Overzichtspagina Gezondheid > Ziekten en aandoeningen > Hersenen, Zenuwen, Geheugen, Geestesgesteldheid, Slaap > Wat is epilepsie?

Wat is epilepsie?

Wat is epilepsie?Epilepsie (vallende ziekte) is een reeks stoornissen van uiteenlopende aard, die gemeen hebben dat zij in aanvallen verlopen bij verlaging van het bewustzijn.


1. Inleiding

Epilepsie is geen scherp omschreven ziekte, omdat de aanvallen ook kunnen voorkomen als nevenverschijnsel bij vele andere aandoeningen van de hersenen.

In de duidelijk uitgesproken gevallen blijkt de stoornis in de hersenwerking uit bewustzijnsverlies, spierkrampen en spierschokken. De laatste wijzen op een prikkelingstoestand van het gebied van de grote hersenen, dat belast is met de coördinatie van de bewegingen.

Een aanval of toeval wordt meestal veroorzaakt doordat een deel van de hersenen in een toestand van verhoogde prikkelbaarheid geraakt. Dit verschijnsel plant zich dan voort naar de directe omgeving, waardoor een steeds groter deel van de hersenen verhoogd prikkelbaar wordt.

Tijdens aanvallen is het elektro-encefalogram (EEG) afwijkend, maar ook buiten de aanvallen geeft het EEG van een patiënt met epilepsie afwijkingen te zien. In de grote meerderheid van de gevallen vertonen epilepsiepatiënten kenmerkende afwijkingen in de elektrische activiteit van hun hersenschors en vaak komen overeenkomstige afwijkingen eveneens bij hun naaste familieleden voor.

De meeste patiënten reageren goed op bepaalde medicijnen, zogenoemde anti-epileptica. In veel gevallen is het tevens belangrijk dat de patiënt zijn levenswijze zo aanpast dat de kans op het optreden van epileptische aanvallen zo gering mogelijk wordt.

Indeling
In principe kan men twee groepen epilepsieën onderscheiden:

  • Symptomatische epilepsie: deze vorm kan optreden bij een grote groep afwijkingen en intoxicaties, bijvoorbeeld hersentumor, cerebrovasculair accident (hersenbloeding), hypoglycaemie, schedel- of hersenletsel, infecties binnen de schedel en uremie.

  • Idiopathische of genuïene epilepsie, die wordt gekenmerkt door het ontbreken van aantoonbare afwijkingen in de hersenen. Een neiging tot het krijgen van insulten of aanvallen kan wel erfelijk zijn.


Diagnostische hoofdkenmerken
Er zijn een aantal kenmerken die voor alle vormen van epilepsie in meer of mindere mate gelden:

  • plotseling begin van aanvalsgewijze, voorbijgaande, recidiverende hersenfunctiestoornissen, gewoonlijk gepaard gaande met stoornissen van het bewustzijn;

  • de verschijnselen kunnen variëren van gedragsstoornissen tot langdurige en continue spiertrekkingen;

  • er kan een afwijking van de hersenen aan ten grondslag liggen;

  • er kan een positieve familie-anamnese zijn.


2. Oorzaken

Tot de oorzaken van de symptomatische epilepsie kunnen de volgende aandoeningen worden gerekend:

  • Organische hersenziekten, waaronder gezwellen, atherosclerotische processen en littekenvorming.


  • Schedeltraumata. Reeds in het beginstadium kan epilepsie optreden ten gevolge van een hematoom of een compressiefractuur. Veelvuldiger is de eerst na langere tijd, soms jaren later, optredende post-traumatische epilepsie, ten gevolge van lokale littekenvorming.


  • Acute infectieziekten. Zowel door de koorts als door de micro-organismen kan vooral bij kinderen epilepsie ontstaan. De aanvallen zijn in het algemeen onschuldig van aard. Primaire en secundaire encefalitis - in het laatste geval vooral na mazelen en kinkhoest - geven ernstiger verschijnselen.


  • Stofwisselingsstoornissen, zoals hypoglycaemie, uremie en tetanie. Vaak ziet men ook epileptische verschijnselen bij kinderen met aangeboren stofwisselingsstoornissen, waarbij ook het zenuwstelsel betrokken is: intoxicaties, waaronder alcohol, loog, bepaalde koolwaterstoffen, maar ook verschillende soorten drugs, kunnen %pileptische verschijnselen veroorzaken.


Circulatiestoornissen
De grens tussen idiopathische en symptomatische epilepsie is niet altijd scherp te trekken, omdat bij bepaalde patiënten vaak beide groepen oorzaken een rol spelen. Er bestaat een aantal factoren die het optreden van epileptische aanvallen kunnen provoceren, zoals hyperventilatie, hypoglycaemie, veranderingen in de bloeddruk (hypotensie, hypertensie). Ook stoornissen in de water- en elektrolytenhuishouding zijn van grote invloed op het optreden van aanvallen.

Voorts kunnen hormonale factoren een rol spelen, zoals blijkt uit het optreden van aanvallen gedurende bepaalde perioden van de menstruele cyclus. Absences komen vaker voor tijdens of omstreeks de menstruatie.

Algemene verschijnselen zoals slaaptekort, vermoeidheid, overmatig alcoholgebruik en dergelijke kunnen de drempelwaarde voor epileptische aanvallen verlagen.


3. Symptomen

Men maakt in het algemeen onderscheid tussen partiële en gegeneraliseerde epilepsieën, terwijl er ook nog epilepsievormen zijn die men niet kan classificeren.

De gegeneraliseerde epilepsieën verdeelt men weer in primair gegeneraliseerde epilepsieën, zoals een petit-mal en grand-mal aanval, en daarnaast de sucondair gegeneraliseerde epilepsieën.

Partiële epilepsie
Bij de partiële epilepsie is er sprake van een focale aanval uitgaande van een epileptische haard. Een dergelijke aanval begint meestal met een aura, die karakteristiek is voor het betreffende hersendeel.

Men spreekt van een visuele of olfactorische (reuk) aura, wanneer de aanval in respectievelijk de visuele schors of de reukschors begint. De focale of lokale aanvallen kunnen overgaan in een gegeneraliseerde epilepsie.

Jackson-epilepsie
Deze vorm van epilepsie uit zich in focale trekkingen, gedurende welke het bewustzijn veelal behouden blijft. Tegenwoordig rekent men de Jackson-epilepsie tot de partiële aanvallen met elementaire symptomatologie, waarbij de aanval motorisch, sensibel of autonoom van aard kan zijn.

Bij een motorische aanval treden aanvalsgewijs trekkingen op in bepaalde spiergroepen ten gevolge van een verandering in de prikkelingstoestand van bepaalde groepjes zenuwcellen in de motorische schors.

De veelal clonische contracties beginnen bij een spier of spiergroep en breiden zich dan uit naar andere spieren van dezelfde lichaamshelft, waarbij het bewustzijn intact blijft. Na verloop van de aanval kan men vaak paretische verschijnselen van de aangedane lichaamshelft waarnemen.

De aanval begint meestal in de hand, een gelaatshelft of de voet. Een aanval kan zich uitbreiden, bijvoorbeeld van de hand langs de arm naar de schouder, romp, dij of beenspieren. Ook kan de aanval sensibel van aard zijn. Er treden dan aanvalsgewijze gewaarwordingen van de sensibele modaliteiten in bepaalde lichaamsdelen op. Dit kunnen zowel aanvallen van pijn als van paresthesieën zijn.

Van bijzondere aard zijn de partiële epilepsieën waarbij spraakstoornissen optreden en die waarbij autonome stoornissen (bepaalde sensaties in de inwendige organen) voorkomen.

Psychomotorische epilepsie
Hieronder verstaat men meestal partiële aanvallen die een complexe symptomatologie hebben en waarbij in het algemeen ook bewustzijnsstoornissen optreden.

Meestal begint een dergelijke aanval in de slaapbeenkwab (lobus temporalis) en vaak worden gastrische (van de maag komend) of gustatorische (reuk) aura's beschreven. De duur van de aanval is zeer wisselend, meestal iets langer dan de absence, soms echter veel langer.

Een dergelijke temporale aanval wordt vooral gekarakteriseerd doordat de patiënt automatische handelingen uitvoert, bijvoorbeeld wassen en uitkleden. Achteraf weet de patiënt zich hierover niets te herinneren, er is een duidelijke amnesie.
De aanvallen beginnen meestal rond het 25e levensjaar. Verder zijn kenmerkend:

- onsamenhangende spraak;
- draaien van hoofd en ogen;
- smakkende geluiden met de lippen;
- draaiende en kronkelende bewegingen van de armen en benen;
- omneveld bewustzijn.

Gegeneraliseerde aanvallen
Onder deze tweede categorie worden onder meer gerangschikt grand mal aanvallen (tonisch-clonische aanvallen), petit mal- aanvallen (absences) en salaämkrampen.

Grand mal
Dit is een ernstige, uitgesproken vorm van epilepsie. Hierbij kan de patiënt zich enkele dagen voor het uitbreken van de aanval ongewoon goed of slecht voelen. Deze toestand kan voor de patiënt een waarschuwing voor een dreigende aanval inhouden.

îIedere patiënt heeft vaak zijn eigen soort waarschuwing, die vlak voor de aanval optreedt. Er kunnen in bepaalde delen van het lichaam vreemde gewaarwordingen zijn: lichtflitsen, kleuren, geluiden en aangename of verontrustende emoties.

Als dan de aanval komt, wordt de patiënt bleek, zijn ogen sperren zich open, hij verliest het bewustzijn en dat gebeurt vaak met een wilde, doordringende schreeuw.

De ademhaling staat tijdelijk stil, armen en benen en romp verstijven, de patiënt valt op de grond. Tijdens dit deel van de aanval, dat tien tot dertig seconden duurt, kunnen de blaas of de darm, of beide, zich ledigen. Het gezicht wordt blauw en de gelaatsuitdrukking verwrongen. Dan wordt de algemene verstijving verbroken.

Er komen ritmische spierschokken, in het begin snel en kort, vervolgens steeds langzamer en krachtiger. De patiënt snakt naar adem. De samentrekkingen worden steeds minder snel. Deze fase duurt ongeveer twee tot drie minuten, maar kan ook langer duren.

Hierna kan de patiënt in een diepe slaap verzonken raken, die enige uren kan duren, of hij kan opstaan met doelloze, slingerende bewegingen, versuft en verward en niet in staat te begrijpen wat tegen hem gezegd wordt. Vaak heeft hij gedurende uren een hIvige hoofdpijn. Soms kan de patiënt de ene aanval na de andere krijgen (status epilepticus) zonder dat hij bij bewustzijn komt.

Petit mal (absences)
Deze vorm van epilepsie wordt gekenmerkt door vluchtige aanvallen van daling van het bewustzijn. Deze aanvallen kunnen vaak zo kort van duur zijn dat ze onopgemerkt voorbijgaan.

Het hoofd kan eventjes knikken, de spraak kan enkele seconden stokken en dan weer normaal verder gaan of een wezenloze blik kan de aanval kenmerken. Soms treden enkele schokken in de arm op of knippert de patiënt even met de oogleden. Ook zuig- en kauwbewegingen doen zich vaak voor.

Salaämkrampen
Deze vorm van epilepsie wordt het vaakst gezien in de eerste twee levensjaren, speciaal bij kinderen met een psychomotorische retardatie. Er treedt plotselinge sterke trekking van bijna alle spieren van het lichaam op, met als resultaat een voorbijgaand dubbelslaan van het lichaam en flexie en adductie van armen en benen.


4. Behandeling

De meeste aanvallen van epilepsie kunnen adequaat behandeld worden met geneesmiddelen (anti-epileptica). De huisarts of specialist zal een keuze maken uit een of meerdere middelen. Op geleide van bloedonderzoek zal uiteindelijk de juiste dosering vastgesteld kunnen worden


11/03/2003
Medica Press


Pub

Verzekeringsruimte

Pub