Kolieken bij pasgeboren baby’s: gaat er een allergie voor koemelk achter schuil?

Gepubliceerd door Dr Christelle PIERROT, huisarts op 14/09/2016 - 14h15
-A +A

Tot hun vierde maand zijn huilende baby’s die kronkelen van de buikpijn een heel veel voorkomend fenomeen. Deze beruchte kolieken bij pasgeboren baby’s zijn indrukwekkend, maar in de grond zijn ze helemaal niet erg. Maar in sommige gevallen kunnen deze buikkrampen wijzen op een allergie voor koemelk. Wanneer moet u deze diagnose in overweging nemen? En wat kunt u doen als zo’n allergie effectief wordt vastgesteld?

PUB

Kolieken bij pasgeboren baby’s: wanneer moet u denken aan een allergie voor koemelkeiwitten?

Kolieken of buikkrampen kunnen in de eerste levensmaanden van een zuigeling heel heftig zijn, net als darmklachten trouwens. Ze worden toegeschreven aan het nog onvolledig ontwikkelde spijsverteringsstelsel en manifesteren zich door soms urenlange huilbuilen gepaard gaand met kronkelende bewegingen. De pijn kan nog lang na het laatste flesje van de dag voortduren, wat soms een zware impact heeft op het gezinsleven. Kolieken bij pasgeboren baby’s leiden daarom vaak tot het plotseling en niet opportuun overschakelen op andere melk, maar ook tot diverse kuren met allerlei medicatie en ze wekken bij de ouders vooral veel angst op. Totnogtoe bestaat er geen enkele doeltreffende behandeling of melk om deze ongemakken te verhelpen: de klachten gaan in de derde of vierde levensmaanden gewoon vanzelf over.

Maar soms past buikpijn bij baby’s in het bredere plaatje van allergieën voor koemelkeiwitten en zijn ze dus een symptoom dat u naar die denkpiste toe moet leiden. Kolieken bij pasgeboren baby’s die los van elke andere klacht staan en dus niet op een ziekte wijzen, zijn onschuldig en hoeven verder niet te worden behandeld. Maar als er een allergie voor koemelkeiwitten in het spel is, moeten ze wel serieus genomen en behandeld worden. Maar hoe kunnen we het onderscheid maken?

Kolieken bij pasgeboren baby’s zijn dus niet onrustwekkend  als ze geïsoleerd en dus zonder enige andere klacht voorkomen. Afgezien van de huilbuien en de soms felle en uren aanhoudende buikpijn (wat nog niets zegt over de ernst ervan), maakt het kindje het prima: het eet goed, het komt goed bij, zijn stoelgang is normaal, het is vrolijk en het slaapt goed.

Als de buikkrampen gepaard gaan met huidklachten (eczeem of netelroos), of als de stoelgang heel lopend is en er soms bloed in zit, als er sprake is van hardnekkige reflux of astma, of als de baby prikkelbaar is, te weinig bijkomt, slecht slaapt en soms weigert om te drinken, bestaat de kans dat er een allergie voor koemelk in het spel is en het dus niet alleen om simpele buikkrampen gaat. Deze hypothese is extra geloofwaardig als u onlangs bent overgeschakeld op flessenvoeding.

Wat is een allergie voor koemelkeiwitten?

Een allergie voor koemelkeiwitten is een voedselallergie. De aandoening komt gemiddeld voor bij 5% van de zuigelingen en verschijnt doorgaans vóór de zesde maand. Bij kinderen komt ze op de vierde plaats van de voedselallergieën, na allergieën voor eieren, pindanoten en vis.

Melk bevat veel verschillende eiwitten, maar meestal zijn het de caseïne-eiwitten en bèta-lactoglobuline die aan de allergische reactie ten grondslag liggen.

In het gros van de gevallen verschijnen de klachten als de borstvoeding wordt stopgezet en er wordt overgeschakeld op flessenvoeding. De symptomen kunnen heel plots opkomen - met netelroos, een gezwollen gezicht, overvloedige diarree, braken, allergische rinitis, astma-aanvallen, tot een anafylactische shock (een heel zware allergische reactie) toe. De reacties kunnen ook vertraagd optreden en zich manifesteren door eczeem, buikkrampen, diarree, bloed in de stoelgang, hardnekkige reflux bij de gebruikelijke remedies en te weinig gewichtstoename.

De eerste, vorm van een allergie voor koemelk, die dus meteen en heel bruusk optreedt, is gemakkelijker te bewijzen dan de later uitbrekende vorm omdat de symptomen duidelijker zijn en al vanaf de eerste flesjes verschijnen; de uitgevoerde allergietests zijn meestal positief en bevestigen dus de diagnose met 100% zekerheid.

In de tweede, later uitbrekende vorm van de allergie is de link met de flessenvoeding niet meteen duidelijk, de symptomen zijn niet eenduidig en kunnen toegeschreven worden aan een andere ziekte, en de allergietests kunnen vals negatief zijn, wat het ingewikkelder maakt om de diagnose te stellen.

Gepubliceerd door Dr Christelle PIERROT, huisarts op 14/09/2016 - 14h15

« Lait de vache allergie (APLV), exploration prise en charge » Dr Rancé - http://www.allergienet.com/allergie-proteines-du-lait-de-vache/

« Allergie aux protéines du lait de vache » Elsevier Masson 2009 : L. Couderc, O. Mouterde, C. Marguet

Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB
Lees ook
Meer artikels