- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Refractaire epilepsie: de hoop van de chirurgie - Afprinten
Refractaire epilepsie: de hoop van de chirurgie
Epilepsie is niet erfelijk. 70.000 Belgen lijden eraan, d.w.z. 0,5 tot 1 % van de bevolking. Het gaat vooral om kinderen onder de 4 jaar (oorzaken: nasleep van de bevalling, misvormingen, infecties, genetische of metabolische aandoeningen) en 65-plussers (oorzaken: hersentrombose, tumoren en hersenmetastasen). 5 % van de populatie heeft slechts één enkele aanval en wordt niet als epileptisch beschouwd. Na een tweede aanval bedraagt het risico op een derde aanval 75 %. De behandeling wordt vaak gestart in dit stadium. Sommige vormen van epilepsie verdwijnen spontaan tijdens de adolescentie, zodra de hersenen volgroeid zijn.
Een storm in het hoofd
Een epilepsiecrisis is de klinische uitdrukking van een excessieve en hypersynchrone neuronale ontlading (alle cellen reageren tegelijkertijd, terwijl ze normaal afwisselend functioneren) in de hersenen. De diagnose is echter niet altijd gemakkelijk te stellen, want niet alle epilepsieaanvallen gaan gepaard met convulsies. Alleen door een aanval in beeld te brengen, kan de arts bewijzen dat de persoon in kwestie aan epilepsie lijdt. Deze registratie wordt elektro-encefalogram (EEG) genoemd. Een EEG kan, tussen de aanvallen door, de abnormale elektrische activiteit van de hersenen in beeld brengen.


