
Bij baby's zijn de darmen nog niet helemaal volgroeid. Hierdoor verloopt de vertering niet optimaal en passeren er door de darmwand ook grotere, nog niet volledig verteerde voedingsdeeltjes, zoals grotere brokstukken van koemelk-eiwit.
Het lichaam herkent deze grote stuken niet als "niet-veilige" stoffen en wil ze opruimen. Hierdoor komt het afweersysteem in actie, zoals dat ook wordt ingezet om andere ongewenste indringers uit te schakelen zoals ziekmakende bacteriën en virussen.
Bij het eerste contact met koemelk-eiwit maakt het afweersysteem speciale afweerstoffen tegen de stukjes koemelk-eiwit; deze stoffen worden antistoffen genoemd. De antistoffen hechten zich elders in het lichaam aan speciale cellen (mestcellen) die bepaalde prikkelende stoffen (histamine) bevatten die ter plaatse ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken. Als de baby opnieuw koemelk krijgt worden de eiwitstukjes telkens vastgeplakt aan de antistoffen die nog steeds aan de cellen vastzitten.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16