Een slaapstoornis in de zin van slecht slapen is een veelvoorkomend verschijnsel en komt bij 10 tot 20 procent van de volwassenen voor, bij kinderen in veel mindere mate, maar bij bejaarden in veel hogere mate.
Slecht slapen wordt door iemand meestal beoordeeld aan de hand van ondervindingen na het ontwaken, zoals:
- prikkelbaarheid;
- sufheid;
- verminderd geestelijk prestatievermogen;
- verminderd lichamelijk prestatievermogen;
- hoofdpijn.
Indien de slaapstoornis niet op een organische afwijking of ernstige psychische dysfunctie berust, kan men de slaapstoornis beoordelen aan de hand van een aantal parameters:
Onder slaapdeprivatie verstaat men het aan de patiënt of het slachtoffer consequent onthouden van de normale slaap gedurende een of meerdere nachten. Bij voorkeur geschiedt dit tijdens een klinische behandeling met kleine groepjes van twee tot vier patiënten tezamen met extra verplegend personeel.
Slaapdeprivatie kan een therapeutisch effect hebben bij bepaalde typen depressies. Het gemiddeld aantal malen slaapdeprivatie (van één nacht) nodig voor een gunstig effect bedraagt volgens de literatuur vijf.
Langer durende vormen van slaapdeprivatie kunnen zowel experimenteel als klinisch van aard zijn. Een van de eerste uitwerkingen van slaapdeprivatie betreft het gedrag. Na ongeveer 60 uur wordt een toestand bereikt die zeer veel lijkt op een die door alcoholintoxicatie wordt veroorzaakt.
Men kan bij langdurige slaapdeprivatie het volgende waarnemen:
- vergeetachtigheid;
- vaagheid;
- dubbelzien;
- zekere mate van geprikkeldheid;
- ataxie.
Een opmerkelijk verschil tussen de toestand van alcoholisme en het individu dat van zijn slaap is beroofd is dat in het laatste geval een verlaging van de pijndrempel bestaat.
Dit is in scherpe tegenstelling met de toestand van alcoholisatie, waarbij de prikkeldrempel voor pijn hoger wordt. Het is algemeen bekend dat in het laatste geval relatief ernstige verwondingen vrijwel pijnloos worden verdragen.
Er is veel aandacht besteed aan verschillende psychologische tests in
aansluiting op slaapdeprivatie. Een recent onderzoek waarbij 275 Amerikaanse soldaten gedurende 112 uur van hun slaap werden gedepriveerd, gaf een bewijs voor gedragsstoornissen die op de symptomen van acute schizofrenie leken.
Alle individuen hadden een 'breekpunt'; de deprivatie van de slaap is gebruikt om dit nader te bepalen.
Bij zeer nerveuze en ernstig neurotische proefpersonen heeft slaapdeprivatie veel sneller een desintegratie van de persoonlijkheid ten gevolge dan het geval is bij normale, niet-neurotische persoonlijkheden.
Bij een andere groep proefpersonen kon aangetoond worden hoe het vaardigheidsgedrag door slaapverlies wordt aangetast. Bij een onderzoek met matrozen kon men aantonen dat de verschillende taken die werden opgedragen op verschillende manieren beïnvloed werden.
Men gebruikte een test waarbij de proefpersoon op één van vijf verschillend gekleurde schijven moest drukken als het bijbehorend lampje ging branden. Door op een schijf te drukken ging een lamp uit en begon een ander te branden. Het experiment werd aldus door de proefpersoon bepaald wat de duur ervan betreft.
Het bleek een weinig opwindende of bevredigende taak en de proefpersonen vertoonden een hoog percentage fouten en afname van de accuratesse wanneer zij van hun slaap beroofd werden.
Men gebruikte ook een andere test die veel meer enthousiasme verwekte en die tactische besluitvorming in een gevechtssituatie betrof.
Hier was een belangrijke aansporing om te winnen aanwezig. Het was competitief en door de interesse die door het spel werd opgewekt veranderde de deprivatie van de slaap weinig in de prestaties. Men leidde hieruit af dat wanneer motivatie en echte interesse een rol speelden, de gevolgen van de deprivatie van de slaap overwonnen konden worden, waarschijnlijk door een intensieve corticofugale activiteit.
Bij alle bovengenoemde proefopstellingen was 60 uur het maximum van de slaapdeprivatie. Zelfs gedurende deze tijd vonden de meeste proefpersonen het zeer moeilijk om wakker te blijven wanneer zij niet daadwerkelijk met een of andere positieve activiteit bezig waren.
slaapstoornissen
Prof. J. Jovanovic heeft een classificatiesysteem ontworpen voor slaapstoornissen en de oorzaken ervan aan de hand van de elektro-encefalografische analyse van vele duizenden registraties van normale proefpersonen en patiënten met slaapstoornissen.
Indeling
Groep I (exogene factoren)
1. geluid
2. werksituaties
3. familie- en gezinsproblemen
4. milieufactoren
Groep II (constitutionele factoren)
5. psychasthenie
6. autonome dysfunctie
7. neurose
8. reactieve depressie
Groep III-(psychotische ziektebeelden)
9. endogene depressie
10. manie
11. schizofrenie
12. andere psychosen
Groep IV (psycho-organische aandoeningen)
13. somnambulisme
14. enuresis nocturna
15. pavor nocturnus
16. exogene psychosen
Groep V (organische oorzaken)
17. cerebrale stofwisselingsstoornissen
18. infectieus-toxische oorzaken
19. kwaadaardige aandoeningen
20. hersentraumata
Groep VI (slaapsyndromen)
21. narcolepsie
22. syndroom van Pickwick
23. syndroom van Kleine-Levin
24. syndroom van Parinaud
Groep VII (symptomatische factoren)
25. neurologische aandoeningen
26. chirurgische aandoeningen
27. interne aandoeningen
28. orthopedische aandoeningen
Groep VIII-(gecombineerde ziektebeelden)
29. epilepsie en psychose
30. epilepsie en somnambulisme
31. epilepsie en enuresis
32. restgroep
Voorbeelden
Groep I
- geluid;
- werksituaties;
- familie- en gezinsproblemen;
- milieufactoren.
Stoornissen in het slaappatroon en slaapmechanisme door uitwendige factoren is een veelvoorkomende klacht van patiënten. Het aandeel van deze groep in het totaal van de slaapstoornissen neemt de laatste jaren toe.
Vooral in dichtbevolkte streken en in grote flatgebouwen met relatief slechte geluidsisolatie is het lawaai een essentiële factor in de etiologie van slaapstoornissen. In het algemene beperken de symptomen van de slaapstoornissen zich tot moeilijkheden bij het in slaap vallen en daadwerkelijk blijven slapen.
Groep II
- psychastenie;
- autonome dysfunctie;
- neurose;
- reactieve depressie.
Psychasthenie gaat bij negen van de tien patiënten gepaard met slaapstoornissen waarbij problemen met het in slaap vallen op de voorgrond staan, maar ook meer dan de helft van de patiënten klaagt over slaaponderbrekingen.
De meeste neurosen en neurotische reacties gaan gepaard met min of meer vage lichamelijke en psychische klachten, zoals gespannenheid, vermoeidheid, concentratiestoornissen, vage en wisselende pijnen en slaapstoornissen.
Bij een neurose spelen altijd stoornissen van emotionele aard een rol die resulteren uit inadequate oplossingen van in hoofdzaak onbewuste, zich binnen de persoonlijkheid afspelende conflicten.
In ieder individu ontwikkelen zich psychische afweermechanismen die de mens hanteert om angstgevoelens weg te werken of althans te reduceren.
Indien deze afweermechanismen te ver van de realiteit verwijderd zijn of indien voor het ontwikkelen of in stand houden van dergelijke afweermechanismen zeer veel psychische energie nodig is, zijn de voorwaarden geschapen voor het ontstaan van een neurose of neurotische reactie.
De psychische gespannenheid leidt onder meer tot slaapstoornissen. Statistisch onderzoek heeft uitgewezen dat twee van de drie patiënten met neurotische reacties aan een min of meer ernstige slaapstoornis lijden.
10/04/2003
Medica Press