Longkanker: wat u erover moet weten

Gepubliceerd op 28/03/2003 - 00h00
-A +A

PUB

Onderzoek

Bij verdenking op een bronchuscarcinoom wordt een uitgebreid onderzoek verricht waarbij de patiënt onderworpen wordt aan de klassieke röntgenmethoden, maar in het algemeen zal er ook een scan gemaakt worden. Door middel van het röntgenonderzoek kan de afwijking nauwkeurig worden gelokaliseerd en eventueel holtevorming worden aangetoond. Ook de lymfklieren van de longhilus kunnen worden beoordeeld.Wanneer op de röntgenfoto's een schaduw in de longen te zien is, zal er voor een meer gedetailleerd beeld een CT-scan worden gemaakt.Met behulp van bronchografie kunnen vernauwingen en afsluitingen van de bronchiën worden aangetoond, omdat de gehele bronchusboom zichtbaar wordt. Tumorcellen kunnen allereerst worden gevonden in het sputum van de patiënt. Met een bronchoscoop kan een tumorbiopsie worden verricht en kan slijm uit de bronchus, waarin zich een tumor bevindt, worden afgezogen. Ook dit materiaal wordt weer onderzocht op tumorcellen.Als met het weefselonderzoek kanker is vastgesteld, zijn aanvullende onderzoeken nodig om te beoordelen of een operatieve verwijdering van (een deel van) een long mogelijk en/of zinvol is. De uitslag van een longfunctieonderzoek bijvoorbeeld is belangrijk voor de afweging wel of niet opereren, omdat daarmee komt vast te staan of iemand na een operatie nog voldoende capaciteit heeft om goed te ademen.En een CT-scan van botten en lever geeft informatie over mogelijke uitzaaiingen. Om diezelfde reden kan onderzoek van de lymfklieren in het gebied tussen de longen nodig zijn. Dit noemt men medianoscopieÚ Wanneer de longkanker al naar andere plaatsen is uitgezaaid, is doorgaans een operatie niet zinvol. Artsen zullen dan bekijken hoe het ziekteproces het beste kan worden geremd en de klachten zoveel mogelijk beperkt.

Behandeling

De keuze van behandeling bij longkanker wordt voornamelijk bepaald door het type en de uitgebreidheid van de ziekte. De behandeling van brochuscarcinoom omvat een drietal mogelijkheden, die of alleen of in combinatie toegepast kunnen worden:- chirurgische behandeling;- cytostatische (celremmende) middelen;bestralingstherapieEen operatie is eigenlijk alleen zinvol als de patiënt een beperkte, niet ingegroeide en niet uitgezaaide longtumor heeft van het niet-kleincellige celtype. Chirurgische therapieAlleen chirurgische therapie kan blijvende genezing van een bronchuscarcinoom bewerkstelligen. Men kan de volgende longoperaties uitvoeren:- segmentresectie;- lobectomie;- pneumectomie.Het operatief verwijderen van een longsegment wordt alleen verricht als er sprake is van een zeer kleine tumor bij een patiënt met beperkte hart- en/of longfuncties.Het operatief verwijderen van een longkwab (lobectomie) wordt verricht, indien de tumor geheel in een longkwab is gelegen en het sneevlak tumorvrij is.Pneumectomie (verwijdering van de gehele long) wordt toegepast indien de uitbreiding van de tumor meer dan één longkwab omvat. Dit is zonder meer een zware operatie, die ook de nodige voorbereidende onderzoekingen vraagt om te kunnen bepalen of de patiënt deze ingreep kan doorstaan. De reserves van hart en longen moeten voldoende groot zijn. Bovendien wordt meestal ook een aantal lymfklieren weggenomen.Het duurt wel even voordat een patiënt na zo'n ingrijpende operatie weer op de been is. De hulp van een fysiotherapeut is nuttig om weer optimaal te leren ademen. Soms is aanvullend een bestralingskuur nodig als de kans bestaat dat er bij de operatie toch kankercellen zijn achtergebleven. Cytostatische therapieTerwijl de behandeling van gelokaliseerde kwaadaardige tumoren steeds chirurgisch en/of radiologisch zal kunnen zijn, zijn deze behandelingsmethoden bij gegeneraliseerde en gemetastaseerde kwaadaardige gezwellen niet toereikend. Deze omstandigheden vormen een van de voornaamste redenen waarom de laatste jaren de belangstelling voor de chemotherapie weer is toegenomen; tevens speelt de ontwikkeling van nieuwe celremmende middelen een rol. Er bestaan echter helaas tussen normale cellen en tumorcellen veel kleinere verschillen dan tussen bijvoorbeeld bacteriën en lichaamscellen. Het streven om cytostatische stoffen te isoleren, die voor tumorweefsel een grotere affiniteit hebben dan voor normale cellen, is nog steeds moeilijk.De meeste cytostatische middelen zijn om deze reden een compromis tussen enerzijds snelle cytotoxische beschadiging van het tumorweefsel en anderzijds beschadiging van gezond en snel regenererend weefsel zoals beenmerg, slijmvlies van maag-darmkanaal, kiemepitheel en haarwortels. BestralingstherapieBestraling wordt toegepast in gevallen waarin long- en/of hartfunctie zodanig slecht is, dat er niet geopereerd kan worden. Met een bestralingskuur wordt getracht het ziekteproces te remmen en/of klachten, zoals kortademigheid en hoesten, te verminderen. Een uitwendige bestralingskuur kan in duur variëren van enkele dagen tot enkele weken. Een kuur gericht op het terugdringen van de ziekte duurt veel langer dan een kuur die bedoeld is om de klachten te verminderen. Ook bij pijn als gevolg van uitzaaiingen in de botten is bestraling een doeltreffende behandeling.Een nieuwe ontwikkeling op het gebied van bestralen is de inwendige bestraling van een longtumor met radioactief iridium. Deze behandeling noemt men brachy-therapie. Via een catheter, die met behulp van een bronchoscoop is ingebracht, komt het radioactieve materiaal, zeer nauwkeurig geprogrammeerd, op de juiste plek in de long. In minder dan een kwartier wordt zo de tumor bestraald. Meestal moet deze behandeling enkele keren worden herhaald. Deze inwendige bestraling wordt het meest toegepast om klachten te verminderen. Een andere aanpak op klachten te verminderen is de behandeling met laserlicht.Schrijf u gratis in op de newsletter van e-gezondheid !Site van de Belgische Federatie tegen Kanker

Gepubliceerd op 28/03/2003 - 00h00
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB