E-sante : Video http://www.e-gezondheid.be/video-s Osteosarcoom http://www.e-gezondheid.be/osteosarcoom/video/601 http://www.e-gezondheid.be/osteosarcoom/video/601

Het skelet is het frame van het lichaam en het beschermt de inwendige organen. De groei van botten vindt plaats door een proces dat hermodellering wordt genoemd. Gedurende dit proces wordt botweefsel weggevreten of geabsorbeerd door bepaalde botcellen, die osteoclasten worden genoemd. Botcellen van een ander type, osteoblasten genoemd, vullen de door de osteoclasten veroorzaakte leemtes met nieuw botmateriaal. Osteosarcoom is een vorm van botkanker waarbij osteoblasten in kankercellen veranderen. Deze kankercellen delen zichzelf voortdurend en in een steeds hoger tempo, en vormen daardoor een tumor. De tumoren ontstaan meestal in de metafyse, dat is de groeischijf van niet-verkalkt kraakbeen die het middenstuk en de beide uiteinden van een pijpbot van elkaar scheidt en die bij kinderen verantwoordelijk is voor de groei van de botten. Osteosarcoom kan in alle botten van het lichaam ontstaan. De aandoening komt echter het meest voor in het dijbeen, het scheenbeen en de bovenarm. De meest voorkomende symptomen van osteosarcoom zijn pijn en zwelling op de tumorplek. Osteosarcoom treedt het meest op bij jongeren tussen 10 en 20 jaar oud, tijdens de puberale groeispurt. Het risico van osteosarcoom is naar verhouding groter bij mannen en negroïde mensen. Ook kan het risico worden vergroot door in het verleden ondergane bestralingstherapie of door bepaalde erfelijkheidsfactoren. Bij de behandeling wordt doorgaans chemotherapie of een operatieve ingreep toegepast.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Zwangerschapsdiabetes http://www.e-gezondheid.be/zwangerschapsdiabetes/video/780 http://www.e-gezondheid.be/zwangerschapsdiabetes/video/780

Tijdelijke diabetes is een van de meest voorkomende complicaties tijdens de zwangerschap. Bij ongeveer 5% van de zwangere vrouwen treedt deze aandoening op. Bij diabetespatiënten is het lichaam niet in staat de eigen insuline te gebruiken. Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier (eilandjes van Langerhans) wordt geproduceerd. Door de insuline kan het lichaam voedingsstoffen omzetten in energie. De energie wordt opgeslagen in de vorm van suiker (glucose). Als insuline in de bloedsomloop komt, kan glucose in de cellen worden opgenomen. Bij diabetespatiënten wordt er te weinig of geen insuline aangemaakt, of het hormoon werkt niet goed. Het lichaam kan de glucose niet vanuit het bloed opnemen in de cellen die het nodig hebben. Het glucosegehalte in het bloed wordt te hoog, terwijl cellen een schreeuwende behoefte hebben aan energie. Zwangerschapsdiabetes ontwikkelt zich ongeveer rond week 24-28 van de zwangerschap bij vrouwen die voorheen geen diabetes hadden of die daarop niet zijn onderzocht voordat ze zwanger werden. Tijdens de zwangerschap maakt de placenta hormonen aan die in de bloedsomloop komen en de opname van insuline door het lichaam verstoren. De zich ophopende glucose in de bloedsomloop van de moeder kan de placenta passeren. Dit veroorzaakt problemen voor de baby. Bij baby's van moeders met zwangerschapsdiabetes kunnen zich na de geboorte de volgende problemen voordoen: •Macrosomie: te hoog geboortegewicht, of •Hypoglykemie: een te laag bloedsuikergehalte Daarnaast hebben deze kinderen een grotere kans om op latere leeftijd diabetes type 2 te ontwikkelen. Gelukkig kan zwangerschapsdiabetes goed onder controle worden gehouden. De meeste vrouwen met zwangerschapsdiabetes bevallen van normale, gezonde baby's. Wanneer bij een vrouw zwangerschapsdiabetes is geconstateerd, zijn de volgende punten van belang: •houd het bloedsuikergehalte onder controle •eet gezonde voeding •blijf in beweging •blijf goed op gewicht •bezoek de arts regelmatig

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Borstvoeding http://www.e-gezondheid.be/borstvoeding/video/395 http://www.e-gezondheid.be/borstvoeding/video/395

Aan de buitenkant van een borst vind je de tepel en de tepelhof. In het uiteinde van de tepel bevinden zich een aantal melkkanaaltjes. Tijdens de borstvoeding stroomt hierdoor de melk naar buiten. De tepelhof is de licht gekleurde huid rond de tepel. De tepelhof is bedekt met kliertjes van Montgomery. Deze scheiden een olieachtige substantie uit, die de tepels en de tepelhof zacht en soepel houdt. De voornaamste functie van vrouwelijke borsten is de productie van melk voor het voeden van een kind. Dit proces wordt lactatie genoemd. In de borsten, die hoofdzakelijk uit vetweefsel bestaan , bevinden zich ook de melkklieren. De melkklieren staan in verbinding met de tepel door een netwerk van melkkanaaltjes. De melk die door de borsten wordt geproduceerd bestaat uit water en voedingsstoffen die aan de bloedsomloop wordt onttrokken. De melk wordt in de melkklieren opgeslagen totdat het hormoon oxytocine de kleine spieren in de melkklieren het signaal geeft om zich samen te trekken, zodat de melk door de kanaaltjes naar de tepel wordt gestuwd. Dit wordt de toeschietreflex genoemd. Hoewel een baby met een natuurlijke zuigreflex wordt geboren, moet een zuigeling het drinken uit een borst wel aanleren. Het is belangrijk dat het kind bij het voeden goed wordt aangelegd, zodat het goed met het mondje bij de tepel kan komen. Alleen dan kan het de juiste hoeveelheid melk drinken en wordt borstvoeding geven een succes. Bij een juiste voedingshouding kan de tepel tot ver in de mond van de baby komen, ongeveer waar het harde en het zachte gehemelte bij elkaar komen. Wanneer de baby alleen aan de punt van de tepel zuigt, of niet voldoende van de tepelhof in de mond heeft, kunnen er pijnlijke tepelkloven ontstaan.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Anticonceptiepleister http://www.e-gezondheid.be/anticonceptiepleister/video/1010 http://www.e-gezondheid.be/anticonceptiepleister/video/1010

Het voortplantingsstelsel van de vrouw bestaat uit de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken. De eierstokken zijn amandelvormige klieren aan weerszijden van de baarmoeder. Ze produceren de geslachtshormonen oestrogeen en progesteron, die de menstruatiecyclus van de vrouw regelen. Naast hormonenproductie hebben de eierstokken ook als functie het bewaren van honderdduizenden eicellen. Elke maand stimuleren hormonen de eierstokken om eicellen tot rijping te brengen. Over het algemeen rijpt er maar één eicel, die vrijkomt en dan kan worden bevrucht. Bevruchting kan alleen tijdens de ovulatie plaatsvinden; dit is de periode in de menstruatiecyclus van de vrouw waarin de rijpe eicel uit de eierstok vrijkomt en zich door de eileider verplaatst. Het ontstaan van een embryo wordt mogelijk wanneer een spermatozoïde een rijpe eicel in de eileider bevrucht. Als de eicellen tot celdeling overgaan, is dat het teken dat bevruchting heeft plaatsgevonden. Bij celdeling ontstaat een zg. kiemblaasje of blastocyste. De blastocyste gaat via de eileider de baarmoeder binnen. De blastocyste moet zich binnen de bekleding van de baarmoeder innestelen om zich verder tot embryo te kunnen ontwikkelen. De anticonceptiepleister is een van de methoden om zwangerschap te voorkomen. Het kleine vierkante pleistertje bestaat uit verschillende lagen. Bij de meeste pleisters bevat de onderste kleeflaag de hormonen oestrogeen en progestine (de farmaceutische vorm van progesteron). Deze laag rust rechtstreeks op de huid, gewoonlijk op de billen, de buik of de bovenarm. Dit middel is een hormonale anticonceptiemethode. Dat betekent dat de pleister synthetische hormonen aan de bloedsomloop afgeeft, die de normale menstruatiecyclus van een vrouw beïnvloeden. Deze hormonen voorkomen zwangerschap door de volgende factoren: •De eierstokken geven geen eicellen meer af; •Het baarmoederhalsslijm wordt dikker, en daardoor kunnen de spermatozoïden niet tot de eicellen doordringen; •Het endometrium (inwendige bekleding van de baarmoeder) wordt dunner, en daardoor kan een eicel zich niet innestelen. Je gebruikt de pleister een week; daarna moet hij worden vervangen. Dat moet drie weken achtereen steeds op dezelfde dag van de week gebeuren. In de vierde week draagt de vrouw geen pleister. In die week wordt ze ongesteld. De anticonceptiepleister is alleen op recept verkrijgbaar. Deze methode brengt dezelfde risico's met zich mee als de oraal ingenomen anticonceptiepil.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Radiofrequentieablatie http://www.e-gezondheid.be/radiofrequentieablatie/video/657 http://www.e-gezondheid.be/radiofrequentieablatie/video/657

Het hart is een spier die zich ons leven lang onophoudelijk ritmisch samentrekt en weer ontspant. Elke hartslag wordt gestimuleerd door een elektrisch signaal dat in het geleidingsstelsel van het hart wordt opgewekt. Een normale hartslag herhaalt zich 60 tot 100 keer per minuut. Bij een normale hartslag gaat het hartsignaal volgens een bepaalde route door het hart. Het signaal begint in de sinoatriale knoop, afgekort SA-knoop, die zich in de rechterboezem bevindt. De SA-knoop stimuleert de boezem zich samen te trekken, waardoor bloed in de hartkamers wordt gestuwd. Het elektrische signaal gaat dan via de atrioventriculaire knoop, afgekort AV-knoop, de hartkamers binnen. Door het signaal trekken de kamers zich samen, en daardoor wordt het bloed naar de longen en de rest van het lichaam gepompt. Soms gaat het hart door een storing van het geleidingsstelsel te snel of te langzaam kloppen, of onregelmatig. Met behulp van radiofrequentieablatie (weefselverwijdering) kan zo'n hartritmestoornis (aritmie) worden behandeld. Voordat een ablatiebehandeling wordt uitgevoerd, wordt het hart eerst elektrofysiologisch onderzocht om precies uit te vinden waar in het hart de behandeling moet plaatsvinden. Bij de ablatiebehandeling wordt in een slagader van het been een katheter ingebracht, die via de slagader naar het hart wordt geleid. Nadat de katheter de beoogde plek in het hart heeft bereikt, wordt vanuit de elektroden op de punt van de katheter een radio-energiesignaal afgegeven. Deze energie verhit en vernietigt het hartweefsel dat de ritmeafwijkingen veroorzaakt. Meestal herstelt zich het normale hartritme na een ablatiebehandeling. Maar het kan gebeuren dat de patiënt dan nog medicijnen of een pacemaker nodig heeft. Deze operatie kan verschillende complicaties met zich meebrengen, die vooraf met de dokter moeten worden besproken.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
De Spijsvertering http://www.e-gezondheid.be/de-spijsvertering/video/503 http://www.e-gezondheid.be/de-spijsvertering/video/503

De spijsvertering is het proces waarbij belangrijke voedingsstoffen voor het lichaam door het maag-darmstelsel aan het voedsel wordt onttrokken, en waarbij het resterende voedsel chemisch in afval wordt omgezet. De eerste fase van de spijsvertering is het kauwen van het voedsel in de mond. Het speeksel zet de eerste stappen van de vertering, en daarbij verandert het gekauwde voedsel in een zachte massa, de voedselbolus. Dankzij het speeksel is de bolus glad. Dat vergemakkelijkt het doorslikken via keel en slokdarm. Via de slokdarmsluitspier komt de voedselbolus in de maag. In de maag komt het voedsel in aanraking met zoutzuur, dat de grotere voedselmoleculen tot kleinere moleculen afbreekt en de bolus vloeibaar maakt. De vloeibare bolus (nu chijm genaamd) gaat dan door de maagportier de twaalfvingerige darm (duodenum) in; dat is het eerste gedeelte van de dunne darm. Hier worden enzymen op het voedsel losgelaten, vanuit de pancreas, de lever en de galblaas. Deze eiwitten breken de chijm verder af tot elementen die gemakkelijk door het lichaam kunnen worden opgenomen en verder verwerkt. De dunne darm is inwendig bekleed met een geplooid slijmvlies, bezet met franjeachtige uitsteekseltjes, darmvlokken of villi genoemd. De darmvlokken maken het mogelijk dat het verteerde voedsel in de bloedsomloop wordt opgenomen. In de dunne darm worden alle voedingsstoffen en vitaminen aan het voedsel onttrokken. De chijm gaat door zo'n zes meter dunne darm voordat de brij door de ileocecale klep (klep van Bauhin) de dikke darm instroomt. In de dikke darm vindt nauwelijks spijsvertering plaats. Onverteerde chijm die tot de dikke darm doordringt wordt als afval beschouwd. Tijdens de doorgang door de dikke darm wordt het voedselafval steeds vaster van vorm, doordat er voortdurend water aan de substantie wordt onttrokken. Het afval verzamelt zich in het rectum, het laatste gedeelte van de dikke darm, totdat de hersenen een signaal sturen dat het uit het lichaam moet worden afgevoerd.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
De Bof http://www.e-gezondheid.be/de-bof/video/1186 http://www.e-gezondheid.be/de-bof/video/1186

De bof is een besmettelijke virusinfectie die door het paramyxovirus wordt veroorzaakt. Dit virus verspreidt zich door contact met geïnfecteerd speeksel. Als een bofpatiënt niest of hoest, worden er speekseldruppeltjes in de omgevingslucht gesproeid. Als anderen met deze druppeltjes in aanraking komen, kan het virus zich verspreiden. Na blootstelling aan het bofvirus volgt over het algemeen een incubatieperiode ('broedtijd') van 14 tot 24 dagen. In deze tijd is er nog niets van de ziekte te merken. Tijdens die periode begint het virus zich in de cellen van de bovenste ademhalingswegen en van de lymfeklieren te vermenigvuldigen, en daardoor neemt het virusgehalte in de bloedsomloop toe. De eerste symptomen van de bof zijn rillerigheid, hoofdpijn en een algemeen beroerd gevoel. Na 12 tot 24 uur volgt zwelling van de speekselklieren. Deze klieren worden dan meestal aanrakingsgevoelig en pijnlijk bij het kauwen en slikken. Ook kun je koorts krijgen, tot wel 40 â—¦C. De bof kan complicaties met zich meebrengen, zoals doofheid, hersenvliesontsteking of zenuwbeschadiging. Bij jongens en mannen kan als bijwerking van de bof ook pijnlijke zwelling van de testikels optreden. Er is een doeltreffend vaccin tegen de bof verkrijgbaar. Sinds 1987 krijgen kinderen in Nederland op de leeftijd van 14 maanden de zg. BMR-injectie, tegen de Bof, de Mazelen en Rode hond. Het BMR-vaccin mag niet aan zwangere vrouwen worden gegeven.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Acute Lymfocytische Leukemie http://www.e-gezondheid.be/acute-lymfocytische-leukemie/video/1054 http://www.e-gezondheid.be/acute-lymfocytische-leukemie/video/1054

In de holle binnenschacht van botten zit een sponsachtige massa, het beenmerg. In het beenmerg worden stamcellen aangemaakt. Stamcellen zijn onvolgroeide cellen, die zich kunnen ontwikkelen tot bestanddelen van het bloed, namelijk rode bloedcellen (of erytrocyten, de 'vervoerders' van zuurstof in het lichaam), witte bloedcellen (of lymfocyten, de bestrijders van infectie), en bloedplaatjes (of trombocyten, die het stollen van bloed bevorderen). Acute lymfocytische leukemie (ALL) is een vorm van kanker die de stamcellen in het beenmerg aantast die zich tot witte bloedcellen ontwikkelen. 'Acuut' betekent dat de kankercellen zich snel kunnen vermenigvuldigen, waardoor de normale cellen in het bloed en het beenmerg worden verdrongen. Bovendien worden er minder rode bloedcellen en bloedplaatjes aangemaakt naarmate het aantal aangetaste witte bloedcellen in het bloed en het beenmerg toeneemt. Als het beenmerg niet in staat is voldoende gezonde witte bloedcellen aan te maken, kan de patiënt zich niet tegen infecties verweren. De leukemiecellen kunnen zich via de bloedsomloop verplaatsen en zich zo naar andere organen uitzaaien, zodat op allerlei plaatsen tumoren kunnen ontstaan. Veelvoorkomende symptomen van ALL zijn aanhoudende koorts, vermoeidheid, bloeding, gemakkelijk ontstaan van blauwe plekken en zwelling van de lymfeklieren. Meestal is chemotherapie de eerste behandeling die tegen ALL wordt ingezet. Deze therapie richt zich op het vernietigen van de leukemiecellen en het mogelijk maken van de aangroei van gezonde bloedcellen. Als chemotherapie niet het verwachte resultaat oplevert, kunnen ook bestralingstherapie, biotherapie en beenmergtransplantatie worden ingezet. Acute lymfocytische leukemie is de kankervorm die het meest bij jonge kinderen optreedt. Bijna 80% van de kinderen met ALL kan echter genezen. Je arts kan je het best informeren over behandeling van deze aandoening.Het is van groot belang met je dokter te bespreken welke behandeling voor jou de meest geschikte is.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Acute Myeloïde Leukemie http://www.e-gezondheid.be/acute-myeloide-leukemie/video/1054 http://www.e-gezondheid.be/acute-myeloide-leukemie/video/1054

In de holle binnenschacht van botten zit een sponsachtige massa, het beenmerg. In het beenmerg worden stamcellen aangemaakt. Stamcellen zijn onvolgroeide cellen, die zich kunnen ontwikkelen tot bestanddelen van het bloed, namelijk rode bloedcellen (of erytrocyten, de 'vervoerders' van zuurstof in het lichaam), witte bloedcellen (of lymfocyten, de bestrijders van infectie), en bloedplaatjes (of trombocyten, die het stollen van bloed bevorderen). Acute myeloïde leukemie (AML) is een vorm van kanker die het bloed en het beenmerg aantast. Bij gezonde mensen maken de stamcellen myeloblasten aan; dat zijn cellen waaruit volwassen witte bloedcellen ontstaan. Bij AML-patiënten ontwikkelen deze myeloblasten zich niet tot volwassen, gezonde witte bloedcellen, maar juist tot onvolwaardige, abnormale cellen. Er worden minder gezonde, goed functionerende bloedcellen en bloedplaatjes aangemaakt naarmate het aantal abnormale bloedcellen in het bloed en het beenmerg toeneemt. Er zijn veel kankersoorten die verwant zijn aan AML. Deze worden ingedeeld volgens de mate van rijpheid van de witte bloedcellen op het tijdstip van de diagnose, en de mate waarin de kankercellen van normale bloedcellen afwijken. De kankercellen kunnen zich via de bloedsomloop verplaatsen en zich zo naar andere organen uitzaaien, zodat op allerlei plaatsen tumoren kunnen ontstaan. AML komt het meest bij volwassenen voor, maar kan ook bij kinderen optreden. De symptomen zijn o.a. vermoeidheid, koorts, bloeding en blauwe plekken. Chemotherapie, bestralingstherapie, stamceltransplantatie en medicinale therapie zijn de behandelingen die momenteel het meest tegen AML worden ingezet. Er wordt ook onderzoek verricht naar biotherapie. Je arts kan je het best informeren over behandeling van deze aandoening.Het is van groot belang met je dokter te bespreken welke behandeling voor jou de meest geschikte is.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Leverkanker http://www.e-gezondheid.be/leverkanker/video/606 http://www.e-gezondheid.be/leverkanker/video/606

De lever is het grootste inwendige orgaan van het lichaam. Het orgaan bevindt zich aan de rechterkant van de buik, net onder de ribben. De lever heeft veel functies: hij filtert afvalstoffen en andere schadelijke stoffen uit het bloed, produceert enzymen en gal, die een rol spelen in de spijsvertering, en in de lever worden chemicaliën en hormonen aangemaakt die voor het regelen van veel lichaamsfuncties nodig zijn. De medische benaming van levercellen is hepatocyten. Van leverkanker worden twee soorten onderscheiden: primair (de kanker begint vanuit de lever) en secundair (de leverkanker is een uitzaaiing van kanker elders in het lichaam). Levercelcarcinoom is de meest voorkomende vorm van primaire leverkanker. Deze vorm van de ziekte ontwikkelt zich in de levercellen en richt schade aan onder andere, gezonde levercellen. Door voortdurende groei van met kanker aangedane levercellen kunnen kwaadaardige tumoren ontstaan. In de beginfase zijn van leverkanker niet veel symptomen merkbaar. De ziekte is dan ook moeilijk te ontdekken. Naarmate de kanker zich verder ontwikkelt verschijnen er symptomen, zoals buikpijn en een opgeblazen gevoel, gewichtsverlies, misselijkheid, braken, vermoeidheid en geelzucht. De medische wetenschap weet nog niet precies wat de oorzaak van leverkanker is. Wel is bekend dat chronische leverinfecties (zoals virale hepatitis B of C) en levercirrose de kans op leverkanker vergroten. Er zijn meer mannelijke dan vrouwelijke leverkankerpatiënten, en de ziekte komt het meest voor bij mensen ouder dan 60 jaar. Leverkanker kan op verschillende manieren worden behandeld, afhankelijk van het type en de fase van de kanker. Chirurgische behandeling of levertransplantatie is alleen mogelijk als de tumor klein is en helemaal in het leverorgaan geborgen is. Als de tumor groot is, of zich tot buiten de lever heeft uitgebreid, kan chemo- of bestralingstherapie de symptomen verlichten en het leven van de patiënt verlengen, maar deze behandeling bieden geen uitzicht op genezing.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:10 Europe/Berlin
Pleuritis http://www.e-gezondheid.be/pleuritis/video/462 http://www.e-gezondheid.be/pleuritis/video/462

De longen zijn omgeven door een vochtig, dubbelgelaagd membraan, het borstvlies (medische benaming: pleura). Deze bekleding maakt bij het ademen een soepele beweging van de longen in de ribbenkast mogelijk. Pleuritis is een ontsteking van het borstvlies. Wanneer de pleura ontstoken is, wordt deze ruw en stijf, zodat de twee slijmvlieslagen tegen elkaar wrijven. Die wrijving veroorzaakt een schurend geluid, dat je arts of zorgverlener met een stethoscoop kan horen. Bij pleuritis is elke ademhaling, nies of hoest zeer pijnlijk. Meestal wordt pleuritis door een virusinfectie veroorzaakt, maar het kan ook een gevolg zijn van longontsteking, tuberculose, kanker, borstletsel of andere longaandoeningen. Om pleuritis te behandelen moet eerst de onderliggende aandoening worden aangepakt.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Meconiumaspiratiesyndroom (MAS) http://www.e-gezondheid.be/meconiumaspiratiesyndroom-mas/video/1158 http://www.e-gezondheid.be/meconiumaspiratiesyndroom-mas/video/1158

Tijdens de zwangerschap is het spijsverteringskanaal van een foetus bekleed met een donkergroene afvalsubstantie, het meconium. Door een aantal factoren kan de darmbeweging van de foetus toenemen en kan de anussluitspier zich ontspannen. Hierdoor scheidt de foetus meconium in het vruchtwater uit. Als dit gebeurt, vormen het vruchtwater en meconium samen een dikke, groen-zwarte vloeistof. Wanneer de baby tijdens de weeën en de geboorte naar adem hapt of inademt, kan het meconiumhoudende vruchtwater in de longen terecht komen. Dan is er sprake van het meconiumaspiratiesyndroom, afgekort MAS. De meest voorkomende oorzaken van MAS zijn stress bij de foetus en te late geboorten. Daarnaast kan MAS ook ontstaan doordat de baby te klein is, door navelstrengcomplicaties en chronische aandoeningen. Het inademen van meconium kan bij de baby de luchtwegen gedeeltelijk of volledig afsluiten. Als de baby uitademt komt het meconium in de luchtwegen vast te zitten. De longen kunnen zich overmatig uitzetten. Daardoor kunnen de longen uiteindelijk scheuren en ineenklappen. Meconium veroorzaakt ook irritatie van de luchtwegen en longen van de baby. Behandelingsmethoden voor MAS zijn onder andere het uitzuigen van de luchtwegen, antibiotica, gebruik van een beademingstoestel en fysiotherapie voor de borst.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Roux-en-Y Gastric Bypassoperatie http://www.e-gezondheid.be/roux-en-y-gastric-bypassoperatie/video/838 http://www.e-gezondheid.be/roux-en-y-gastric-bypassoperatie/video/838

Het spijsverteringsproces begint in de mond, waar we het voedsel door kauwen en speekseltoevoeging klein maken. De spijsvertering zet zich voort in de maag, waar het voedsel wordt omgezet in een papachtige substantie, de spijsbrij (medische benaming: chijm). De spijsbrij vloeit door naar de dunne darm. Hier wordt het voedsel verder verteerd door enzymen uit de alvleesklier en de lever. In de dunne darm worden ook de voedingsstoffen en vitaminen aan het voedsel onttrokken. De bekleding van de dunne darm bestaat uit kleine franjeachtige uitsteeksels, darmvlokken genoemd. Deze zorgen dat het verteerde voedsel in de bloedstroom kan worden opgenomen. In de Verenigde Staten is de zogenaamde Roux-en-Y gastric bypass (RYGB) de meest toegepaste behandeling tegen overgewicht. Tijdens het eerste deel van een RYGB-behandeling wordt met chirurgische nietjes een klein maagreservoir gevormd. Hiermee wordt de hoeveelheid voedsel die een patiënt kan nuttigen beperkt tot ongeveer 30 gram. Het overgebleven, grotere deel van de maag wordt van het maagreservoir gescheiden, maar niet weggenomen. Bij de tweede stap wordt de dunne darm gesplitst, net onder de twaalfvingerige darm (duodenum), het eerste gedeelte van de dunne darm. Hierna wordt het tweede gedeelte van de dunne darm, de nuchtere darm (jejunum), omhooggebracht en aan de nieuw gevormde kleine maag vastgemaakt. De twaalfvingerige darm wordt vervolgens aan het nieuwe Y-vormige darmstelsel vastgemaakt. (De operatie dankt zijn naam aan deze 'Y'.) Door de twaalfvingerige darm te omzeilen vermindert de opname van voedingsstoffen en calorieën, met aanzienlijk gewichtsverlies als gevolg. Complicaties die zich specifiek bij RYGB kunnen voordoen zijn onder meer het 'dumpingsyndroom', breuken en voedseltekort.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Maagverkleining Met Verticale Maagband http://www.e-gezondheid.be/maagverkleining-met-verticale-maagband/video/838 http://www.e-gezondheid.be/maagverkleining-met-verticale-maagband/video/838

Het spijsverteringsproces begint in de mond, waar we het voedsel door kauwen en speekseltoevoeging klein maken. De spijsvertering zet zich voort in de maag, waar het voedsel wordt omgezet in een papachtige substantie, de spijsbrij (medische benaming: chijm). De spijsbrij vloeit door naar de dunne darm. Hier wordt het voedsel verder verteerd door enzymen uit de alvleesklier en de lever. In de dunne darm worden ook de voedingsstoffen en vitaminen aan het voedsel onttrokken. De bekleding van de dunne darm bestaat uit kleine franjeachtige uitsteeksels, darmvlokken genoemd. Deze zorgen dat het verteerde voedsel in de bloedstroom kan worden opgenomen. Maagverkleining met verticale maagband is een gewichtsbeperkende operatie waardoor de voedselopname van een patiënt wordt beperkt zonder dat er aan het spijsverteringsproces iets verandert. Bij deze operatie wordt in de maag, een paar centimeter onder de slokdarm, een kleine ronde opening gemaakt. Met een rij chirurgische nietjes wordt een klein verticaal zakje gemaakt, van de opening in de maag naar de slokdarm. Dit nieuwe maagzakje kan ongeveer 15-30 gram vast voedsel bevatten. Vervolgens wordt een bandje geplaatst, door de opening en rondom de uitgang van het maagzakje. Dat bandje voorkomt dat de uitgang van het zakje wordt opgerekt. Ook regelt het bandje de grootte van de opening tussen het zakje en de maag. Hierdoor wordt de leging van het zakje vertraagd en krijgt de patiënt een gevoel van verzadiging. Na de operatie moet de patiënt zijn/haar eetgewoonten aanpassen. Risico's zijn onder meer breuk van de band en loslating van de rij nietjes.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Bronchiëctasie http://www.e-gezondheid.be/bronchiectasie/video/462 http://www.e-gezondheid.be/bronchiectasie/video/462

Bij normale ademhaling gaat er lucht via de neus en de luchtpijp naar steeds kleiner wordende luchtwegen, de bronchiën. De bronchiën vertakken zich tot bronchioli en uiteindelijk tot kleine trosjes dunne, tere zakjes, de longblaasjes (medische benaming: alveoli). In de longblaasjes wordt het koolstofdioxide in het bloed omgewisseld voor zuurstof. Bronchiëctasie is een abnormale beschadiging en verwijding van de bronchiën als gevolg van herhaaldelijk optredende ontstekingen of infecties. Hierdoor worden de luchtwegen abnormaal vergroot. Er vormt zich extra slijm, en dit hoopt zich op in de vergrote luchtwegen. De trilhaartjes (medische benaming: cilia) waarmee de luchtwegen zijn bekleed, worden ook beschadigd. Hierdoor zijn de longen niet in staat het stof en de kiemen op te ruimen. Omdat de trilhaartjes niet goed kunnen functioneren, kunnen de slijmophopingen ook niet gemakkelijk worden verwijderd. Vaak is longinfectie het gevolg hiervan. Bronchiëctasie kan een aangeboren aandoening zijn, maar kan ook later in het leven de kop opsteken als gevolg van andere longaandoeningen. Het belangrijkste symptoom van bronchiëctasie is aanhoudend hoesten, waarbij een grote hoeveelheid slijm (sputum)wordt geproduceerd. Hoewel de patiënt zich over het algemeen goed voelt – geen koorts of pijn – kunnen moeheid, gewichtsverlies, kortademigheid en een fluitende ademhaling wel voorkomen. Bronchiëctasie kan op verschillende manieren worden behandeld, waaronder neussprays, antibiotica en fysiotherapie voor de borst.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Biliopancreatische Diversie (BPD) http://www.e-gezondheid.be/biliopancreatische-diversie-bpd/video/573 http://www.e-gezondheid.be/biliopancreatische-diversie-bpd/video/573

Biliopancreatische diversie met duodenale switch (BPD/DS) is een operatie met een gecombineerde uitwerking: je kunt minder eten en er wordt minder voedsel in de spijsvertering opgenomen. Doel van deze operatie is gewichtsverlies te bevorderen door omleiding van het spijsverteringskanaal, zodat er minder voedingsstoffen en vetten door het lichaam worden opgenomen. Tijdens het eerste deel van de operatie wordt de maag operatief verkleind (medische benaming: maagresectie). De maagportier, die regelt hoeveel voedsel naar de dunne darm wordt doorgelaten, en een klein gedeelte van de twaalfvingerige darm (het eerste stuk van de dunne darm) blijven intact. Door dit deel van het spijsverteringskanaal te sparen is er minder kans op de complicatie 'dumpingsyndroom', die regelmatig voorkomt. De volgende stap tijdens een BPD-operatie met duodenale switch is het splitsen van de dunne darm. Hierdoor wordt de voedselstroom door het spijsverteringskanaal gescheiden van de gal- en alvleeskliersappen. Deze splitsing vermindert de opname van voedingsstoffen en vetten uit de dunne darm in de bloedsomloop, maar toch kan het lichaam wel van de spijsverteringsenzymen profiteren. De twee afsplitsingen van de dunne darm worden een stuk verder, dicht bij de dikke darm, weer op het spijsverteringskanaal aangesloten. Nu kunnen het voedsel en de spijsverteringsenzymen zich mengen en de voedselvertering kan normaal plaatsvinden. Een BPD-operatie met duodenale switch (BPD/DS) is een gecompliceerde gewichtsverliesprocedure die zijn nut op langere termijn heeft bewezen.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Wervelschijfprothese Bij Schijfdegeneratie http://www.e-gezondheid.be/wervelschijfprothese-bij-schijfdegeneratie/video/476 http://www.e-gezondheid.be/wervelschijfprothese-bij-schijfdegeneratie/video/476

Bij alles wat je rechtopstaand doet wordt het gewichtdragend vermogen van je ruggengraat op de proef gesteld. Na verloop van tijd kunnen door deze dagelijks herhaalde drukspanningen steeds meer kleine letsels ontstaan, die uiteindelijk je tussenwervelschijven aantasten. Naarmate deze letsels in aantal toenemen, gaan de schijven slijten en verslechtert hun kwaliteit. Discogene lagerugpijn kan een van de gevolgen zijn. 'Discogeen' is een term die door rugspecialisten wordt gebruikt bij pijn die door een beschadigde tussenwervelschijf wordt veroorzaakt. Een schijf die in kwaliteit terugloopt kan pijn veroorzaken en men gaat ervan uit dat de schijf zelf ook pijnlijk wordt. Bewegingen die de tussenwervelschijven onder druk zetten kunnen lagerugpijn veroorzaken, een pijn die aanvoelt als voortkomend uit de billen en zelfs uit de bovendijbenen. Deze kwaal kan worden verlicht door een schijfprothese. In zo'n operatie wordt de beschadigde schijf vervangen door een kunstschijf van metaal en polyethyleen. Eerst wordt de beschadigde schijf verwijderd en worden de oppervlakken van de wervellichamen van botgruis en restjes ontdaan. De wervellichamen worden uit elkaar geduwd en de metalen eindplaten worden in positie gebracht en met 'tandjes' in de wervels gedrukt. Tussen de twee metalen eindplaten wordt een glijkern van polyethyleen geklemd en de wervels worden weer in de normale positie teruggebracht. Door de druk van de wervelkolom worden de eindplaten in de botten gedrukt, zodat de glijkern op zijn plaats blijft. De positie van de prothese wordt tijdens de operatie nauwkeurig visueel en met röntgendoorlichting gecontroleerd.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
In-vitrofertilisatie (IVF) http://www.e-gezondheid.be/in-vitrofertilisatie-ivf/video/877 http://www.e-gezondheid.be/in-vitrofertilisatie-ivf/video/877

De testikels van de volwassen man produceren elke dag ongeveer een half miljard spermacellen. De eierstokken van de vrouw geven echter meestal maar één eicel per maand af dus is ermaar één eicel die kan worden bevrucht. Bevruchting kan alleen tijdens de ovulatie plaatsvinden; dit is de periode in de maandelijkse cyclus van de vrouw waarin de rijpe eicel uit de eierstok vrijkomt en zich door de eileider verplaatst. Het ontstaan van een embryo wordt mogelijk wanneer een spermatozoïde een rijpe eicel in de eileider bevrucht. De bevruchte eicel nestelt zich in de baarmoeder, waar het embryo ontstaat. Onvruchtbaarheid betekent dat men niet in staat is op natuurlijke wijze een kindje voort te brengen, ondanks minstens een jaar proberen. De oorzaak van onvruchtbaarheid kan zowel bij de man als bij de vrouw liggen. IVF, of in-vitrofertilisatie, is een zeer complexe voortplantingstechniek die wordt toegepast bij de behandeling van paren met onvervulde kinderwens. Bij een IVF-behandeling wordt de vrouw eerst behandeld met vruchtbaarheidsmedicijnen (FSH: Follikel Stimulerend Hormoon), waardoor bij de vrouw meer eicellen tot rijping komen dan in een normale cyclus. Zodra de eicellen voldoende gerijpt zijn, worden de eicellen met een punctienaald via de vagina uit de eierstok weggezogen. De eicellen worden op een speciaal bewerkt laboratoriumschaaltje gelegd. Na het bewerkingsproces 'sperma wassen' wordt het sperma aan de eicellen toegevoegd. Dit wordt vaak met een speciale naald gedaan, waarmee het sperma in de kern van de eicel wordt geïnjecteerd. Soms wordt het sperma samen met de eicellen in een speciaal laboratoriumschaaltje gelegd. Als de eicellen tot celdeling overgaan, is dat het teken dat bevruchting heeft plaatsgevonden. De embryo's moeten ongeveer 72 uur na de bevruchting in de baarmoeder worden teruggeplaatst. Bij het terugplaatsen van de embryo's wordt een flexibel slangetje, een katheter, via de vagina en de baarmoederhals in de baarmoederholte ingebracht. De embryo's worden via de katheter in de baarmoeder geplaatst. De moeder krijgt extra medicijnen om de kans op innesteling van een embryo in de baarmoeder te vergroten. Meestal worden meerdere embryo's teruggeplaatst, zodat de kans op een succesvolle zwangerschap groter wordt. Hierdoor ontstaan soms meerlingzwangerschappen.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Bloeddruk http://www.e-gezondheid.be/bloeddruk/video/997 http://www.e-gezondheid.be/bloeddruk/video/997

Het hart is een zich samentrekkende spier die via een netwerk van slagaderen en aderen zuurstofrijk bloed naar het lichaam pompt. Bij bloeddrukmeting wordt eerst de bloeddruk geregistreerd op het moment waarop het linkerventrikel van het hart zich samentrekt en het bloed in de slagaders wordt gestuwd. Terwijl het bloed uit het hart stroomt, loopt de druk op de slagaderwanden op. Bloeddruk is de maatstaf van de kracht waarmee het bloed uit het hart wordt gepompt en van de hoeveelheid bloed die wordt doorgepompt. Ook wordt de flexibiliteit en conditie van de slagaderen door de bloeddruk bepaald. Bij het meten van de bloeddruk worden twee waarden genoteerd. Eerst de systolische waarde (de bovendruk). Deze wordt gemeten tijdens het samentrekken van het linkerventrikel, als de bloeddruk het hoogst is. Ten tweede de diastolische waarde (de onderdruk). Deze meting wordt verkregen wanneer de bloeddruk op het laagste punt is, op het moment dat het hart zich ontspant, tussen twee slagen in. Bij aflezing van de bloeddruk wordt eerst de systolische druk en daarna de diastolische druk genoemd. Een abnormaal hoge bloeddruk in de slagaderen wordt hypertensie genoemd. We spreken van hypertensie wanneer bij drie afzonderlijke metingen een systolische waarde wordt gevonden die hoger is dan 140 mm kwikdruk (mmHg) en een diastolische waarde hoger dan 90 mmHg. Hypertensie komt voor bij veel verschillende medische aandoeningen, onder andere bij aderverkalking, congestief hartfalen, beroerte, hartaanval en nierbeschadigingen. Zonder behandeling kan hypertensie het hart en de bloedvaten ernstig beschadigen. Het goede nieuws is dat patiënten met hypertensie hun kwaal over het algemeen onder controle kunnen houden met medicijnen, een dieet en verandering van levensstijl.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin
Inhalatoren http://www.e-gezondheid.be/inhalatoren/video/462 http://www.e-gezondheid.be/inhalatoren/video/462

Sommige mensen hebben moeite met ademhalen vanwege ziekten die de luchtwegen vernauwen. Medicijnen kunnen worden toegediend door middel van inhalatie. Veel gebruikte inhalatoren zijn: inhalatoren met doseermeting (MDI: Metered Dose Inhalers), vernevelaars voor klein volume, poederinhalatiesystemen (DPI: Dry Powder Inhalers). Bij inhalatoren met doseermeting bevindt het medicijn zich in een capsule die onder druk staat. Je gebruikt zo'n inhalator als volgt: druk de capsule naar beneden en adem tegelijkertijd ongeveer 5 seconden langzaam in. Houd je adem 10 seconden in en adem dan weer langzaam uit. Deze handeling wordt vaak 'een pufje nemen' genoemd. De arts schrijft voor hoeveel je per keer moet gebruiken. Bij een vernevelaar voor klein volume doe je een afgemeten hoeveelheid medicijn in een holte van het systeem. Terwijl je normaal ademt, blaast een kleine luchtcompressor een fijne mist van het geneesmiddel door een mondstuk in je longen. De behandeling met een vernevelaar duurt ongeveer 10 minuten. Poederinhalatoren bevatten medicijnen in de vorm van minuscule korreltjes. Er zijn allerlei manieren waarop poederinhalatoren het geneesmiddel vrijgeven. Bij al die manieren ademt de patiënt eerst uit om vervolgens het vrijgegeven geneesmiddelpoeder met een snelle inademing via de mond te inhaleren. De werkzaamheid van zulke medicijnen wordt door de ademhaling geactiveerd.

]]>
Mon , 17 Jan 2011 15:17:09 Europe/Berlin