• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Commentaren (0)

Hypertensie: de zin van zelfmeting

Hypertensie: de zin van zelfmeting Zelf zijn bloeddruk meten, kan uiteraard hypertensie opsporen, maar ook de patiënt bewustmaken van de ernst van zijn aandoening en hem op lange termijn betrekken bij zijn behandeling. Zelfmeting in de praktijk...

Bloeddrukmeting bij de dokter

We spreken van arteriële hypertensie als de systolische bloeddruk hoger is dan of gelijk aan 140 mmHg en/of de diastolische bloeddruk hoger is dan of gelijk aan 90 mm Hg. Met andere woorden: bij een bloeddruk van meer dan 14/9. De bloeddruk moet gemeten worden bij de dokter, en de patiënt moet zich gedurende verschillende minuten in zittende of liggende houding bevinden. Er zijn minstens twee metingen nodig tijdens hetzelfde consult, met enkele minuten tussentijd. De eigenlijke bloeddruk is dan het gemiddelde van alle metingen. Deze procedure moet gedurende 3 à 6 maanden herhaald worden tijdens 3 opeenvolgende consulten. Tijdens het eerste consult wordt de bloeddruk meestal gemeten aan beide armen. Bij asymmetrie (meer dan 20 mmHg verschil voor de systolische bloeddruk) gebeuren de volgende metingen op de arm die de hoogste waarde heeft opgeleverd. In het bijzonder bij 65-plussers of diabeten met hypertensie wordt gespeurd naar zogenaamde orthostatische hypertensie, met andere woorden: een eventuele bloeddrukdaling in rechtstaande houding (meer dan 20 mmHg voor de systolische bloeddruk en meer dan 10 mmHg voor de diastolische).

Zelfmeting thuis

Zelfmeting van de bloeddruk is aan te raden aan alle hypertensiepatiënten, met name voor de educatieve waarde. Daarbij moet de patiënt niet alleen thuis zelf regelmatig zijn bloeddruk meten, maar wordt hij ook betrokken bij zijn behandeling, voor een betere follow-up. Hij moet zich dan wel strikt aan de zogenaamde "regel van drie" houden: drie opeenvolgende metingen in liggende houding 's ochtends en 's avonds, gedurende drie dagen, in periodes van normale activiteit. Zelfmeting vervangt meting bij de dokter niet, maar levert wel bijkomende informatie op om de patiënt goed op te volgen, de diagnose te verfijnen, de behandeling aan te passen en de doeltreffendheid te evalueren. De interpretatie van de meetresultaten blijft echter de taak van de arts. Wel liggen hypertensiedrempels bij zelfmeting iets lager dan bij meting in het dokterskabinet: 135/85 in plaats van 140/90. Het is aan te raden om een manchetmeter te gebruiken, geen polsmeter.

Artikel gepubliceerd door op 06/06/2006

Bronnen: Haute autorité de santé (Hoge gezondheidsautoriteit), aanbevelingen "Prise en charge des patients adultes atteints d'hypertension artérielle essentielle" ("Behandeling van volwassen patiënten met essentiële arteriële hypertensie"), actualisering 2005.

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten