Overzichtspagina Gezondheid > Ziekten en aandoeningen > Hersenen, Zenuwen, Geheugen, Geestesgesteldheid, Slaap > Neurose, fobie, angst

Neurose, fobie, angst

Neurose, fobie, angstEen neurose wordt gedefinieerd als een ontwikkelingsstoornis van hoofdzakelijk emotionele aard, zonder aanwijsbare lichamelijke oorzaak, die voortkomt uit de mislukte pogingen om een meestal innerlijk probleem op te lossen.


Inleiding

Elke neurose heeft in wezen haar oorsprong in een onopgelost, daarna verdrongen en eindelijk gedissocieerd probleem; omwille van de dissociatie valt het aanvankelijk ervaren probleem niet meer onder de controle van de psyche en de wil, maar toch blijft het doorwerken en manifesteert het zich in een symptoom.
De klachten zullen gewoonlijk dit symptoom betreffen en kunnen de meest uiteenlopende stoornissen betreffen:

- gespannenheid;
- vage angstgevoelens;
- slaapstoornissen;
- depressie;
- fobieën;
- vermoeidheid;
- vegetatieve stoornissen.

De eigenlijke oorzaak blijft echter een probleem dat zich situeert in het spanningsveld tussen de biologische behoeften, driften, verlangens en strevingen van een individu, en de concrete levensomstandigheden van familie, opvoeding, omgeving, socioculturele gegevenheden waarin dit individu zich harmonisch dient te ontwikkelen.Bij dit alles spelen ook de factoren geslacht, leeftijd, en ontwikkelingsfase een rol.

Obsessieve-compulsieve stoornis
Dit is een bijzondere vorm van neurose, gekenmerkt door het herhaald optreden van dwanggedachten of dwanghandelingen. Dwanggedachten zijn ideeën, voorspellingen of impulsen die in stereotiepe vorm steeds weer de gedachten van de betrokkene binnendringen. Ze zijn vrijwel steeds verontrustend (omdat ze gewelddadig of obsceen zijn, of eenvoudigweg omdat ze als zinloos ervaren worden).

Ze worden evenwel herkend als de eigen gedachten van de patiënt, ondanks hun onvrijwillige en vaak weerzinwekkende aard.Dwanghandelingen of rituelen zijn stereotiepe gedragingen die steeds weer worden herhaald. Ze zijn niet aangenaam op zichzelf, en leiden ook niet tot de voltooiing van op zichzelf nuttige taken.

De betrokkene ziet ze vaak als een middel ter voorkoming van een feitelijk onwaarschijnlijke gebeurtenis, die dikwijls draait om kwaad hetzij jegens de betrokkene, hetzij door hem of haar veroorzaakt. Doorgaans, maar niet steeds, wordt dit gedrag door de betrokkene erkend als zinloos of vergeefs, en herhaalde pogingen worden ondernomen om zich ertegen te verzetten; bij zeer langdurig bestaande gevallen kan dit verzet minimaal zijn.

Autonome angstsymptomen zijn vaak aanwezig, maar onaangename gevoelens van innerlijke of psychische spanning komen ook regelmatig voor zonder duidelijke autonome opwinding.

Er bestaat een nauw verband tussen obsessieve-compulsieve symp-tomen, met name dwanggedachten, en depressie. Personen met een obsessieve-compulsieve stoornis hebben vaak depressieve symptomen en patiënten met een recidiverende depressieve stoornis kunnen dwanggedachten ontwikkelen gedurende de depressieve episoden. In beide gevallen gaat een toename of een afname van de depressieve symptomen over het algemeen gepaard met een corresponderende verandering in de ernst van de dwangsymptomen.

Obsessieve-compulsieve stoornissen komen even vaak voor bij mannen als vrouwen, en er zijn dikwijls duidelijke dwangmatige trekken aanwezig in de onderliggende persoonlijkheid. De stoornis begint doorgaans in de kindertijd of vroeg in de volwassenheid. Het beloop is wisselend; bij de afwezigheid van belangrijke depressieve symptomen bestaat een grotere kans op een chronisch beloop.



Fobie

Een fobie is een irrationele angst voor een bepaalde situatie of bepaald object, die niet kan worden weggeredeneerd en uiteindelijk leidt tot vermijding van deze situatie of dit object.
Er zijn duizenden voorbeelden van fobieën. De meeste fobieën berusten op een lichte neurotische stoornis. Gaat de fobie een beklemmend karakter krijgen, dan is behandeling noodzakelijk.

Een fobie is in wezen een angstbeklemming die in bepaalde omstandigheden kan optreden, zonder dat er een werkelijke oorzaak voor de angst bestaat. Voorbeelden zijn: agorafobie (pleinvrees), claustrofobie (engtevrees), acrofobie (hoogtevrees).
Met betrekking tot de behandeling zijn er, naast de klassieke methoden, die alle berusten op de psychoanalytische theorie, nieuwe technieken ontwikkeld, die hun oorsprong vinden in de moderne leertheorieën.

Daarbij wordt de fobie beschouwd als een aangeleerde slechte gewoonte, die moet worden afgeleerd. De behandeling is er dan op gericht het gedrag van de patiënt in fobie-opwekkende situaties te veranderen (gedragstherapie), met voorbijgaan aan het gevoelsconflict dat eraan ten grondslag zou kunnen liggen.


Ontwikkeling van een fobie

Bij een volwassen lijder (fobicus) kan een ziekelijke angst om bijvoorbeeld een mes aan te raken niet worden verklaard uit redelijke motieven die uitsluitend betrekking hebben op de bestaande situatie (zogenaamde hier-en-nu-situatie).
Het voorwerp, dat reeds bij de aanblik grote angsten kan oproepen, is hoogstwaarschijnlijk een symbool van iets anders dat in iemands leven aanleiding is of is geweest voor het ontstaan van hevige angsten. Men zou duidelijkheidshalve de opbouw van een fobie voor messen op vereenvoudigde wijze als volgt kunnen voorstellen.

Voor een bepaalde lijder aan messenfobie is een mes niet alleen een instrument om brood of vlees mee te snijden, maar ook een instrument om iemand mee dood te steken. Als op grond van een onopgelost gevoelsconflict de onbewust geworden moordimpuls sterker is dan bij een normaal mens, zullen in het onbewuste allerlei extra maatregelen moeten worden genomen om zichzelf tegen deze sterke moordimpuls te beschermen.

Een van deze maatregelen is de messenfobie; de moordimpuls wordt sterk afgeweerd.Het verschijnsel van de messenfobie is dan de vorm waarin de afkeer tegen de moordimpuls te voorschijn komt. Er is dus sprake van een ondraaglijk en tegenstrijdig conflict, dat wordt opgelost door een psychische vlucht in een fobie.

Angst

Angst is een gevoel van beklemming, onveiligheid of onzekerheid. Angst is een normaal verschijnsel bij ernstig dreigend gevaar. Hevige angst heeft een ontredderende invloed op de geestelijke toestand, waardoor het gevaar nog groter kan lijken en de zelfbeheersing geheel verloren kan gaan. Lichamelijk uit angst zich in bleekheid, snelle polsslag en ademhaling, verandering van de bloeddruk, hartkloppingen en droge mond, maar ook in zweten, diarree, remming of ontremming van de bewegingen.

Angst speelt bij vele psychische ziektebeelden een belangrijke rol. Angst kan zonder enige voorstelling zijn als een angst voor alles wat er gebeurt, wat dan in ongunstige zin wordt uitgelegd. Deze inhoudsloze angst verandert dikwijls in een angst voor concrete situaties.

Gegeneraliseerde angststoornis
Het kenmerkende verschijnsel is een gegeneraliseerde en aanhoudende angst, die niet beperkt is tot of sterk de overhand heeft in een bepaalde situatie (dat wil zeggen hij is 'free-floating'). Net als bij andere angststoornissen zijn de belangrijkste sympt_men sterk wisselend; klachten over voortdurende zenuwachtigheid, zweten, licht gevoel in het hoofd, hartkloppingen, beven, spierspanningen en een onbehaaglijk gevoel in de maagstreek komen dikwijls voor.

Vrees dat de patiënt of een familielid spoedig ziek zal worden of een ongeluk zal krijgen, worden vaak genoemd, samen met een verscheidenheid van andere zorgen en voorgevoelens. De stoornis komt vaker voor bij vrouwen en gaat dikwijls samen met chronische sociale problemen. Het beloop is wisselend, maar neigt ernaar fluctuerend en chronisch te zijn.

Paniekstoornis
De kenmerkende verschijnselen bestaan uit recidiverende aanvallen van hevige angst (paniek), die niet beperkt zijn tot bepaalde situaties of omstandigheden, en derhalve onvoorspelbaar zijn. Net als bij andere angststoornissen, kunnen de belangrijkste symptomen van persoon tot persoon wisselen, maar veelvoorkomend zijn:

- plotseling beginnende hartkloppingen;
- pijn op de borst;
- verstikkingsgevoelens;
- duizeligheid;
- gevoelens van onwerkelijkheid.

Er is ook bijna onveranderlijk sprake van een secundaire angst om dood te gaan, zich niet meer in de hand te hebben of gek te worden. Afzonderlijke aanvallen duren doorgaans slechts enkele minuten, hoewel soms langer; de frequentie van voorkomen en het verloop van de stoornis zijn beide tamelijk variabel.
Een persoon met een paniekaanval ervaart vaak oplopende angst en autonome symptomen die nopen tot een doorgaans gehaast vertrek van waar hij of zij zich bevindt. Als dit optreedt in een specifieke situatie, zoals in een bus of in een menigte, kan de bet/okkene nadien dergelijke situaties vermijden.

Op vergelijkbare wijze kunnen vaak en onvoorspelbaar optredende paniekaanvallen zorgen voor angst om alleen te zijn of naar openbare gelegenheden te gaan. Een paniekaanval wordt vaak gevolgd door een aanhoudende angst voor het krijgen van een volgende aanval.

Gemengde angststoornis en depressieve stoornis
Hierbij zijn symptomen van angst en depressie aanwezig, maar geen van beide groepen syndromen is op zichzelf ernstig genoeg om een diagnose te rechtvaardigen. Wanneer symptomen van een ernstige angst gecombineerd zijn met een lichtere vorm van depressie, is er vaak sprake van een fobie. Sommige autonome symptomen (beven, hartkloppingen, droge mond, maagklachten) zijn vaak aanwezig.



10/04/2003
Medica Press


Pub

Verzekeringsruimte

Pub