Mijn kind heeft diabetes: praktische tips voor een zorgeloze reis
De grote vakantie is begonnen. U hebt beslist om uw kind mee te nemen op reis. Dat het diabetes heeft, is geen bezwaar… op voorwaarde dat u de reis goed voorbereidt. Enkele praktische tips.
Diabetes: voorbereiding van de reis
- Ga voor uw vertrek naar uw huisarts. Doe dat tijdig voor het geval er bijvoorbeeld een vaccinatie of een hernieuwing van een vaccinatie nodig is. Als u dat ruim op voorhand doet, kunt u voorkomen dat uw reisplannen gedwarsboomd worden door een onverwachte reactie.
- Vraag uw arts dat hij genoeg geneesmiddelen en materiaal voorschrijft voor de duur van uw verblijf. Vraag hem zelfs wat extra reserves voor onverwachte gevallen.
- Vergeet ook niet bepaalde geneesmiddelen te laten voorschrijven die op uw reis van pas kunnen komen. Iets tegen misselijkheid en diarree bijvoorbeeld.
- Vraag hem ook dat hij u een brief meegeeft waarop de ziekte van uw kind vermeld staat, naast de dingen die het nodig heeft (orale middelen tegen diabetes, insuline…).
- Houd deze brief zorgvuldig bij u als u met het vliegtuig op reis gaat. Zorg ook dat u het medisch attest op zak hebt dat verklaart dat u al uw geneesmiddelen in de passagiersruimte mag meenemen. Geef uw geneesmiddelen en ook uw voorraad geneesmiddelen in geen geval mee met de bagage. In de bagageruimte is het veel te koud.
- Controleer ruim voor uw vertrek of uw kind zijn diabeteskaart bij zich heeft met daarop de naam en het nummer van zijn arts en de geneesmiddelen die het neemt.
- Noteer voor uw vertrek de gegevens van een centrum in de buurt van uw verblijfsplaats en waar uw kind indien nodig medische verzorging kan krijgen. Uw arts kan u ook de naam meegeven van een diabetoloog ter plekke.
- Overweeg eventueel - afhankelijk van uw bestemming - om een verzekering af te sluiten die verzorging en eventuele repatriëring aanbiedt.
- Als u binnen Europa reist, vraagt u best uw Europese ziekteverzekeringkaart aan.
Tijdens de reis
- Uw kind moet vóór en ook tijdens de reis regelmatig zijn bloedsuikerspiegel meten.
- Zorg dat u altijd genoeg geneesmiddelen, insuline en materiaal (bloedglucosemeter, teststrips, insuline-pen, naald…) voor de duur van de tocht bij de hand hebt. Neem wat extra mee voor onverwachte gevallen.
- Steek niet al uw geneesmiddelen in dezelfde tas. De tas kan gestolen worden of u kunt ze verliezen.
- Stel uw geneesmiddelen en teststrips niet bloot aan zonlicht, warmte of koude. Stop ze indien nodig in een koeltas of eventueel in een reiskoelbox.
- Zorg dat u ook altijd zoete tussendoortjes binnen handbereik hebt zodat u meteen kunt reageren bij een daling van het glucosepeil.
- Zorg dat u ook altijd wat voedsel zoals een sandwich of wat kaas bij u hebt voor het geval de maaltijd vertraging oploopt (restaurant vol, verkeersfiles, verschil in tijdzone…).
- Houd zo veel mogelijk het dagelijkse ritme aan: uur van inname van de geneesmiddelen, van de maaltijden, de vieruurtjes, het slapengaan…
- Bent u in een andere tijdzone? Verschuif dan heel geleidelijk aan het ritme van de maaltijden naar voren of naar achteren, liefst zowat om de 4 of 5 uur. Zo kan uw kind er geleidelijk aan wennen.
Al deze tips hebben niets stresserends. Integendeel zelfs. Net door deze voorzorgsmaatregelen kan uw reis zorgeloos verlopen.






