- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Schizofrenie: een aandoening die schrik inboezemt - Afprinten
Schizofrenie: een aandoening die schrik inboezemt
Schizofreen zijn
Er bestaan verschillende vormen van schizofrenie die echter één ding gemeen hebben: verlies van contact met de realiteit. De symptomen van de ziekte worden meestal onderverdeeld in vier groepen:
- Positieve symptomen: hallucinaties, waanbeelden en paranoia. De patiënt hoort stemmen of ziet dingen, krijgt waanideeën (hij krijgt boodschappen, wordt achtervolgd, ...). Denkstoornissen zijn de duidelijkste uiting van schizofrenie. De patiënt wordt overweldigd door waanideeën en waant zich vaak het slachtoffer van een complot of is ervan overtuigd dat iemand of iets al zijn doen en laten volgt. Er kan sprake zijn van een discrepantie tussen zeggen en doen. Zo kan een schizofreen lachen terwijl hij over tragische of beangstigende gebeurtenissen spreekt. Negatieve symptomen: motivatieverlies, lusteloosheid, verminderde affectiviteit, communicatiestoornis. Cognitieve symptomen: verlies van logisch denk- en redeneervermogen. Affectieve symptomen: depressie, angst, moedeloosheid.
Voorspelbaar of niet?
Er bestaat niet zoiets als een persoonlijkheidstype dat voorbestemd is om schizofreen te worden. Over het algemeen doen de eerste stoornissen zich voor tijdens de adolescentie of bij jongvolwassenen. De symptomen kunnen zowel geleidelijk als abrupt optreden. Toch zijn er voortekens merkbaar, zoals slaapstoornissen, dag en nacht met elkaar verwarren, in zichzelf gekeerd zijn, zich afzonderen, onverschilligheid voor de buitenwereld, vijandigheid, wantrouwen, angst, overdreven reacties op afkeuring van de omgeving, Deze eerste veranderingen gaan een echte psychose vooraf, een breukmoment tussen het leven "voor" en het leven "na". Wat is de oorzaak van die stoornissen? Er wordt nog altijd intensief onderzoek verricht naar schizofrenie, om de uitlokkende factoren op te sporen. Daarbij spelen verschillende factoren een rol: genetische factoren, stressgevoeligheid,



