• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Commentaren (0)

Rabiës bij honden en katten

Rabiës bij honden en katten Rabiës (hondsdolheid) is een ziekte die veroorzaakt wordt door een virus dat zich in het lichaam verspreidt via de zenuwen. De ernst van de aandoening en het besmettingsgevaar voor de mens vereisen een doeltreffende preventie.

'Stadsrabiës' en 'wilde rabiës'

In Afrika, Azië, Zuid-Amerika, Midden-Amerika en Mexico wordt het virus vooral verspreid door de hond. Het gaat hier om de zogenaamde "urbane" vorm van rabiës. In Europa is de situatie anders: hier is de vos de belangrijkste "overdrager" en gaat het om de "sylvatische" vorm (wilde rabiës). Het virus wordt uitgescheiden in het speeksel van vossen, runderen en dassen. Katten scheiden het virus in mindere mate uit, honden nog minder of zelfs helemaal niet. Vandaar dat besmetting van mens door hond in Europa vrij zeldzaam is. Katten staan sterker bloot aan "wilde rabiës" dan honden. Door hun autonome levenswijze, hun "nachtleven" en hun "escapades" naar het platteland lopen ze immers meer kans om in aanraking te komen met vossen.

Overdracht van het virus

Het rabiësvirus dringt door in het organisme door een beet of door contact met het speeksel van een besmet dier met een huidwonde, of langs een intact slijmvlies (mond- en darmslijmvlies). Als een dier gebeten wordt, verschijnen de symptomen enkele weken tot enkele maanden na de besmetting. In die periode verspreidt het virus zich in de spieren en vervolgens via de zenuwen in het lichaam, en nestelt het zich in de hersenen en het ruggenmerg. Het virus kan via de zenuwen ook andere organen besmetten, zoals de speekselklieren. Het is interessant om te weten dat een besmet dier dat geen enkel symptoom vertoont, toch gevaarlijk kan zijn. Het virus zit immers al in het speeksel enkele dagen vóór de symptomen verschijnen.

Artikel gepubliceerd door op 02/02/2005

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten