Dat de contraceptiepil efficiënt is, staat buiten kijf, maar soms heeft ze helaas ook bijwerkingen. Een ervan zijn stemmingswisselingen en meer bepaald depressies. Dit effect is al langer bekend en is nu ook wetenschappelijk bewezen.
De anticonceptiepil verhoogt duidelijk het risico op depressie bij vrouwen die al depressieve periodes hebben gehad. Ook bij andere vrouwen verhoogt ze het risico, maar in mindere mate. In een onderzoek van 2005 (1) zijn bij vrouwen die de pil namen bijna twee keer meer depressies vastgesteld dan bij vrouwen die geen oestroprogestatieve anticonceptiva namen.
Als een vrouw orale anticonceptiva neemt (of een patch of anticonceptiering) en zich depressief voelt, loont het misschien de moeite om na te gaan of er een verband is met de pil. Dat betekent nog niet meteen dat ze ermee zal moeten stoppen. Er zijn immers twee elementen die een rol spelen in hormoongebonden depressies.
Het eerste is vitamine B6 of pyridoxine. De oestroprogestatieve middelen werken in op het metabolisme van deze vitamine en kunnen leiden tot tekorten (alcohol en roken kunnen dit nog versterken). Maar vitamine B6 speelt een rol in de aanmaak van neurotransmitters zoals serotonine of dopamine, en die stoffen regelen in belangrijke mate de stemming. Het innemen van extra vitamine B6 is vaak voldoende om de psychische neveneffecten van de pil op te heffen.
Het bijkomend innemen van magnesium zou de resultaten nog kunnen verbeteren. Een studie heeft aangetoond dat de combinatie vitamine B6 (50 mg per dag) en magnesium (200 mg per dag) een invloed heeft op angstgevoelens en premenstruele stemmingsstoornissen zoals prikkelbaarheid en stemmingswisselingen(2).
Lees ook :
-