Aandoeningen van het ademhalingsstelsel zoals astma en bronchitis zijn geen opvallende ziekten zoals kanker en hartinfarct en daarom dreigen ze nog weleens in de vergetelheid te geraken. Men denkt er veelal niet bij na dat één op de negen inwoners in ons land lijdt aan astma en bronchitis, waardoor het aantal patiënten het schrikbarende hoge aantal van meer dan 1.000.000 overschrijdt.
Niet iedereen is natuurlijk even ziek en het grootste percentage patiënten kan rustig zijn werkzaamheden verrichten of, in het geval van kinderen, naar school gaan. Hoewel de aandoeningen slechts voor een klein percentage blijvende invaliditeit veroorzaken, worden deze ziekten toch, met reuma, als volksvijand nummer één beschouwd.
De mens kan enkele weken zonder voedsel, enkele dagen zonder water, maar slechts enkele minuten zonder zuurstof. Dit benadrukt nog eens de betekenis van ons ademhalingsapparaat dat zorg moet dragen voor de opname van zuurstof en de afgifte van voor het lichaam onbruikbare koolzuur.
Als dit ademhalingsapparaat op de een of andere wijze is aangedaan en daarom niet goed functioneert, dan bestaat de kans dat een van onze vitale levensfuncties belemmerd wordt en de dood het gevolg is.
Toch kunnen we er zelf in belangrijke mate ook voor zorgen dat ons ademhalingsapparaat in een zo optimaal mogelijke conditie blijft ondanks de aanwezigheid van astmatische of bronchitische ziekteverschijnselen. Door ons te houden aan bepaalde leefregels, consequent ademtherapie te volgen en zorg te dragen voor een zo zuiver mogelijke omgeving, kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan onze eigen gezondheid
Onder een longinfarct verstaat men een plaatselijk versterf of necrose van longweefsel ten gevolge van een longembolus of een afsluitende trombose in een tak van de longslagader (arteria pulmonalis).
Een longembolie is vaak het eerste verschijnsel van een perifere trombose. Dit geldt voor kraamvrouwen maar ook voor operatiepatiënten. Slechts in tien procent van de gevallen wordt de eerste embolie voorafgegaan door een manifeste trombose in bijvoorbeeld een been.
De belangrijkste verschijnselen van trombose zijn:
- zwelling;
- opgezette aders (venectasie);
- oedeem;
- toegenomen omvang van arm of been;
- drukpijn;
- angst.
Oorzaken en symptomen
Wat de oorzaken betreft is gebleken dat zowel bij operaties als bij interne ziekten even vaak trombose ontstaat; misschien is bedrust op zich het belangrijkste oorzakelijke moment.
Bevorderende factoren voor een trom-bose zijn:
- leeftijd;
- trauma;
- bloedziekten;
- stuwing (lokaal en algemeen),
- hartziekten.
Tot de leeftijd van dertig jaar is de kans op trombose niet zo groot (alleen na een bevalling); daarna neemt de kans progressief toe. Het voorkomen bij de beide seksen gaat dan gelijk op.
De verschijnselen van een longembolie zijn:
- dreigende shock;
- acute rechtsdecompensatie van het hart;
- blauwzucht (cyanose);
- pijn in de zij;
- bloederig sputum;
- temperatuurverhoging;
- polsversnelling.
Veel embolieën kunnen ongemerkt voorbijgaan of uiten zich slechts als een tijdelijke stijging van de lichaamstemperatuur of versnelling van de pols. Grotere embolieën kunnen aanleiding zijn tot shock of plotselinge dood, misschien mede doordat er vaak een reflectoire vaatvernauwing in de niet-aangedane vaatgebieden optreedt. Vaak is de patiënt angstig vlak voor het optreden van embolie. Bij fysisch onderzoek vindt de arts soms verschijnselen van bronchiaal ademen, soms ook verschijnselen van een vochtophoping.
Therapie
Bij een longembolie kan men de volgende maatregelen nemen die een belangrijke verbetering van de toestand kunnen bewerkstelligen:
- zuurstof toedienen;
- spasmolytica;
- anticoagulantia (heparine intraveneus);
- shockbestrijding.
Meestal wordt tegelijkertijd een antistollingspreparaat gegeven. Zodra dit preparaat werkzaam wordt, kan de toediening van heparine achterwege blijven.
Een pleuritis wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van vocht tussen de beide bladen van het longvlies: het pariëtale en viscerale blad van de pleura.
Er kunnen verschillende vormen van pleuritis worden onderscheiden:
Pneumothorax wordt gedefinieerd als een ziektetoestand waarbij zich lucht tussen de pleurabladen (longvliezen) bevindt. Een spontane pneumothorax is een pneumothorax die ontstaat zonder een uit- of inwendige oorzaak, meestal bij schijnbaar gezonde jonge volwassenen.
Oorzaken
Het staat vast, dat verhoging van de druk in de luchtwegen alleen (zoals bij persen, hoesten, tillen) nooit tot het ontstaan van een pneumothorax kan leiden.
Als inwendige oorzaken komen een aantal factoren in aanmerking:
- perifeer in de long gelegen blazen (bullae);
- luchtlekkage door de intacte pleura;
- primair interstitieel, later mediastinaal emfyseem met secundair ruptuur van de pleura;
- longprocessen die door vernietiging van longweefsel en de pleura een bronchopleurale verbinding veroorzaken.
De perifeer gelegen bullae of blazen spelen een grote rol bij het ontstaan van de pneumothorax. Vaak zijn de bullae zo klein, dat ze röntgenologisch niet aantoonbaar zijn.
Als oorzaak van de perifere bullae wordt wel gedacht aan genezen ontstekingsprocessen, waarbij littekens een afsluiting kunnen veroorzaken. Maar ook defecten van het elastineskelet (longemfyseem) en verklevingen (die vaak aan de basis van de bullae worden gezien), evenals interstitieel en/of mediastinaal emfyseem worden als oorzaak beschouwd.
Ook longprocessen die weefselvernietiging van de longen veroorzaken kunnen een rol spelen.
Indeling
In principe kan men vier typen van pneumothorax onderscheiden:
- traumatische pneumothorax;
- spontane pneumothorax, die ontstaat bij schijnbaar gezonde mensen; men noemt deze vorm ook wel de idiopathische spontane pneumothorax.
- spontane pneumothorax als complicatie van een longziekte (symptomatische spontane pneumothorax);
- artificiële pneumothorax (in het algemeen bedoeld als een therapeutische ingreep).
Oorzaken van traumatische pneumothorax zijn: schot- en steekwonden in de thorax, alsmede ribfracturen bij ongevallen. Deze vorm van pneumothorax wordt vaak gecompliceerd door bloedingen in de pleuraspleet.
Een idiopathische spontane pneumothorax komt voornamelijk voor bij mannen met een astmatische habitus en een te laag lichaamsgewicht. De aandoening treedt voornamelijk op tussen het vijftiende en veertigste levensjaar.
Ongeveer de helft van de patiënten heeft een aandoening die tot de groep van de ziektebeelden behoort als astma, spastische bronchitis, bronchiëctasieën of longemfyseem. Een genezen tuberculose heeft naar de moderne opvattingen slechts een betrekkelijk gering aandeel in het ontstaan van spontane pneumothorax.
In een aantal gevallen van idiopathische spontane pneumothorax wordt een familiair voorkomen gevonden. Lichamelijke activiteiten waarbij de druk in de luchtwegen wordt verhoogd, spelen een ondergeschikte rol.
Kleine of grotere perifeer gelegen bullae spelen waarschijnlijk een grote rol. De idiopathische spontane pneumothorax heeft een sterke neiging tot recidiveren (circa 30 procent).
Een symptomatische spontane pneumothrax kan bij tal van longziekten optreden:
- congenitale longcysten;
- diffuus longemfyseem;
- astma met longemfyseem;
- bronchopneumonie;
- longabces;
- bronchiëctasieën;
- longtuberculose;
- longembolie;
- longinfarct;
- carcinomen van de bronchiën of pleura;
- sarcoïdose;
- stoflongen;
- asbestose;
- diffuse longfibrose;
- granulomateuze longziekten;
- eosinofiel granuloom van de longen;
- schimmelziekten van de longen.
Symptomen en complicaties
De belangrijkste symptomen van een pneumothorax zijn:
- plotselinge heftige, stekende pijn in de thorax;
- benauwdheid, die na enkele uren minder wordt;
- soms cyanose (blauwzucht);
- droge prikkelhoest die soms pijnlijk is.
De beste manier om een pneumothorax vast te stellen is door middel van klassiek röntgenonderzoek. Men maakt dan foto's in inspiratie- en expiratiestand. Het maken van scans is in het algemeen niet nodig.
Complicaties
De belangrijkste complicaties die bij pneumothorax kunnen optreden zijn:
- spanningsverschijnselen;
- exsudaatverschijnselen;
- dubbelzijdige pneumothorax;
- recidiverende pneumothorax.
Spanningsverschijnselen
Deze verschijnselen treden op als de intrapleurale druk verhoogd is. De symptomen hiervan zijn:
- ernstige benauwdheid;
- angst;
- heftig transpireren;
- bleekheid, cyanose;
- ten slotte: vaatcollaps.
Exsudaatverschijnselen
Kleinere exsudaten in de pleuraholte komen nogal eens voor (in 20 tot 30 procent van de gevallen), grote exsudaten (meestal het gevolg van een bloeding) zijn gelukkig zeldzaam. Men noemt deze laatste toestand hemopneumothorax.
Behandeling
De behandeling van de pneumothorax is gericht op een snelle en blijvende ontplooiing van de samengevallen long met zo gering mogelijke schade voor de longfunctie. Bij een kleine ongecompliceerde pneumothorax voert bedrust in de meeste gevallen tot ontplooiing van de long. Hierbij ligt de patiënt geheel plat in bed met alleen onder het hoofd een klein kussentje.
Bij eventuele zijligging mag de patiënt alleen op de gezonde kant liggen. Een kleine restpneumothorax staat mobilisering niet in de weg. Werkhervatting wordt echter uitgesteld tot de longröntgenologisch volledig is ontplooid.
Wanneer de long volledig of bijna volledig is samengevallen, kan de ontplooiing aanzienlijk versneld worden door een zuigdrainage aan te brengen. Zuigdrainage is noodzakelijk bij spanningsverschijnselen. Zij kan eventueel gecombineerd worden met een pleuraprikkelende stof (bijvoorbeeld talkpoeder) in de pleuraholte.
Deze procedure wordt 'plakken' genoemd. De talk wordt verstoven via een troicart (holle naald); direct daarna wordt zuigdrainage aangelegd. Deze procedure veroorzaakt een steriele pleuritis. Als de long dan ontplooit door de zuigdrainage verkleven de beide pleurabladen en kan - in principe - geen nieuwe pneumothorax meer ontstaan.
Een hemopneumothorax vereist steeds een snelle verwijdering van bloed en stolsels uit de thoraxholte. Bij aanwezigheid van stolsels worden fibrine-oplossende enzymen of preparaten in de thorax ingespoten om zwoerdvorming tegen te gaan. Als de bloeding blijft doorgaan, zal de chirurg besluiten tot het openen van de borstholte teneinde de stolsels te kunnen verwijderen en de plaats van de bloeding te verzorgen.
Schimmelziekten van de longen zijn lang beschouwd als zeldzaam en exotisch. Door de grotere verplaatsingsmogelijkheden van de mens enerzijds en door de verbeterde diagnostiek anderzijds blijken deze ziekten echter meer voor te komen dan men vroeger wel dacht.
Actinomycose
Actinomycose wordt veroorzaakt door de anaërobe schimmel ctinomyces bovis of actinomyces israeli. Hoewel de schimmel in West-Europa voorkomt (onder andere in grassen), treedt zelden een besmetting op. De pathogeniteit (aanvalskracht) van de schimmel is gering.
De symptomen zijn:
- hoest;
- sputum, soms bloedig;
- gewichtsverlies;
- soms enige koorts.
De afwijkingen in de longen zijn meestal in de bovengebieden gelokaliseerd en zien er uit als infiltraten. Pleuritis, aanvreting van de ribben en fistels zijn niet zeldzaam.
De diagnose kan alleen gesteld worden door het aantonen van de schimmels.
De behandeling bestaat uit het toedienen van antibiotica.
Nocardiose
Deze ziekte wordt veroorzaakt door verschillende nocardiasoorten.
Nocardia komt als saprofyt voor in aarde, graan en stro. Er zijn zowel acuut als chronisch verlopende longontstekingen bekend (de laatste wordt soms voor tuberculose gehouden). De longafwijkingen imponeren als infiltraten. Holtevorming (abces) is frequent waargenomen. De schimmel kan in het sputum gemakkelijk worden aangetoond.
De behandeling bestaat uit antibiotica. Longoperaties zijn zelden nodig.
Histoplasmose
Histoplasmose is de meest voorkomende schimmelziekte van de longen en gewoonlijk goedaardig. De ziekteverwekker is histoplasma capsulatum en histoplasma duboisii.
Het ziektebeeld kan onder verschillende vormen verlopen met gelokaliseerde of uitgebreide afwijkingen. Het klinische beeld toont veel overeenkomst met dat van longtuberculose, longgezwellen of sarcoïdose.
De diagnose berust op het aantonen van schimmels in sputum, weefsel of in de kweekproef.
Cryptococcose
Deze ziekte wordt veroorzaakt door cryptococcus neoformans. De afwijkingen in de longen bestaan uit één of meer ronde haarden, uitgebreide haarden en pleuritis, hoewel aandoeningen van het zenuwstelsel het meest bekend zijn. De ziekteverwekker kan worden aangetoond in sputum of weefsel. Meestal (ook als er sprake is van een meningitis) geneest de aandoening na toediening van specifieke antibiotica.
Moniliasis
Candida albicans (of Monilia) komt bij de mens voor in de mond, darmen en vagina. Soms kan deze schimmel ook longafwijkingen veroorzaken. Candida kan dan vaak slechts moeilijk aangetoond worden. Specifieke antibiotica brengen genezing.
Aspergillose
Schimmels van de aspergillusgroep komen zeer veel voor. Deze ziekteverwekkers kunnen acute en chronische longontsteking veroorzaken, eventueel overgaand in abcessen. Aspergillus wordt vaak ook aangetroffen in reeds bestaande holtes in de longen (cavernen, bronchiëctasieën). Meestal reageert de aandoening op specifieke antibiotica of fungicide middelen
Schrijf u gratis in op de newsletter van e-gezondheid !
28/03/2003
Medica Press