Regel nummer 1: het gebruik van dierlijke vetten verminderen
Als er één voedingsregel is voor een gezond hart, is het wel: minder dierlijke vetten eten. 5 % meer van die vetten eten, verhoogt het cardiovasculaire risico met maar liefst 17 %...
Er zijn twee grote categorieën vetten die u moet kennen
Er bestaan grofweg twee grote soorten voedingsvetten:
plantaardige en visvetten.
Dierlijke vetten vallen uiteen in twee grote categorieën:
cholesterol: in eieren, boter, (orgaan)vlees, fijne vleeswaren en niet-afgeroomde melkproducten;
verzadigde vetzuren: in melk en vlees, en onrechtstreeks in boter, room, kaas, gebak en heel wat sausen en bereidingen op basis van room.
Plantaardige vetten kunnen ingedeeld worden in drie grote categorieën:
polyonverzadigde vetzuren uit de omega 6-reeks, die we terugvinden in plantaardige producten;
polyonverzadigde vetzuren uit de omega 3-reeks, die sterk aanwezig zijn in vis en schaaldieren, en in mindere mate in (hazel)noten.
Dierlijke vetten zijn slecht voor het hart: 5 % meer van die vetten eten kan het cardiovasculaire risico met 17 % doen stijgen.
Plantaardige en visvetten daarentegen zijn gezond. Zo vermindert 5 % meer mono-onverzadigde vetten eten het cardiovasculaire risico met 19 %, terwijl polyonverzadigde vetten dit risico zelfs met 38 % doet dalen.
Een regel om te onthouden
De te onthouden regel is dus eenvoudig: eet minder dierlijke vetten en meer plantaardige en zeeproducten.
Wat dierlijke vetten betreft, zijn er drie producten die veel minder vetten bevatten dan de rest:
lever (maar geen ganzenlever!),
jong gevogelte (zonder vel).
Van al de rest moet u het gebruik beperken in portie of in frequentie. Vermijd zoveel mogelijk fijne vleeswaren,
gerechten met roomsausen, boter en vette kazen. Beperk uw vleesverbruik en verkies een vis- of zeevruchtenschotel. Wat melkproducten betreft:
lightproducten mag u naar hartelust consumeren, want ze zijn rijk aan calcium.
Maar opgelet voor verborgen vetten! Ze zitten in bereidingen op basis van boter, room en eieren: gebak, koffiekoeken, roomijs, crèmes enz. Zet ze minder vaak op het menu en verklein ook uw portie. Eet ze bij voorkeur na de
maaltijd, als uw honger bijna verzadigd is.