• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    1 mening
  • Commentaren (0)

Kinderen die moeten brillen

Kinderen die moeten brillen Van de in totaal 125.000 kinderen die elk jaar geboren worden, hebben er 20.000, d.w.z. één op de zes, een gezichtsafwijking. Die afwijking vroegtijdig opsporen, is essentieel voor een aangepaste correctie. Naast de noodzakelijke bezoeken aan de kinderarts of de oogarts spelen ook de ouders een belangrijke rol bij het opsporen van lichte afwijkingen in het gedrag van hun baby. Op voorwaarde uiteraard dat ze voldoende op de hoogte zijn van deze alarmsignalen...

Door gezichtsafwijkingen bij baby's vóór het eerste levensjaar op te sporen en te corrigeren, kan vermeden worden dat elk jaar meer dan 6.000 kinderen slechtziend worden. Vandaar dat de kinderarts na de geboorte een oogonderzoek uitvoert. Ouders mogen echter niet wachten tot hun kind naar school gaat of kan lezen om zijn gezichtsvermogen te laten controleren.

Het gezichtsvermogen van het kind ontwikkelt zich zeer vroeg: tussen 0 en 18 maanden. Het ontwikkelt zich verder tot 5 of 6 jaar, maar het eerste levensjaar is cruciaal. Aangenomen wordt dat de belangrijkste gezichtsafwijkingen die bij de geboorte niet zijn opgespoord, tussen 4 maanden en een half en 9 maanden ontdekt kunnen worden. Naast de verplichte bezoeken aan de kinderarts of oogarts kunnen voldoende geïnformeerde ouders al heel vroeg afwijkingen opsporen, vanaf de eerste ontwikkelingsstadia van het kind.

Op welke signalen moeten ze letten?

Tijdens de eerste weken na de geboorte De baby richt zijn blik niet naar het licht of ontwijkt het licht. Rond éen-twee maandenHij kijkt niet naar de ogen of het gezicht van zijn moeder. Rond drie-vier maanden Hij kijkt niet naar zijn handjes, en lacht niet naar vertrouwde gezichten. Vanaf zes maanden Hij brengt de voorwerpen die hij vastneemt, niet naar zijn mond. Hij lijkt geen onderscheid te kunnen maken tussen bekende en onbekende gezichten. Vanaf negen maandenHij reageert niet op bruuske bewegingen en laat zijn blik voortdurend afdwalen. Hij zoekt geen voorwerp dat uit zijn gezichtsveld verdwijnt, en raapt geen voorwerpen op. Rond 15 maanden Als hij niet loopt, is er vermoedelijk sprake van een gezichtsprobleem. Vanaf twee jaar Hij knijpt zijn ogen samen, fronst vaak zijn wenkbrauwen, knippert met zijn ogen en wrijft erin. Zijn ogen zijn vaak rood en prikken. Hij klaagt over hoofdpijn, verwart letters, kijkt scheel en schrijft met zijn neus op zijn schrift. Hij heeft problemen op school: leesproblemen, concentratiestoornissen enz.

Artikel gepubliceerd door op 13/01/2004

Vindt u het artikel interessant?