
Toestand waarbij alle functies van de hersenen onherstelbaar zijn aangetast. Een manier om bij ernstige slachtoffers van bijvoorbeeld verkeersongevallen (of na hartstilstand bij een infarct) te kunnen uitmaken of de patiënt die met moderne medische apparatuur 'in leven' wordt gehouden, als overleden mag worden beschouwd. Voorwaarde is onder andere dat het elektro-encefalogram volstrekt rechtlijnig is.
Hersendood wordt omschreven als een toestand waarbij de hersenen, inclusief de hersenstam, onherstelbaar beschadigd zijn en waarbij door kunstmatige beademing en kunstmatige beinvloeding van hart en circulatiesysteem een schijnleven in stand wordt gehouden.
Hersendood ontstaat vooral door vochtophoping binnen de schedel (hersenoedeem) als gevolg van letsels en tijdelijke hartstilstand. Het tijdstip van het intreden van de dood is in deze gevallen niet met zekerheid vast te stellen.
01/04/2003
Medica Press