Longkanker: wat u erover moet weten

Gepubliceerd op 28/03/2003 - 00h00
-A +A

PUB

Symptomen

Bronchuscarcinomen veroorzaken de volgende klachten:- hoest;- sputumproductie;- recidiverende koortsaanvallen;- vermagering;- kortademigheid;- achteruitgang van de algehele conditie;- andere, minder specifieke, klachten. HoestVeel rokers hebben een 'rokershoest'. Bij bronchuscarcinoom is er sprake van een prikkelhoest, die vaak droog is (geen sputum), met echte hoestbuien. Als oorzaak daarvoor wordt de tumor in de bronchiën, een corpus alienum (vreemd lichaam) beschouwd, dat de tumor in de bronchiën vormt. Deze karakteristieke hoest is een belangrijk symptoom. SputumproductieOok dit symptoom is belangrijk. Het ophoesten van minimale hoeveelheden bloed met het sputum (vaak alleen microscopisch aantoonbaar bij cytologisch onderzoek van het sputum) berust op gering bloedverlies uit het gezwel. Recidiverende koortsaanvallenDeze verlopen vaak als een griep of bronchitis. Deze ziekteperioden berusten op een ontsteking in een afgesloten ruimte (obstructie-infiltraat), dat zich achter de afsluitende (stenoserende) tumor ontwikkelt. VermageringDit symptoom is echter geen regel. Vooral bij de minder kwaadaardige plaveiselcelcarcinomen bij oudere mannen treedt geen vermagering op. KortademigheidKortademigheid of dyspnoe treedt vooral bij inspanning op; het is geen erg duidelijk symptoom. Achteruitgang van de algemene conditieDe conditie kan snel of langzaam achteruitgaan, een kenmerkend verschijnsel is dan vermoeidheid. Het is een nogal wisselend optredend symptoom. Andere, minder specifieke, klachtenTot de minder specifieke klachten behoort onder meer hijgend ademhalen; zowel bij in- als uitademen wordt een fluitend bijgeluid gehoord. Ook kan een pijnlijk of drukkend gevoel in de borst optreden, soms lichte maag-darmklachten en perioden van geïrriteerdheid. De meeste van deze symptomen zijn weinig alarmerend, en worden vaak beschouwd als terugkerende griepjes of verkoudheden. Het ontstaan van deze symptomen hangt ten nauwste samen met de lokalisatie van de tumor in de longen. Vooral perifeer gelokaliseerde tumoren geven weinig klachten (de zogenaamde 'stille' tumoren). Er zijn dan alleen verschijnselen van algemene aard, een verhoogde bezinkingssnelheid van de rode bloedlichaampjes en pijnklachten ten gevolge van doorgroei van de tumor in een rib, een zenuwtak of de slokdarm.Kortademigheid wordt soms veroorzaakt door een hoge stand van het middenrif, als het gezwel de middenrifzenuw (nervus phrenicus heeft aangetast.

Indeling

De meest gebruikte indeling van het bronchuscarcinoom is een histopathologische classificatie in een vijftal typen. Type IPlaveiselcelcarcinoom waarbij de tumorcellen plaveiselcellen nabootsen. Plaveiselcellen komen in dekweefsel of epitheel voor. Type IIAdenocarcinoom gekenmerkt 7oordat de tumorcellen kliervormende elementen vormen. Type IIIKleincellig bronchuscarcinoom waarvan alle tumorcellen klein zijn (ongeveer de helft van een lymfocyt) met een donker gekleurde kern en weinig cytoplasma. De cellen zijn nooit gerangschikt in orgaanachtige structuren. Er is veel necrose en veel celdeling. Dit is de meest maligne vorm van bronchuscarcinoom. Type IVGrootcellig bronchuscarcinoom, waarbij de cellen ongedifferentieerd zijn; er treedt geen epitheelvorming op en er zijn geen orgaanachtige structuren. Type VDit is een restgroep waartoe onder meer het bronchioluscarcinoom (kanker van de alveolaire cellen) behoort, verder het slijmvormend adenocarcinoom en enkele zeldzame kwaadaardige aandoeningen van de bronchiën. Het celtype van het bronchuscarcinoom is van groot belang voor de prognose. Als een operatieve ingreep mogelijk is, heeft een patiënt met een plaveiselcelcarcinoom of een adenocarcinoom de beste prognose.Plaveiselcelcarcinomen maken ongeveer 60 procent van alle bronchuscarcinomen uit. De kleincellige bronchuscarcinomen komen ongeveer in 20 procent van de gevallen voor, adenocarcinomen 10 procent en de overige vormen eveneens 10 procent. Klinische indelingHet bronchuscarcinoom wordt gewoonlijk ingedeeld naar zijn stadium van uitbreiding. Zo onderscheidt men een viertal stadia. Stadium IHet carcinoom is binnen een longkwab gelokaliseerd zonder uitbreiding in de lymfklieren. Stadium IIEr is sprake van een binnen een longkwab gelokaliseerd carcinoom met metastasen (uitzaaiingen) in de bijbehorende lymfklieren zonder verdere uitbreiding. Stadium IIIEr is sprake van een carcinoom met metastasen in de lymfklieren, in de longhilus en het mediastinum. Stadium IVHet carcinoom is niet meer beperkt tot het longweefsel maar er zijn metastasen voorbij het mediastinum in de omgevende organen zoals skelet, huid, halsklieren, lever enzovoort.

Gepubliceerd op 28/03/2003 - 00h00
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB