Onder hersengezwellen of hersentumoren rekent men zowel goedaardige als kwaadaardige nieuwvormingen van weefsel binnen de hersenen.
Een hersengezwel of tumor is eigenlijk een proces dat zich in de hersenen ontwikkelt, veelal rekent men echter alle gezwellen binnen de schedel ertoe, bijvoorbeeld ook de gezwellen die uitgaan van de hersenvliezen of het hersenaanhangsel. Alle binnen de schedelholte gelegen aandoeningen die enige ruimte innemen kunnen namelijk de hersenen beschadigen door druk uit de oefenen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen gezwellen uitgaande van:
- het zenuwweefsel zelf (neurinomen);
- de voedende steuncellen (gliomen);
- de hersenvliezen (meningeomen);
- het hersenaanhangsel (adenomen).
Tot een andere categorie behoren secundaire gezwellen, uitgaande van de benige schedel, en aandoeningen, afkomstig van uitzaaiingen van gezwellen elders in het lichaam, bijvoorbeeld een longgezwel dat uitzaait naar de hersenen.
De symptomen of verschijnselen bij hersengezwellen worden ten dele bepaald door de plaats waar het gezwel gezeteld is en waar dus hersenweefsel verwoest of weggedrukt is, en zijn anderdeels het gevolg van algemene ruimtebeperking en drukverhoging binnen de schedel. Voor het tot stand komen van die drukverhoging is het niet van belang of het gezwel goedaardig is, dat wil zeggen ten opzichte van de omgeving duidelijk begrensd of in de omgeving ingewoekerd. Alleen de omvang is van belang.
Tot de verschijnselen van de drukverhoging binnen de schedel behoren:
- hoofdpijn, meestal vroeg in de ochtend;
- plotseling braken, vooral 's ochtends vroeg;
- langzame polsslag;
- soms onregelmatige hartwerking;
- stuwing van de pupil in het oog;
- verlies van geestelijke spankracht;
- zintuigstoornissen;
- sufheid en slaperigheid;
- spraakstoornissen;
- karakterveranderingen.
Hersengezwellen kunnen op alle plaatsen in de hersenen en op alle leeftijden voorkomen, ook bij zeer jonge kinderen. Er zijn in wezen geen typische symptomen die als bewijs voor het bestaan van een hersentumor beschouwd mogen worden. Toch kan een combinatie van een aantal symptomen wel een grote mate van zekerheid verschaffen om tot de diagnose 'hersentumor' te besluiten.
De diagnose kan met zekerheid gesteld worden met behulp van moderne scanmethoden (CT-scan, MRI-scan). Behandeling bestaat uit een operatieve ingreep en/of bestraling, afhankelijk van de plaats en de aard van het gezwel.
Gliomen zijn gezwellen die uitgaan van neurogliacellen. Ze hebben veelal de neiging om infiltratief te groeien. Door de vele uitlopers is het gezwel dan ook moeilijk in zijn geheel operatief te verwijderen.
Op basis van het celtype onderscheidt men een viertal typen gliomen:
- astrocytomen;
- oligodendrogliomen;
- medulloblastomen;
- glioblastomen.
Astrocytomen
Deze gezwellen zijn afkomstig van de astrocyten, stervormige gliacellen. Van de gezwellen binnen de schedel bestaat een hoog percentage (30-40 procent) uit astrocytomen.
Men vindt deze gezwellen in verschillende leeftijdsgroepen, vooral in de grote hersenen (voorhoofdskwab, wandbeenkwab, slaapbeenkwab).
Ook op jonge leeftijd, tussen acht en vijftien jaar, worden astrocytomen aangetroffen. Deze hebben een voorkeur voor in de mediaanlijn gelegen structuren zoals de tussenhersenen en de optische zenuw, maar ook de kleine hersenen.
Oligodendrogliomen
Dit type tumor is afkomstig van de oligodendrocyten, gliacellen met slechts weinig uitlopers. De tumor komt minder vaak voor dan de astrocytomen (5-10 procent), voornamelijk bij volwassenen. Ze groeien langzaam.
Men vindt ze vooral in de grote hersenen. Als er geen uitzaaiing heeft plaatsgehad, is de overlevingstijd na een operatieve ingreep meestal lang: van twee tot meer dan twintig jaar.
Medulloblastomen
Deze gezellen komen vooral voor bij kinderen tussen het zevende en twaalfde jaar. Ze zijn meestal gelokaliseerd in het middelste deel van de kleine hersenen, maar groeien ook uit in de hemisferen.
Zeer karakteristieke symptomen zijn onzekerheid bij het lopen, braken, hoofdpijn en duizeligheid. De prognose is in het algemeen ongunstig. Toch kan de overlevingskans na operatie en na bestraling tot voor 10 jaar gemiddeld oplopen.
Glioblastomen
Dit is een sterk infiltratieve en snel groeiende tumor met een ongunstige prognose.
Tumoren van de hersen- en ruggenmergsvliezen komen in ongeveer 15 procent van de gevallen van neuronale tumoren voor. Deze gezwellen komen voor in alle leeftijdsgroepen, met een hoge frequentie tussen het veertigste en vijftigste jaar.
Ze zijn meestal goedaardig en groeien langzaam, waardoor ze jarenlang aanwezig kunnen zijn zonder symptomen te geven. De tumoren kunnen bijzonder groot worden en al naar hun lokalisatie ontstaan kenmerkende neurologische uitvalsverschijnselen.
De gezwellen gaan uit van het harde hersenvlies (dura mater) en/of het spinnewebvlies (arachnoïdea), maar kunnen sterk ingroeien in het hersenweefsel. Soms treft men multiple meningeomen aan. Het schedelbot boven een meningeoom wordt atrofisch en er ontstaat een osteosclerotische reactie met een typische structuur in de vorm van verticaal gerichte beenbalkjes.
De neurologische symptomen (zowel prikkelings- als uitvalsverschijnselen) zijn in wezen gelijk aan de symptomen die men bij andere haardvormige processen aantreft.
De prognose is goed bij vroege diagnose en indien totale extirpatie mogelijk is. Er blijven meestal restverschijnselen, indien ten gevolge van het meningeoom atrofie van de hersenschors of van een ander deel van het centrale zenuwstelsel is ontstaan.
Deze - in het algemeen goedaardige - gezwellen gaan uit van de cellen van Schwann en komen voor in 5-10 procent van de gevallen. Ze kunnen op vele plaatsen in het centrale en perifere zenuwstelsel voorkomen. De meeste neurinomen worden gediagnosticeerd tussen het vijfendertigste en vijfenveertigste levensjaar. Berucht is de lokalisatie in de brughoek. Dit is een tumor van de achtste hersenzenuw (nervus vestibulocochlearis) die een enkele maal dubbelzijdig voorkomt. De tumoren kan men operatief verwijderen en de prognose is in het algemeen gunstig.
Het gezwel ontwikkelt zich in of nabij de inwendige gehoorgang en geeft aanleiding tot een aantal karakteristieke symptomen:
- eenzijdige zenuwdoofheid;
- aanvallen van duizeligheid;
- nystagnus;
- cerebellaire prikkelings- of uitvalsverschijnselen.
Dit zijn tumoren die uitgaan van het hersenaanhangsel; ze komen voor in 5-10 procent van de gevallen. Zowel endocriene als neurologische symptomen kunnen voorkomen. De gezwellen komen in vrijwel alle leeftijdsklassen voor, maar zelden bij kinderen.
Bij gezwellen van het hersenaanhangsel worden vaak een drietal kenmerkende symptomen waargenomen:
- chiasmasyndroom (bitemporale hemianopsie, opticusatrofie, visusdaling);
- vergroting van de sella turcica (het zogenoemde Turkse zadel waarin de hypofyse op de schedelbasis ligt);
- endocriene stoornissen van zeer verschillende aard.
De secundaire hersentumoren betreffen zowel gezwellen uitgaande van de benige schedel als ook uitzaaiingen van gezwellen elders in het lichaam.
Tot de gezwellen uitgaande van de benige schedel behoren osteomen en chondromen. Ze veroorzaken meestal weinig klachten. Soms kunnen deze tumoren zich uitbreiden naar de schedelholte en zo compressie van de hersenen veroorzaken. Een enkele maal komt een kwaadaardig gezwel (carcinoom) voor dat zijn oorsprong vindt in het slijmvlies van een van de bijholten van de neus.
Kwaadaardige gezwellen elders in het lichaam kunnen tot nieuwe tumorvorming in de hersenen aanleiding geven. Sommige carcinomen (onder meer longkanker - bronchuscarcinoom) vertonen veelvuldig uitzaaiingen naar de hersenen.
Andere voorbeelden zijn:
- carcinomen van het maag-darmkanaal;
- mammacarcinoom (borstkanker);
- niercarcinoom.
Het is ten dele nog onduidelijk hoe de metastasering tot stand komt. Men vermoedt dat dit zowel via de bloedvaten (hematogeen) als via de lymfklieren in de hals (lymfogeen) kan gebeuren. Metastatische tumoren hebben meestal een scherpe grens ten opzichte van het omringende weefsel en het centrum vertoont versterf (necrose).
Een hersengezwel geeft niet alleen aanleiding tot uitval van functies in bepaalde hersengebieden, maar soms treden ook prikkelingsverschijnselen op. Een kleine tumor in de motorische schors kan bijvoorbeeld epileptische verschijnselen veroorzaken.
Bij langdurige druk kan het weefsel in de omgeving van de tumor zodanig beschadigd worden dat het niet meer geprikkeld kan worden, waardoor een totale uitval van de functie van dat gebied optreedt.
Van de prikkelingsverschijnselen zijn het optreden van een focale epileptische aanval de belangrijkste. De uitvalsverschijnselen zijn velerlei, zoals motorische uitval (paralyse of parese), maar ook sensibele uitval (gevoelsstoornissen, gezichtsvelduitval en gehoorstoornissen).
Voorhoofdskwab (lobus frontalis)
Vaak ziet men symptomen van motorische aard:
- hemiparese;
- ataxie;
- neiging schuin achterover te vallen.
Epileptische verschijnselen komen voor, meestal zonder focaal kenmerk, soms echter ingeleid door draaien van het hoofd en de romp van de haard af.
Psychische verschijnselen zijn: soms euforie, gepaard gaande met motorische ontremming, waarbij ongepaste grappen en handelingen voorkomen; verder kritiek- en oordeelsstoornissen en initiatiefstoornissen tot volledige apathie.
Slaapbeenkwab (lobus temporalis)
Hierbij komen motorische stoornissen voor in de vorm van parese en ataxie. De epileptische symptomen zijn meestal gekenmerkt door de afwezigheid van focale verschijnselen, met soms echter als aura een onaangename reuk of smaak.
Psychische stoornissen komen voor, waarbij nogal eens aanvalsgewijze veranderingen optreden waarbij de patiënt gedesoriënteerd is, soms angstig, en het gevoel heeft in een reeds bekende situatie te verkeren. De patiënt lijkt zich soms in een droomtoestand te bevinden.
Wandbeenkwab (lobus parietalis)
Typisch zijn focale epileptische verschijnselen, vaak als epilepsie van Jackson. Verder kan hemihypesthesie optreden, vooral van de gnostische sensibiliteit, terwijl psychische stoornissen zeldzaam zijn.
Achterhoofdskwab (lobus occipitalis)
Hemianopsie en epileptische verschijnselen, die veelal voorafgegaan worden door waarneming van lichtflitsen, zijn veel voorkomende symptomen. Psychische stoornissen zijn in het algemeen zeldzaam en gaan dan gepaard met visuele hallucinaties.
Kleine hersenen (cerebellum)
De algemene tumorverschijnselen staan sterk op de voorgrond en in het begin worden veelal hoofdpijn en braken waargenomen. De patiënt maakt door het vele braken een erg zieke indruk.
Als symptomen van meer specifieke aard kan men nekstijfheid waarnemen en ook dwangstand van het hoofd, waarbij de kin omlaag gericht is en gedraaid naar de kant van de tumor. Ook kan een acute ademstilstand voorkomen. Verder worden, afhankelijk van de lokalisatie, typisch cerebellaire verschijnselen, zoals rompataxie of hemiataxie waargenomen
27/03/2003
Medica Press