• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Getuigenissen (0)

Stuitligging: welke oplossingen?

Stuitligging: welke oplossingen?

De meeste kinderen liggen aan het einde van de zwangerschap met hoofd naar beneden in de baarmoeder.

Bij sommige zwangerschappen is dit echter niet het geval en ligt de baby in stuitligging.

Uitwendige kering, keizersnede, vaginale bevalling… Welke zijn in dat geval de mogelijkheden?

Een stuitligging, wat nu?

Als de baby tussen de 36 en 38 weken nog in stuitligging ligt, kan de gynaecoloog proberen om het kindje te draaien, ook wel een uitwendige kering genoemd. Met een echo kan hij zien of dat laatste uitvoerbaar en zinvol is. In een aantal situaties is het draaien immers moeilijk:

  • Bij een ver gevorderde zwangerschap is de hoeveelheid vruchtwater kleiner en de baby groter, wat het draaien bemoeilijkt.

  • Als de placenta of moederkoek op de voorwand van de baarmoeder ligt, is het moeilijker om het kind te kunnen vasthouden bij het draaien.

Hoe verloopt het draaien nu precies?  

Via uitwendige handelingen op de buik zal de gynaecoloog de baby in de juiste positie proberen te keren. Met één hand drukt hij de billen van de baby uit de ingang van het bekken omhoog. Met de andere hand wordt het hoofd naar beneden bewogen. Zowel vooraf als na afloop wordt de gezondheidstoestand (o.a. de hartslag) van het kind gemonitord.

Algemeen is de kans ongeveer 46% dat een kering lukt  (1). Let wel, aan een kering zijn risico’s verbonden, en dit zowel voor de baby (o.a. rugletsel) als moeder (o.a. scheuring van de moederkoek). Ook kan het gebeuren dat de baby koppig is, en nadien gewoon terugdraait naar stuitligging!

 

De uitwendige kering is mislukt, hoe moet het verder?

In dat geval moet u kiezen tussen een vaginale bevalling of een keizersnede.

Maar is het wel veilig om vaginaal te bevallen? Of is een keizersnede een betere oplossing?

Het is een vraag die niet alleen aanstaande ouders bezighoudt, maar ook gynaecologen in binnen- en buitenland.

Een veelbesproken onderzoek dat het tijdschrift The Lancet in 2000 heeft gepubliceerd, toont aan dat er bij een vaginale stuitbevalling een verhoogd risico is op complicaties bij de baby (2). De risico’s verschillen weliswaar naargelang het type stuitligging (3).

*Navelstrengprolaps: wanneer de navelstreng vóór de baby door de vagina naar buiten komt. Hierdoor kan deze bekneld raken, met als gevolg dat de bloedtoevoer naar de foetus wordt afgesneden.

  • Bij een kindje in voetligging (één of beide benen liggen gestrekt naar beneden) is er bijvoorbeeld een verhoogd risico op navelstrengprolaps en kan het hoofd moeilijker naar buiten komen.
  • Maar als de baby in volkomen (beentjes gestrekt omhoog) of onvolkomen (kleermakerszit, voeten naast de billen) stuitligging ligt, zijn die risico’s kleiner en kan een vaginale bevalling overwogen worden.

Hoe dan ook, elke zwangerschap is anders. De gynaecoloog zal dan ook bekijken welke de beste optie is in de gegeven situatie. De voor- en nadelen van een vaginale stuitbevalling en een geplande keizersnede moeten in elk specifiek geval zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen.

 

Artikel gepubliceerd door op 05/05/2014

Bronnen: Met dank aan Dr. Johan Van Wiemeersch, diensthoofd Gynaecologie-Verloskunde aan het Sint-Augustinusziekenhuis Wilrijk.
(1) Opname op de materniteit. UZ Gent, 2013, p. 35.
(2) Hannah, M.E. et al. (2000) The Lancet, 356: 1375-83.
(3) Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. A terme stuitbevalling, 2001, p. 1-2. www.vvog.be/docs/2001/12/08010801.pdf‎. Geraadpleegd op 15/04/2014.

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten