- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Manisch-depressieve stoornis: de manische episode vergt psychiatrische begeleiding - Afprinten
Manisch-depressieve stoornis: de manische episode vergt psychiatrische begeleiding
Bipolaire stoornis: afwisseling van manische en depressieve periodes
De ziekte komt zowel voor bij mannen als bij vrouwen. Ze begint vaak in de puberteit, maar de manisch-depressieve stoornis kan net zo goed opduiken rond het 20ste of 40ste levensjaar, soms zelfs nog later.
Wat de oorzaken zijn, is nog niet duidelijk, maar men weet wel dat bepaalde factoren de ziekte kunnen uitlokken, zoals het verlies van een dierbare persoon, ontslag op het werk of pensionering, een scheiding, de inname van bepaalde medicamenten of drugs.
De manisch-depressieve fases
De manisch-depressieve stoornis wordt gekenmerkt door een afwisseling van episodes van zogeheten manie of euforie en episodes van depressie.
Manische fase
- Gevoel van intens geluk, van euforie.
- Heel snel denken, vluchtig gedachtes.
- Heel snel praten of continu praten.
- Overdreven optimisme, ontkenning van het pathologische karakter van de aandoening.
- Groter zelfvertrouwen dan normaal.
- Gemakkelijk verstrooid (aandacht gemakkelijk afgeleid door externe stimuli).
- Grotere activiteit dan normaal op sociaal en professioneel gebied, op school, op seksueel vlak, psychische en motorische opwinding.
- Extreme hang tot allerlei prettige activiteiten, vaak onverantwoord en met nadelige gevolgen (ondoordachte aankopen, inconsequent seksueel gedrag), impulsiviteit.
- Prikkelbaarheid, soms zelfs agressiviteit.
Weinig behoefte aan slaap.
Depressieve fase
- Sombere stemming, gevoel van leegte.
- Vermoeidheid, gebrek aan energie.
- Geen plezier meer beleven, interesseverlies en lusteloosheid, ook op seksueel vlak.
- Minderwaardigheidsgevoel, buitensporige of ongepaste schuldgevoelens.
- Pessimisme, negatieve gedachtes.
- Piekeren over " pietluttigheden ", angstgevoelens.
- Slapeloosheid of omgekeerd neiging tot veel slapen.
- Concentratie- en geheugenstoornissen.
- Geremdheid, onbeslistheid.
- Geen eetlust en gewichtsverlies of omgekeerd.
- Doodsgedachten en doodswensen.


