Overzichtspagina Gezondheid > Ziekten en aandoeningen > Hersenen, Zenuwen, Geheugen, Geestesgesteldheid, Slaap > Nierziekten

Nierziekten

<a href='/informatie-nierinsufficienties-nierziekten/urine-nierstelsel-34-119' class='lien-intra-auto'>Nierziekten</a> Zowel de bouw als de functie van de nier kan ontregeld zijn. Bij een zo ingewikkeld en fijn geregeld orgaan kunnen zich gemakkelijk allerlei stoornissen voordoen. Er bestaat een nauw verband tussen ziekten van de nieren en die van hart en bloedvaten.


Inleiding

De druk van het bloed in het haarvatkluwen van de nierlichaampjes is hoog. De filtratie geschiedt onder druk.
Dat verklaart dat afwijkingen in het bloedvatenstelsel, waarbij de bloeddruk hetzij te hoog is, hetzij te laag is, de werking van het nierfilter - de nierlichaampjes - en daarmee de vorming van het filtraat, de zogenoemde voorurine, sterk beïnvloeden.

Omgekeerd kunnen nierafwijkingen, doordat zij de water- en zoutevenwichten verstoren, verschijnselen geven die een zware belasting betekenen voor het hart.
Ontwikkelingsstoornissen van de nieren zijn niet zeldzaam. Soms is er maar één nier aanwezig. Soms ook zijn de nieren, meestal aan de onderkant, met elkaar vergroeid tot de zogenoemde hoefijzernier. Soms bevindt zich een van de nieren in het bekken. Deze aandoeningen geven op zichzelf geen stoornissen in de werking van de nieren.

Eiwit in de urine
De nierlichaampjes werken als eiwitfilters, waardoor de urine van de gezonde mens geen eiwit bevat. Het voorkomen van eiwit in de urine kan dus in de eerste plaats wijzen op een 'lek' van de nierfilters.

Dit komt onder andere vaak tijdelijk voor bij koortsige ziekten, zware lichamelijke inspanning, of bij hevige emotie. Het is mogelijk dan er dan door zuurstoftekort in de nier een vermeerderde doorlaatbaarheid ontstaat; in het geval van inspanning door het sterk verhoogde zuurstofverbruik van het lichaam, in andere gevallen door kramp van de niervaten.

Ook komt soms, vooral bij jonge mannen, een toestand voor waarbij in staande houding urine wordt geleverd die eiwit bevat, terwijl deze als de patiënt liggend of zittend urineert, eiwitvrij is.
Bij deze, overigens ongevaarlijke, toestand zou van een belemmering van de bloedafvoer, vooral uit de linkernier, sprake kunnen zijn door rek van en druk op de nierader door de lendenkromming van de wervelkolom, die in staande houding sterker is.

Er is één eiwit dat ook zonder nierafwijking wel in de urine kan verschijnen, namelijk hemoglobine, de rode bloedkleurstof. Die behoort normaal veilig binnen de rode bloedlichaampjes te zijn opgeborgen. Gaan de rode bloedlichaampjes in groten getale te gronde, dan kan bloedkleurstof in de urine voorkomen. De bloedlichaampjes zelf kunnen het gezonde nierfilter niet passeren.

Vindt men evenwel bij microscopisch onderzoek bloedlichaampjes in de urine, dat moet óf het filter sterk lek zijn (in welk geval ook wel eiwit zal worden doorgelaten), óf zij moeten uit de nier zelf of uit haar afvoerwegen afkomstig zijn.

Glucose in de urine
De urine van de gezonde mens bevat geen glucose. Geeft men echter een gezond iemand een grote hoeveelheid suikeroplossing te drinken, dan kan er tijdelijk wat suiker in de urine komen.

Het gehalte van de weefselvloeistof aan suiker wordt door het lichaam nauwkeurig constant gehouden, onder andere doordat wat niet direct wordt gebruikt, wordt opgeslagen in de spieren en lever en naar behoefte uit de levervoorraad en daarna uit de spiervoorraad wordt afgegeven.

Neemt een mens plotseling veel suiker tot zich, dan zal, doordat het enige tijd kost eer alle suiker tot voorraadsuiker is omgevormd, de hoeveelheid suiker in het bloed en de lichaamsvloeistof tijdelijk verhoogd zijn.
Gedurende die tijd helpt de nier om de overmaat uit het lichaam te verwijderen. Suiker zal dus in de urine kunnen verschijnen indien het vermogen om suiker in onoplosbare vorm als voorraad vast te leggen is gestoord en het lichaam met suiker is overspoeld (diabetes of suikerziekte).

Er kan echter ook suiker in de urine voorkomen als de nier zelf ziek is en de nierbuisjes reeds bij normaal suikergehalte suiker in de urine doorlaten. Ook het vermogen van de nierbuisjes om water terug te houden kan gestoord zijn: de nier kan dan uitsluitend grote hoeveelheden sterk verdunde urine vormen.


Symptomen

Afwijkingen en ziekten van de nieren kunnen van allerlei aard zijn, zoals onder andere:

- ontwikkelingsstoornissen;
- ontstekingen;
- stoornissen in de bloedvoorziening;
- weefselachteruitgang (degeneratie);
- gezwellen;
- insufficiëntie;
- immunologische stoornissen.

Slechts bij een deel van deze afwijkingen doen zich verschijnselen voor die de aandacht van de zieke naar de nieren en hun afvoerwegen leiden, namelijk als er een afwijkende hoeveelheid urine wordt uitgescheiden of als het uiterlijk ervan is veranderd en bij pijn of andere moeilijkheden bij de urinelozing.

De nieren vervullen hun belangrijke taak 'in stilte', ook indien zij ziek zijn. Verschijnselen van pijn, urinedrang, bemoeilijkte urinelozing, bloedige urine en dergelijke wijzen veeleer op een stoornis van de afvoerwegen dan van de nieren zelf, maar door stoornissen in de afvoer kunnen ten slotte ook de nieren zelf ernstig in hun werking worden belemmerd.

Zoals zovele voor het leven belangrijke organen bezitten de nieren een grote reserve. Eén nier kan onder normale omstandigheden de uitscheidingstaak gemakkelijk vervullen. Zelfs een klein deel van één nier is hiertoe voldoende.

Dit heeft het belangrijke gevolg dat bij eenzijdige nierafwijkingen (bijvoorbeeld ontwikkelingsstoornissen, gezwellen of ontstekingen die uit de lagere afvoerwegen zijn opgestegen) een zieke of niet meer werkende nier, zonder bezwaren kan worden weggenomen, mits de andere nier gezond is.Dergelijke eenzijdige nierafwijkingen zullen dus veelal door operatief ingrijpen kunnen worden behandeld; bij de overige afwijkingen is dit niet het geval.

Onderzoek

Voor een nauwkeurig onderzoek van de toestand van de nieren en de wijze waarop zij hun taak vervullen, staan de arts vele middelen ten dienste, variërend van eenvoudig urine-onderzoek tot geavanceerd scan-onderzoek waarbij zeer fijne structurele details worden blootgelegd.
Allereerst komen het lichamelijk onderzoek van de patiënt en het onderzoek van de urine in aanmerking. Voorst is radiologisch onderzoek belangrijk, al dan niet na inspuiting van contraststof in een ader.

Door de nieren bepaalde taken op te leggen kan bijvoorbeeld het vermogen tot indikken van de urine worden bepaald. Hiervoor wordt een stof gebruikt die in de nierbuisjes nóch wordt opgeslorpt nóch wordt uitgescheiden.

In gevallen waar de mogelijkheid van een eenzijdige afwijking (die dus eventueel voor operatief ingrijpen in aanmerking komt) bestaat, zal men alvorens daartoe over te gaan zich afvragen of de andere nier aanwezig en gezond is.Hiertoe kan het nodig zijn door de blaas een dun buisje of catheter tot in elke urineleider te brengen om zo de urine van elke nier afzonderlijk te onderzoeken.

Gezwellen

Tumoren of gezwellen komen soms bij zeer jonge kinderen voor. Ze zijn niet pijnlijk en geven meestal geen klachten of verschijnselen die de aandacht op de urinewegen zouden kunnen vestigen.

Zij groeien snel, maar worden veelal pas opgemerkt indien zij door verstoring van de nierwerking de buik hebben opgezet. De kansen voor het kind hangen er bij deze zeer kwaadaardige gevallen grotendeels van af hoe vroeg het kind wordt behandeld.

Andere soorten niergezwellen komen soms voor bij oudere volwassenen. Ook bij hen geven zij meestal geen bijzondere, kenmerkende klachten.Het voorkomen van bloed in de urine zonder verdere duidelijke klachten, is bij oudere volwassenen steeds verdacht. Ook hier moet zo snel mogelijk worden ingegrepen

Nierinsufficiëntie

Van nierinsufficiëntie spreekt men indien er sprake is van onvoldoende werking van de nier, waarbij de onderliggende oorzaak van verschillende aard kan zijn. Wanneer de werking van de nieren geheel of gedeeltelijk uitvalt, ontstaat een ophoping van afvalproducten van de stofwisseling en van overtollige of schadelijke opgenomen stoffen.

Naar de stof, die het eerst als maat voor de nierwerking is gebruikt, het ureum, noemt men uitval van de nierfunctie ook nog wel uremie. Dit neemt niet weg dat andere afvalstoffen, zoals creatinine of kalium, soms eveneens ernstige stoornissen in het lichaam kunnen veroorzaken, indien zij in onvoldoende mate worden afgevoerd.

Ontregeling van de vochthuishouding leidt meestal tot overlading van het lichaam met water en zout. De hierdoor veroorzaakte stijging van de bloeddruk is een belangrijk onderdeel van het ziektebeeld van de nierinsufficiëntie.
De voornaamste verschijnselen van de nierinsufficiëntie zijn de klinische en scheikundige verschijnselen van uremie (aanwezigheid van een hoog gehalte aan ureum in het bloed), verhoogde bloeddruk en bloedarmoede.

Acute insufficiëntie
Men onderscheidt in de praktijk een acute (plotseling opkomende) en een chronische (slepende) insufficiëntie van de nieren. De acute storing in de nierwerking gaat meestal gepaard met een sterke vermindering van de urineproductie.
Vaak is de acute aandoening omkeerbaar (reversibel), hetgeen wil zeggen dat de nierwerking zich in de regel weer herstelt.

Meestal zal de patiënt na de aandoening ook geen blijvende stoornis in de werking van de andere organen hebben. Tijdens de ziekteperiode, die gemiddeld een tot twee weken duurt, is de behandeling met een dialyse-apparaat soms noodzakelijk. Oorzakelijke factoren zijn vaak stoornissen in de bloedsomloop, zoals bloeddrukdaling, al of niet gecombineerd met een vergiftiging.

Chronische insufficiëntie
De langdurige of chronische stoornissen in de nierwerking ontwikkelen zich vaak geleidelijk, soms over een periode van maanden of jaren. De belangrijkste oorzaken zijn van immunologische aard, zoals dat het geval is bij de glomerulonefritis. De aandoening kan ook van infectieuze aard zijn, zoals een ontsteking die zich uitbreidt vanuit de nierkelken en de nierbuisjes (pyelonefritis).

Daarnaast kunnen er bepaalde erfelijke aandoeningen bestaan zoals de nier met holten of cysten (cystenier) die met vocht of met etter gevuld zijn, aangeboren afwijkingen zoals een slecht aangelegde nier (hypoplastische nier) en afwijkingen aan of in de urinewegen.


Niertrauma

Hierbij is sprake van beschadiging van nierweefsel door inwerking van buitenaf. Afhankelijk van de ernst kunnen de nierletsels in drie groepen worden verdeeld:

  • lichte nierbeschadiging, waarbij de nierkapsel en het nierbekken intact zijn (ongeveer 65 procent van het totaal aantal gevallen);

  • ernstige nierbeschadigingen waarbij scheuren in het nierweefsel met kapselletsels en eventueel nierbekkenbeschadiging aanwezig zijn (ongeveer 30 procent van de gevallen);

  • zeer ernstige nierbeschadigingen waarbij verbrijzeling van de nier heeft plaatsgehad (circa 5 procent van de gevallen).


Tot de laatste groep behoren ook letsels van de verzorgende bloedvaten (de vaatsteel van de nier) en afscheuring van de urineleider. De zwaarste letsels worden meestal gekenmerkt door een snel in omvang toenemende bloeduitstorting in de buik gecombineerd met in ernst wisselende verbloedingsverschijnselen (shock).

Bij de lichte letsels heeft de ervaring geleerd dat met enkele weken bedrust een volledig herstel mogelijk is. Bij de ernstige letsels is vaak een operatieve ingreep noodzakelijk.
Het gunstigste tijdstip voor een dergelijke ingreep is mede afhankelijk van de andere letsels van de patiënt, omdat de nierbeschadiging bijna altijd het gevolg is van een ongeval, waarbij het slachtoffer meer dan één letsel heeft opgelopen.


Nierontsteking

Acute glomerulonefritis
Ontstekingsprocessen van de nier spelen zich vooral af in het vaatkluwentje (glomerulus) van de nierlichaampjes. Van de koortsige infectieziekten zijn er enkele waarbij de nieren groot gevaar lopen.
Dit geldt in de eerste plaats voor ziekten veroorzaakt door streptokokken zoals keelontstekingen en roodvonk, waarbij in een deel van de gevallen giftige stoffen ontstaan die de nierlichaampjes en vooral de glomeruli beschadigen.

Deze complicatie wordt meestal als een allergische of immunologische reactie beschouwd, die overigens niet alleen de wand van de haarvaten in de nierlichaampjes treft, maar alle haarvaten door het hele lichaam.
Deze toestand ontwikkelt zich meestal een tot drie weken na de infectie. De levende ziekteverwekkers zelf zijn bij de afwijking in de nier niet betrokken, het gaat alleen om hun giftige afvalstoffen.

De verschijnselen zijn een sterk gestoorde urineafscheiding: de hoeveelheid urine is zeer gering (soms wordt in het geheel geen urine geproduceerd) en de urine ziet donker of maakt reeds op het oog de indruk bloed te bevatten.
Er hoopt zich tevens in het onderhuidse bindweefsel vocht op, waardoor onder andere het gezicht een opgezet uiterlijk kan krijgen, vaak met dikke wallen onder de ogen. Vaak zijn de patiënten bleek, lusteloos, suf of misselijk.

Het ontstaan van deze verschijnselen in aansluiting op een keelontsteking of roodvonk wijst sterk in de richting van een niercomplicatie, die zonder goede behandeling ernstige gevolgen kan hebben, maar bij goede behandeling in de meeste gevallen geneest.

Daarbij is van belang dat de niercomplicaties zich bij lichte keelontstekingen evengoed kunnen voordoen als bij ernstige.
Geringe verschijnselen van een afwijkende nierwerking moeten dan ook met grote zorg worden behandeld.

Chronische nierontsteking
Een chronische nierontsteking kan ontstaan uit een acute glomerulonefritis, maar dit infectieuze proces kan ook een andere oorsprong hebben.
Bij een chronische ontsteking herstelt althans een deel van de nierlichaampjes zich niet of onvolledig van de acute aandoening. In een deel van de nierlichaampjes blijft de bloedstroom beperkt en een deel van de nierfilters is lek, waardoor steeds eiwit{en eventueel bloedlichaampjes verloren gaan. Ook de bijbehorende nierbuisjes blijven min of meer in hun werking gestoord.

Heeft de slepende vorm zich eenmaal ontwikkeld, dan schrijdt de toestand langzaam maar zeker voort. Op den duur gaan steeds meer niereenheden te gronde. In hun plaats komt bindweefsel dat verschrompelt, zodat de hele nier kleiner wordt.
De sterke stoornis in de werking van de nierbuisjes blijkt uit het onvermogen van de nier de urine voldoende in te dikken. Er wordt dan steeds urine van gering soortelijk gewicht afgescheiden.

De slepende of chronische ziekte kan zich zeer verschillend voordoen. Behalve het verlies van eiwit en bloedlichaampjes zijn er soms min of meer uitgesproken vochtophopingen in de weefsels of gevolgen van onvoldoende uitscheiding van giftige afbraakproducten.

Niet zelden blijkt het onvolledig herstel uit het te hoog blijven of verder oplopen van de bloeddruk. Hoe de verhoging van de bloeddruk tot stand komt is niet geheel duidelijk. Bij de hier besproken nierziekten is de bloeddoorstroming van het nierweefsel slecht. Slecht doorbloed nierweefsel blijkt een stof te kunnen produceren die een vaatvernauwende en dus bloeddrukverhogende werking heeft.

Dit kan echter niet de enige factor zijn; waarschijnlijk spelen ook bepaalde hormonen een rol.Hoe het ook zij, een langdurig verhoogde bloeddruk betekent een grote belasting van het hart en bevordert de slijtageverschijnselen van de slagaders.


Nierstenen

Steenvorming in de nieren kan optreden door neerslag van in de urine opgeloste zouten in nierbekken of urineleider. Steenvorming vindt het meest plaats in het nierbekken, de verzamelplaats van pas gevormde urine midden in de nier, hoewel ook in de blaas zelf, in uitbochtingen of om vreemde voorwerpen die in de blaas waren gebracht, stenen kunnen ontstaan.

Nierstenen het kunnen er meer dan één zijn ontstaan meestal uit zuringzure kalk, die weinig oplosbaar is. Zuringzuur (oxaalzuur) komt in verschillende groenten in vrij grote hoeveelheden voor.

Aan met het voedsel opgenomen zuringzuur wordt echter voor het ontstaan van deze stenen weinig betekenis toegekend.
De vorming van stenen wordt bevorderd door omstandigheden die de urine sterker van oplossing (geconcentreerder) maken (bijvoorbeeld sterk zweten), of waarbij de hoeveelheid uitgescheiden kalk uit de botten bij versnelde werking van de bijschildklieren verhoogd is.

Voldoende bloedtoevoer kan, vooral ook in omstandigheden waarin men langs de huid geregeld veel vocht verliest (tropen), de vorming van stenen tegengaan.
Soms ontstaan stenen uit een neerslag van fosforzure of koolzure kalk. Daarbij is in het bijzonder een alkalische reactie van de urine voor het ontstaan van de neerslag van belang. Deze reactie kan worden veroorzaakt door de vorming van ammoniak door bacteriën bij infectie van de urinewegen.

Stenen van fosforzure kalk (fosfaatstenen) kunnen voorkomen door een stoornis in de fosfor- en kalkhuishouding bij te sterke werking (bijvoorbeeld door een tumor) van de bijschildklier.
Bij de vorming van nierstenen in het nierbekken zet zich meestal op een ziekelijk veranderd deel van het dekweefsel eerst een neerslag af, die geleidelijk in grootte toeneemt en ten slotte loslaat.

Gebeurt dit als de steen vrij klein is, dan wordt deze meegevoerd in de urineleider waarbij hij gemakkelijk vastgeklemd kan raken en de urineleider afsluiten en verwonden kan.
oeit geeft aanleiding tot de hevige pijnaanvallen die als niersteenkolieken worden aangeduid. De steen bevindt zich dan echter niet meer in het nierbekken.

De pijn, die uit de nierstreek naar beneden tot in de uitwendige geslachtsorganen uitstraalt, is een echte koliekpijn, dat wil zeggen, dat zij bijzonder hevig is. De patiënt kan er niet bij stilliggen.
Thans is het mogelijk nierstenen te vergruizen waarbij een operatieve ingreep in de meeste gevallen niet meer nodig



10/04/2003
Medica Press


Pub

Verzekeringsruimte

Pub

 

16