Overzichtspagina Gezondheid > Huid, Nagels > Huidaandoeningen: wat u er nog niet over wist

Huidaandoeningen: wat u er nog niet over wist

Huidaandoeningen: wat u er nog niet over wistVoor het stellen van de diagnose van een huidaandoening is het nauwkeurig bekijken van de oppervlakkige veranderingen een eerste vereiste. Hierbij zijn vooral van betekenis de elementen die bij het beginstadium aanwezig zijn, de zogenaamde primaire efflorescenties. De huidarts (dermatoloog) noemt elke huidaandoening een efflorescentie.


Algemene aspecten

Terminologie van primaire efflorescenties

Macula
Onder een macula of vlek verstaat men een omschreven kleurverandering van de huid zonder enige verdere verandering. Het kan een omschreven roodheid door vaatverwijding betreffen of een bruinkleuring door circumscripte pigmentvermeerdering in de basale cellenlaag (bijvoorbeeld zomersproeten) of een blauwkleuring als gevolg van een pigmentvermeerdering in de lederhuid (bijvoorbeeld een blauwe naevus) of een witte verkleuring als gevolg van pigmentverlies op scherp omschreven plaatsen (bijvoorbeeld vitiligo).

Urtica
Een urtica of kwaddel is een vluchtige, omschreven, licht boven de huid verheven, witachtige zwelling van de huid, omgeven door een rode hof.

Zij ontstaat door een snelle plaatselijke zwelling (oedeemvorming) van de lederhuid binnen 10 tot 20 minuten en verdwijnt weer na verloop van enige uren (bijvoorbeeld netelroos). De witte kleur is het gevolg van compressie door de zwelling.

Papula
Een papula of papel is een omschreven duidelijke weefselvermeerdering van langere duur, meestal duidelijk boven het huidniveau verheven. Een papel kan microscopisch verschillende vormen hebben:

- als epidermale papel door een massieve verbreiding van de epidermis door acanthose (bijvoorbeeld wrat);

- als cutane papel door infiltratie van ontstekingselementen in de lederhuid (bijvoorbeeld bij lues);

- als gemengde papel door verbreding van de epidermis en tegelijk infiltratie in de huid (bijvoorbeeld lichen ruber).

Nodulus
Een knobbeltje is een speciale papelvorm. Zij heeft de grootte van een speldenknop, steekt half kogelvormig boven het huidniveau uit en is duidelijk geïnfiltreerd. Dit is de specifieke primaire efflorescentie van het eczeem.

Nodus
Een nodus of knobbel is een geïnfiltreerde omschreven weefseltoeneming in de huid, groter dan een kers. Als de huid duidelijk naar buiten welft, spreekt men van een tuber. Als de weefseltoename meer in de diepte van de huid is gelegen, noemt men de eflorescentie een nodus (bijvoorbeeld erythema nodosum).

Vesicula
Een vesicula of blaasje is een half kogelvormig, boven het huidniveau uitstekend, met vocht gevuld blaasje ter grootte van een speldenknop of iets groter. De efflorescentie behoort ook tot de karakteristieke eczeem-efflorescenties. Men treft ze onder meer aan bij de dyshidrotische eczemen, herpes en varicellen.

Bulla
Door ophoping van sereus weefselvocht in of onder de opperhuid kunnen kleine en grotere blaasjes en blaren (bullae) ontstaan (bijvoorbeeld epidermofytiden, eczeem, dermatitis herpetiformis).

Pustula
Wanneer de inhoud van een blaasje of blaar troebel wordt door etter, ontstaat een gele of geelgroene verkleuring (bijvoorbeeld furunkel). Blaren en puisten kunnen in verschillende lagen van de epidermis gelokaliseerd zijn: subcorneaal, intra-epitheliaal of subepitheliaal.

- Subcorneale lokalisatie tussen de hoornlaag en de spinale laag (bijvoorbeeld bij impetigo).

- kntra-epitheliale lokalisatie tus-sen de diepere lagen van de epidermis (bijvoorbeeld pemphigus vulgaris).

- Subepitheliale lokalisatie, waarbij de blaar gelegen is tussen de opperhuid en de lederhuid (bijvoorbeeld dermatitis herpetiformis, erythema exsudativum multiforme).

Hyperkeratose
Onder abnormale omstandigheden kan het tot een onfysiologische verdikking van de hoornlaag (hyperkeratose) komen. Er is dan sprake van een stoornis in het evenwicht tussen aanmaak en afstoting van hoorncellen. De hierbij optredende overmatige hoornvorming kan algemeen of omschreven zijn.

Acanthose
Onder acanthose verstaat men een verdikking van de epidermis door een massale vermeerdering van de cellen in het stratum spinale.

De deling van de stekelcellen blijft in de naar de oppervlakte van de huid toe schuivende lagen langer optreden dan normaal. Als gevolg van de hierdoor optredende verbreding van de spinale laag, en daarmee van de epidermis, worden de papillen in het stratum papillaire van de huid langer en smaller.

Parakeratose
Een parakeratose is een kwalitatieve verandering van het verhoorningsproces. De cellen behouden hierbij tot in het stratum corneum haar kernen. Er bevinden zich weinig of geen korrels in het stratum granulosum; de onderlinge samenhang van de cellen is minder hecht.

Spongiose
Spongiose is de toestand waarbij zich vocht ophoopt in de verbrede intercellulaire ruimten van de spinale laag. Deze verbrede vochtruimten zijn als regel voorstadia van blaasjes en blaren, zoals die bijvoorbeeld bij eczeem kunnen optreden.

Tuberkel
Een tuberkel is een korrelgezwel dat kenmerkend is voor tuberculeuze processen. Tuberkels zijn ronde haarden, die onder glasdruk een vuilbruine verkleuring te zien geven. In de ronde haarden vindt een centrale necrose (verkazing) plaats, die in de huid !eestal niet zo uitgesproken is.

Rondom deze verkazingsplek volgt naar buiten toe een rand met epitheloïde cellen, waaromheen enkele reuzencellen van Langhans en verder naar buiten een wal van lymfocyten.


Huidallergie

Vele allergische mechanismen uiten zich in min of meer specifieke huidstoornissen (dermatosen). Op zichzelf onschuldige stoffen kunnen onder bepaalde omstandigheden dermatosen veroorzaken.

Het contact met allergenen kan op verschillende manieren plaatsvinden:
- door uitwendig contact;
- via de mond;
- door inhalatie;
- door infectie.

Men neemt aan dat bij overgevoeligheid voor een bepaald agens door het samenkomen van antigenen en antilichamen onder meer histamine wordt vrijgemaakt.

Voor de aard van de allergische reactie is het van belang in welk weefsel of in welk orgaan deze reactie optreedt:

- in de opperhuid (ontstaan van eczeem);

- in de lederhuid en de bloedvaten van de lederhuid (ontstaan van urticaria);

- in het bloed (onder meer een daling van het aantal trombocyten en het ontstaan van purpura en mogelijk agglutinatie en agranulocytose).

Er zijn verschillende mogelijkheden om de schadelijke substantie aan te tonen of op te sporen:
- epicutane test, door middel van lapjesproeven;

- intracutane proef door middel van huidkrasjes of intracutane injectie (urticaria);

- bloedtest.

Terwijl bij de meeste overgevoeligheidsziekten zoals hooikoorts, astma en urticaria, wel antilichamen in het bloed kunnen worden aangetoond, is dit bij overgevoeligheidseczemen in het algemeen niet mogelijk. Bij eczeem ontstaat het fenomeen van de sensibôlisering door een- of meermalen contact. Hierdoor ontstaat een specificiteit die beschouwd moet worden als een bewijs van de allergische oorsprong van het eczeem.

Allergische aandoeningen ontstaan onder verschillende voorwaarden of condities:
- sterke overgevoeligheid ten opzichte van de schadelijke substantie;

- kwalitatief anders reageren dan de toxicologische reactie van het antigeen;

- het symptomencomplex van het shockorgaan is onafhankelijk van de schadelijke substantie;

- sterke specificiteit van de overgevoeligheid;

- de sensibilisering verloopt zeer geleidelijk en langzaam.

Met betrekking tot sensibilisering van de huid dient men zich steeds de twee volgende punten te realiseren:

1. Wanneer de epidermis het shockorgaan is, treedt altijd een vorm van eczeem op die onafhankelijk is van de noxe (bijvoorbeeld cement, terpentijn, geneesmiddelen, plantaardige stoffen).

2. Wanneer de lederhuid het shockorgaan is, ontstaat altijd een urticaria (bijvoorbeeld bij bepaalde voedingsmiddelen, geneesmiddelen, zonlicht, koude).


1 2 3


Pub


Pub

Verzekeringsruimte

Pub