Lengte is vandaag van doorslaggevend belang in de sport. Hoewel ze vooral erfelijk bepaald is, kan ze toch ook beïnvloed worden door voeding en sport.
Sinds de tweede helft van de 20ste eeuw worden we per decennium gemiddeld één centimeter langer. Uit alle studies over het onderwerp blijkt dat dit nauw samenhangt met de evolutie van onze levensstijl. Een rijkere voeding vermijdt voedingstekorten die de groei belemmeren. Regelmatig eiwitten consumeren, verhoogt ook de weerstand, waardoor kinderen bestand zijn tegen infecties die de groei kunnen vertragen. Een Nederlandse studie heeft een zeer duidelijk verband gelegd tussen de toename van de lengte in de volwassenheid en de daling van het aantal kinderziekten. Speelt sport hier een rol? De resultaten van de studies die hierover werden uitgevoerd, spreken elkaar tegen. Regelmatige lichaamsbeweging zou weliswaar een vrij gunstig effect hebben op de groei, maar intensief sporten zou de groei kunnen vertragen of zelfs doen stilvallen.
Uit vergelijkende studies blijkt bijvoorbeeld dat kleine turnsters een groeiachterstand hebben ten opzichte van hun leeftijdsgenotes. Ze zijn magerder en hun botrijping is vertraagd. Bovendien krijgen ze pas twee à drie jaar later hun eerste maandstonden. Er worden daarvoor verschillende hypothesen naar voren geschoven.
Eerste hypothese: sporten is energieverslindend en zou op die manier een deel van de brandstof opslorpen die nodig is voor de groei. Maar hoe verklaar je dan dat jonge zwemsters, die eveneens intensief trainen, een perfect normale lengte behouden?
Tweede hypothese: sport zou de hormonale huishouding grondig wijzigen. Ook de stress die sommige disciplines (zoals gymnastiek) veroorzaken, wordt met de vinger gewezen. Daar kunnen we echter de muzikale wonderkinderen tegenover stellen, die het eveneens moeilijk hebben, maar een perfect normale lengte en gewicht hebben.
Volgens sommige auteurs zouden er bij intensieve training endorfines vrijkomen die de afgifte van geslachtshormonen zouden blokkeren en daardoor de puberteit zouden vertragen. Misschien.
De meest logische verklaring blijft echter natuurlijke selectie. De kleinste turners zijn immers het meest bedreven in toestelturnen. De vraag luidt: zijn ze klein omdat ze turnen of turnen ze omdat ze klein zijn? Dezelfde vraag rijst bij basket, een sport waarin lengte een absoluut voordeel is. Dit sportieve determinisme zou ook verklaren waarom jockeys klein en mager zijn, en waarom wielrenners lange benen hebben...
Gilles Goetghebuer, gezondheidsjournalist
08/06/2004
Lees ook :
-