Manisch-depressieve psychose: cyclische stemmingsstoornissen
Manisch-depressieve psychose (synoniem: bipolaire stemmingsstoornis), is een geestesziekte die wordt gekenmerkt door afwisselend manische (agitatie) en depressieve (diepe neerslachtigheid) episoden. Tussen de verschillende aanvallen in is de patiënt over het algemeen normaal. We spreken van psychose aangezien de patiënt zich niet bewust is van zijn stemmingsstoornissen en aangezien ook het contact met de werkelijkheid gestoord is.
Wat is een manisch-depressieve psychose?
Manisch-depressieve psychose is een vrij frequente psychiatrische aandoening die begint tussen de leeftijd van 30 en 40 jaar. De ziekte begint acuut of geleidelijk en manifesteert zich in periodieke stemmingsstoornissen met daartussen kalmere momenten.
Twee duidelijke fasen:
- Tijdens een manische aanval: de patiënt spreekt veel en heeft een rijke fantasie of veel verbeeldingskracht. Zijn gedachten verspringen voortdurend van het een naar het ander.
- Plotse overgang van euforie naar woede.
- De patiënt houdt zich niet meer in en verliest de controle over zichzelf.
- Er is steeds sprake van slapeloosheid.
- De patiënt heeft meer honger en dorst.
- Een aanval van melancholie manifesteert zich in: hevige morele pijn, permanente droefheid, geen zin meer om te leven en verveling.
- De patiënt slaagt er niet in zich te concentreren of na te denken.
- Hij heeft geen wilskracht meer en voelt zich machteloos of zelfs ontmoedigd.
- Hij heeft geen gevoelens voor zijn naaste verwanten meer en heeft nergens nog belangstelling voor.
- Hij voelt zich minderwaardig en heeft sterke schuldgevoelens.
- Hij kan niet meer slapen en heeft geen eetlust meer.
Oorzaken
- Erfelijkheid: de wijze van overerving is nog niet duidelijk. Volgens genetische studies vertoont ongeveer 1% van de bevolking een sterke genetische aanleg. Het risico is hoger (15 tot 25%) als één familielid reeds aangetast is. De concordantie binnen eeneiige tweelingen bedraagt 70%.
- Biologische afwijkingen: er werden afwijkingen van de concentratie van bepaalde neurotransmitters (noradrenaline, serotonine, enz.) waargenomen. Ook blijkt de hypothalamus- hypofyse-bijnieras gestoord te zijn. Die as verbindt de hypothalamus en de hypofyse in de hersenen met de bijnieren die boven de nieren liggen.
- Omgevingsfactoren: mogelijke oorzaken zijn emotionele schokken ten gevolge van een rouwproces, een scheiding of een verlies van activiteit, zeker als gelijkaardige gebeurtenissen zich reeds in de kinderjaren hebben voorgedaan.
- Voorgeschiedenis van hormonale ontregeling: kunnen soms plaatsvinden na een normaal fysiologisch verschijnsel, zoals een zwangerschap of de menopauze.
Welke praktische tips geven?
Bedacht zijn op het risico van zelfmoord. Het zelfmoordrisico is hoog tijdens de melancholische fasen van de ziekte. Roep bij de minste twijfel de huisarts of een psychiater. Zelfmoordgedrag bij mensen in een melancholische fase moet steeds au sérieux worden genomen. Contacteer zo nodig de spoedgevallendienst.
Wanneer raadplegen?
- In geval van stemmingstoornissen zonder duidelijke oorzaak
- Slapeloosheid die niet reageert op geneesmiddelen
- Zelfmoordideeën bij een depressieve aandoening
Wat gebeurt er bij het onderzoek?
Door ondervraging en onderzoek van de patiënt stelt de arts de diagnose depressieve of manische toestand. Als die episoden elkaar cyclisch afwisselen, spreken we van manisch-depressieve psychose. Soms is het moeilijk de diagnose te stellen tussen de acute episoden of bij een atypische bedrieglijke vorm van de ziekte. Daarom moet de naaste omgeving steeds worden ondervraagd.
Welke behandeling?
In de volgende gevallen moet de patiënt in het ziekenhuis worden opgenomen:
- Acute manische crisis
- Zelfmoordrisico
- Gevaar voor anderen
- Achteruitgang van de algemene toestand of decompensatie van een andere aandoening.
Geneesmiddelen:
Tijdens de manische fase: neuroleptica werken in op de psyche en zijn vooral aangewezen in de behandeling van psychose.
Tijdens de depressieve fase: antidepressiva zijn nuttig in geval van een ernstige crisis.
Manisch-depressieve psychose moet op lange termijn worden behandeld met een stemmingsregelaar (thymoregulator of geneesmiddel dat de stemming stabiliseert), meestal lithiumzouten. Bij behandeling met lithiumzouten moet steeds een volledig biologisch onderzoek (bloed, lever, nieren, schildklier) worden uitgevoerd.
Een goede leefhygiëne aanraden
- Zorgen voor een goede slaap
- Minder alcohol drinken
- Zo weinig mogelijk psychostimulerende middelen nemen.
Psychologische ondersteuning is noodzakelijk. Manisch-depressieve psychose kan immers leiden tot afwijkingen van het sociale functioneren en de patiënten kunnen de activiteiten van het dagelijks leven minder goed aan.
Psychotherapie is in bepaalde situaties zeer nuttig om de patiënt te helpen een beter inzicht te krijgen in zijn reacties op uitlokkende factoren en die reacties beter te controleren.
De patiënt moet actief worden betrokken bij zijn behandeling om een terugval (of recidief) te voorkomen en te leren omgaan met stress.
17/09/2002
Medica Press