• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    3 mening
  • Raadplegingen (7473)
  • Commentaren (0)

Schildklierstoornissen

Schildklierstoornissen
De schildklier: er wordt steeds meer over gesproken. En inderdaad: schildklierstoornissen - hypothyreoïdie en hyperthyreoïdie - komen vaker voor dan vroeger, maar dan wel dankzij een betere diagnose. Vandaag kunnen de symptomen dan ook uitstekend beheerst worden.

Schildklierstoornissen kunnen tal van symptomen veroorzaken. Bij hypothyreoïdie begint het lichaam vertraagd te functioneren: vermoeidheid, slaperigheid overdag, neerslachtigheid, kouwelijkheid, verhoogde polsslag, verstoorde darmtransit enz. Twee of drie van die symptomen volstaan om aan hypothyreoïdie te denken. Hyperthyreoïdie daarentegen gaat gepaard met een verhoogde hartslag, hartkloppingen, gewichtsverlies zonder daarom minder te eten, opwinding, angst, slapeloosheid, …

De diagnose kan gesteld worden via een gewone bloedanalyse om het THS-gehalte te bepalen. De schildklier (een kleine klier onder de adamsappel) scheidt schildklierhormonen af: T3 en T4. De productie ervan wordt geregeld door een ander hormoon, dat aangemaakt wordt door de hypofyse (een klier centraal in de hersenen), THS genoemd (thyreostimuline of schildklierstimulerend hormoon). Als het THS verhoogd is, betekent dit dat de schildklierhormonen een te lage concentratie hebben en niet langer controle uitoefenen op de hypofyse, die als reactie te veel THS aanmaakt. In dat geval spreken we van hypothyreoïdie. Is het THS daarentegen laag, dan is de schildklierhormoonspiegel te hoog en is er sprake van hyperthyreoïdie.

Artikel gepubliceerd door op 18/01/2005

Vindt u het artikel interessant?
 

Pub