzuren:

  • mono-onverzadigde vetzuren,
  • meervoudig onverzadigde vetzuren (waaronder de omega 3- en omega 6-vetzuren)
  • en verzadigde vetzuren.

Deze laatste zijn schadelijk voor de gezondheid en zijn dus zeker met mate te gebruiken. Het gaat vooral om vetten van dierlijke oorsprong (rood vlees, charcuterie, melkproducten...).

Wees ook voorzichtig met sauzen en vinaigrettes! Het zijn echte vetbommen, zelfs in heel kleine hoeveelheden!

 

Bijgewerkt door Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste op 19/12/2013
Origineel artikel geschreven door op 06/03/2012

Bronnen: Institut Moncey

Dit artikel maakt deel uit van het dossier Wat maakt echt dik?

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten

image_format_460_230

Overgewicht bij adolescenten

  • Waarom komen adolescenten zo vaak bij? En wat kunnen ouders doen?  
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating