Het roken van sigaretten, sigaren en pijp is een gewoonte die in de westerse wereld, vooral in de twintigste eeuw, een enorme vlucht heeft genomen.
Na een bijna vijftig jaar durende stijging van het gebruik van tabaksproducten is er in de jaren tachtig een geleidelijke maar nog langzame daling waargenomen. Ook in het begin van de jaren negentig heeft deze trend zich voortgezet. Thans is er weer een toename, vooral onder jongeren, merkbaar.
Roken is een groot probleem voor de volksgezondheid. Dat is inmiddels duidelijk geworden uit een stroom van onderzoeksgegevens waarin de oorzakelijke betekenis voor een aantal ziekten en doodsoorzaken is aangetoond.
De kennis van de biologische en medische gevolgen van roken, alsook om het roken van tabak te verminderen, is evenwel nog niet volmaakt.
Sinds de jaren vijftig is uit medisch onderzoek voortdurend duidelijker geworden dat roken gevaar oplevert voor de gezondheid; steeds meer ziekten blijken verband te houden of verergerd te worden door roken.
Ongeboren baby's kunnen schade ondervinden als de aanstaande moeder rookt, en steeds meer wordt ingezien dat tabaksrook een belangrijker vervuiler is. Er is zowel sprake van directe gevolgen als van ziekten en aandoeningen die ontstaan op de langere termijn.
De directe gevolgen worden veroorzaakt door de aanwezige nicotine en teerproducten. Nicotine wordt niet alleen door de longen opgenomen, maar ook door de slijmvliezen van de mond en komt zo terecht in het bloed. Nicotine bevat een kleine hoeveelheid zogenoemde catecholaminen, die de overdracht van zenuwprikkels enigszins afremmen en daardoor vermoeidheidsgevoelens onderdrukken.
Kleine hoeveelheden nicotine werken in het algemeen stimulerend en grote hoeveelheden remmend. De nicotine uit één sigaar is, wanneer ze in een ader wordt ingespoten, voldoende om een mens te doden.
Nicotine heeft ook invloed op de stemming en alertheid van de roker. Het schijnt dat de roker onbewust de neiging heeft zijn eigen hoeveelheid nicotine te reguleren door de wijze van inhaleren en dat hij leert hoe hij het roken kan gebruiken als middel tot optimale aanpassing aan zijn omgeving.
De vergiften koolmonoxide en cyanide die voorkomen in tabaksrook, kunnen hoofdpijn veroorzaken. De koolmonoxide wordt alleen door de longen opgenomen en de aanwezigheid van deze stof in het bloed wijst er dan ook op dat de roker de tabaksrook inhaleert.
Nicotine werkt in op de zenuwen en verlamt de cilia van de luchtwegen. Cilia zijn kleine trilhaartjes die het slijm verwijderen, waarin schadelijke stoffen worden opgevangen.
Wanneer deze trilhaartjes niet meer werken, blijft het slijm - en dus ook de schadelijke stoffen - in de luchtwegen.
Nicotine remt ook de werking van de fagocyten (ook wel eetcellen genoemd) af, die verantwoordelijk zijn voor de opname en de vernietiging van bacteriën en virussen die zich in de lucht bevinden; één sigaret stelt ze vijftien minuten buiten werking. De bloeddruk stijgt als gevolg van vernauwing van de bloedvaten, die wordt veroorzaakt door nicotine.
Ook de werking van het hart wordt door nicotine rechtstreeks beïnvloed. De hartslag wordt sneller, waardoor de energiereserve van het hart kleiner wordt. Hierdoor is men minder in staat tot het leveren van lichamelijke prestaties of inspanning.
De longen worden gevuld met een mengsel van lucht en tabaksrook, waaruit kleine hoeveelheden teer worden afgezet tegen de binnenkant van de longen, vooral tegen de kleine luchtpijpvertakkingen.
Het hongergevoel wordt afgeremd door de inwerking van nicotine op het autonoom zenuwstelsel, het gedeelte van het zenuwstelsel dat de werking van de onwillekeurige spieren regelt, inclusief de spiertjes van de spijsverteringsorganen. Wanneer de maag leeg is, kan men zich een beetje misselijk voelen, maar dit gaat snel weer voorbij.
De bloedvaten in handen en voeten vernauwen zich, wat de gehele bloedcirculatie nadelig beïnvloedt. Bepaalde chemische stoffen in tabaksrook, die men tot nu toe niet heeft kunnen identificeren, blijken bij te dragen aan een stijging van het cholesterolgehalte in het bloed.
Met inachtneming van het feit dat gegevens omtrent ziekten en doodsoorzaken als gevolg van roken altijd ontleend zijn aan statistisch onderzoek, dus geen gelijke geldigheid hebben voor elk individu, kan men op verantwoorde wijze voorspellen dat onder rokers de volgende ziekten of aandoeningen extra vaak optreden:
Waarom rookt men? Waarom rookt de een wel en de ander niet? Vroeger nam men aan dat daar maar één reden voor was en het onderzoek spitste zich toen toe op het verschil tussen rokers en niet-rokers. De teleurstellende uitkomst daarvan was dat er nauwelijks enig verschil viel aan te wijzen. Grofweg bleek dat rokers extraverter en rustelozer waren dan niet-rokers.
Rokers neigden meer naar de drank (het staat zeker vast dat de overgrote meerderheid van opgenomen alcoholisten tevens zware rokers zijn en uit laboratoriumonderzoek blijkt dan rokers vanzelf meer gaan roken als ze borrelen), zij trouwden en scheidden meer, verhuisden meer, veranderden meer van baan en lagen langer in ziekenhuizen.
Dan zou men ook psychologische verschillen tussen beide groepen verwachten. De doorsneeroker loopt ongeveer twee uur per dag met een aangestoken sigaret rond, waarvan hij ongeveer acht minuten gebruikt om te inhaleren. Elk trekje komt neer op 100 microgram nicotine, dat als het ware wordt ingespoten met een naald.
Het is namelijk de hoge snelheid waarmee nicotine wordt opgenomen en het onmiddellijke effect ervan dat de zware roker zo verslaafd maakt aan zijn sigaretten.
En omdat mensen die meer dan tien sigaretten per dag roken, daarmee een nogal blijvend, vast verdovingspeil aanhouden, zou men bepaalde verschillen in hersenfunctie verwachten. Dit is inderdaad het geval gebleken.
Het electro-encefalogram (de registratie van elektrische verschijnselen, die een reflectie zijn van de werking van zenuwcellen in de hersenen) vertoont verschillen tussen rokers en niet-rokers.
Bij de zware roker vindt men doorgaans veel hoogfrequente activiteit in de hersenen en heel weinig alfa-activiteit (het hersencorrelaat van ontspanning) en zo heeft de zware roker er ook moeite mee een alfa-ritme te produceren door middel van technieken van meditatie.
Als een roker 24 uur lang niet kan roken, kan dat leiden tot een opvallende toename van de laagfrequente hersengolven, maar dit gaat dan wel gepaard met een mengeling van slaperigheid, rusteloosheid en een algeheel gevoel van zich niet lekker voelen.
Advies
Stoppen met roken
Als gezonder leven u bezighoudt
Hoeveel mensen zijn er niet die zich, terwijl ze niet ziek zijn, toch niet lekker voelen? Misschien dat u zelf ook wel eens het idee hebt dat u de laatste tijd aan fitheid ingeboet hebt.
Dat uw conditie niet meer is wat zij geweest is. Daar kun je niet altijd iets aan doen. Maar dat de meeste mensen minder te klagen zouden hebben als ze wat gezonder leefden, dat is iets wat zeker is. Roken is een van de dingen die bijzonder ongezond zijn.
Er zijn nogal wat redenen om met roken te stoppen
De schadelijkheid voor de gezondheid is er een van. De meeste mensen weten echter niet half hoe ongezond roken is. O zeker, het is iedereen bekend dat er een 'verband' is tussen roken en longkanker.
Maar van de schadelijke gevolgen voor hart en bloedvaten (hartinfarct), om maar eens een ander beeld te noemen, zijn maar weinig rokers op de hoogte.
U doet er goed aan uw 'feitenkennis' op dit punt op te vijzelen. Hoe beter u de risico's kent, hoe gemakkelijker het wordt om te stoppen.
Behalve de zorg voor uw gezondheid kunnen er natuurlijk ook andere redenen zijn:
Te denken valt bijvoorbeeld aan:
- hinder of problemen in de sociale omgang ten gevolge van uw roken (bij collega's, partner of huisgenoten);
- zorg voor een goede conditie in verband met sportbeoefening;
- niet afhankelijk willen zijn van een genotmiddel.
Verzamel de redenen die voor u belangrijk zijn en schrijf ze op; u zult ze nog nodig hebben. Wat vooral belangrijk is: schrijf die redenen op een positieve manier op, bedenk wat u voor niet-roken terugkrijgt. Ga er niet van uit dat roken een (onoverkomelijk) gemis wordt.
Wat moet ik doen, ineens stoppen of langzaam verminderen?
We gaan ervan uit dat u helemaal wilt stoppen met roken. Dat betekent dus dat u op een gegeven moment niet meer (nooit meer) rookt. Dat moment komt vanaf vandaag steeds dichterbij. We gaan er ook van uit dat dit een weloverwogen beslissing van u is. U laat een dergelijke beslissing toch niet willens en wetens mislukken.
Onderzoek heeft aangetoond dat in één keer stoppen met roken voor de meeste mensen de beste methode is. De kans dat u halverwege uw stop weer opnieuw begint is dan heel klein. Daarom het advies: stoppen, doe het radicaal.
Zoals gezegd, binnenkort is het zover; waarom langer uitstellen? U stelt uzelf nodeloos op de proef wanneer u uw dagelijkse dosis sigaretten met dit doel gaat verlagen.
En vooral blijft verlagen, want een paar minder is voor de meeste rokers niet zo'n punt, maar doorlopend blijven verminderen kost veel moeite.
Het gevaar is groot dat u na korte tijd over onvoldoende wilskracht beschikt om nog door te zetten en uzelf voor de gek houdt met het idee dat wat u nu nog rookt niet meer zoveel kwaad kan. Zodra u dat denkt, behoort u eigenlijk weer tot de rokers die 'best weten dat het ongezond is', maar die intussen blijven doorroken. U gaat weer 'terug naar AF!' en moet helemaal opnieuw beginnen. In één keer stoppen wordt door 80 procent van de ondervraagde 'stoppers' als succesvolle methode genoemd.
Het actieplan
Maak een afspraak met anderen en met uzelf. Bepaal van tevoren wanneer u stopt met roken en plan die datum ongeveer een week vooruit zodat u zich goed kunt voorbereiden. Doe het zo mogelijk samen met iemand die u overdag ook kunt bereiken, u hebt elkaars steun zeker nodig!
Voor sommigen is het een goede stok achter de deur om iedereen van het grote gebeuren op de hoogte te stellen. Behalve dat collega's en familieleden u in zo'n geval scherp in de gaten houden, zijn zij wellicht ook wat voorzichtiger met situaties die u mogelijk in verleiding brengen. Benut deze mogelijkheid als die u kan helpen.
Bestudeer uw rookgewoonten
Voor u stopt is het goed om uw eigen rookgedrag te onderzoeken. U rookt in bepaalde situaties, het is voor u belangrijk om die situaties te kennen zodat u maatregelen kunt nemen om de verleiding niet te groot te laten worden.
Een aantal mogelijkheden:
- u rookt omdat u het echt lekker vindt; bij voor u prettige situaties hoort een sigaret, bijvoorbeeld na de maaltijd, op een leuk feest, bij voldoening over werk of hobby.
- u rookt om uw spanningen af te voeren. Het is opvallend hoeveel mensen onder spanning en bij opwinding naar een sigaret grijpen.
- u rookt uit gewoonte. Zo kunt u bij bepaalde handelingen roken (telefoneren, tv-kijken). Maar het is net zo goed mogelijk dat u uit gewoonte de hele dag door rookt.
Het kan u zeker helpen om in de week vóór u stopt uw sigarettengebruik te noteren. Probeer voor u uw sigaret opsteekt op te schrijven waarom u dat doet. Na een paar dagen hebt u uw persoonlijke rookgewoonte en daarmee de 'valkuilen' voor later blootgelegd.
De dag dat u stopt
Zo mogelijk hebt u voor de grote dag uw dagindeling veranderd. Zorg dat u uit uw gewone (rook-) doen bent. Veel mensen stoppen succesvol in de vakantie, ook het weekend is een goede mogelijk@eid. Draag uw nieuwe gewoonte uit. Vanaf nu bent u NIET-ROKER.
Denk niet: 'Ik zal eens proberen met roken te stoppen', maar zeg: 'Ik rook niet meer, vind je het erg om de andere kant op te blazen?' Breek uit de dagelijkse sfeer om minder in de verleiding te komen.
De inwendige mens
Verander gedurende de eerste week ook uw eet- en drinkgewoonten. Zij kunnen een valkuil voor u zijn, omdat veel van deze gewoonten ook met roken te maken hebben. Met het risico dat u denkt dat u nu meteen helemaal niet meer mag, geven we u hierbij een aantal tips voor de volgende dagen. En als u die allemaal ineens wel wat erg gezond vindt, dan hebt u volkomen gelijk.
11/04/2003
Medica Press