Bij heel wat mensen evolueert het zicht met de leeftijd naar presbyopie, ook ouderdomsverziendheid genoemd. Dat is bij ongeveer 20 miljoen mensen het geval. Het is een normaal ouderdomsverschijnsel dat maakt dat men een bril moet gaan dragen, ook als men dat nooit eerder moest doen.
De ooglens is een interne lens van het oog. Met de leeftijd wordt de lens minder soepel en wordt het scherpstellen van de ogen op korte afstanden steeds moeilijker. Het oog kan zich minder goed 'aanpassen', het accommodatievermogen neemt af omdat de lens minder soepel is. Dat resulteert in een wazig zicht (net zoals bij een fototoestel waarvan de autofocus niet goed meer functioneert). Bij de geboorte kan een oog goed zien tot 5 cm, op de leeftijd van twintig jaar op 10 cm, op veertig jaar 25 cm en op zeventig jaar 2 meter. Het is dus een progressief verschijnsel.
Verziendheid (presbyopie) uit zich meestal rond de leeftijd van veertig a vijftig jaar.
Een boek of tijdschrift verder van zich afhouden om te kunnen lezen, is een bekend symptoom. Men gaat daarbij op zoek naar een afstand waarbij het oog zich kan accommoderen. Tenzij men ook myopie (bijziendheid) heeft, is het vertezicht niet aangetast. De eerste tien jaar evolueert presbyopie snel om zich daarna te stabiliseren.
Dr. Renaud Guichard, bewerkt door Isabelle Eustache
13/11/2007