Hoelahoepen: een heel gezonde sport!

Gepubliceerd door Emilie Pommereau, gezondheidsjournaliste op 14/11/2017 - 10h30
-A +A

Wie in de hoepel stapt, ontdekt de vele heilzame effecten van het hoepelen! Deze originele vorm van bewegen is tegelijk ludiek, creatief en sportief, en zet zowel lichaam als geest aan het werk.

PUB

Voordelen van het hoepelen

Rond je middel een hoepel laten draaien: een spel voor kinderen? Dat is al lang niet meer zo! Om de hoepel draaiend te houden, moet je verschillende lichaamsdelen mobiliseren: de buik, de rug en het bekken. Elke dag minstens 10 minuten hoepelen (= 100 verbrande calorieën) verslankt de taille en de heupen, versterkt de buikspieren en de onderrug, maakt het bekken soepeler en bevordert de motoriek. Maar hoepelen heeft nog meer voordelen! Als je je creativiteit de vrije loop laat, wordt de hoepel een echt dansaccessoire waarmee je de meest waanzinnige figuren kunt uitvoeren, die ook armen en benen doen bewegen. Sommige scholen geven trouwens lessen in hoop dancing en hooping fitness. Een recente studie heeft ook de voordelen van het ludieke en creatieve aspect van het hoepelen aan het licht gebracht. Hoepelen zou een soort kunsttherapie zijn die het risico op een burn-out en/of empathische uitputting bij verpleegkundigen op de spoeddienst helpt voorkomen of verminderen.

Contra-indicaties voor het hoepelen

Dankzij de draaiende bewegingen rond het middel doet hoepelen de tailleomvang afnemen. Om dat effect nog te versterken, hebben sommige producenten massagehoepels ontworpen. Die zijn zwaarder en hebben bobbeltjes aan de binnenkant die drukpunten in bepaalde lichaamszones masseren. Soms zijn ze ook gevuld met water voor extra gewicht (aqua wave). Maar let op: te intensief gebruik van de massagehoepel kan bloeduitstortingen veroorzaken en ter hoogte van de nieren blauwe plekken achterlaten. Dergelijke speciale hoepels zijn dus af te raden voor mensen die makkelijk bloedingen krijgen of problemen hebben met hun bloedcirculatie. En nog een goeie raad: als je altijd dezelfde kant op hoepelt, bestaat het gevaar dat de ene kant van je lichaam steviger en slanker wordt dan de andere. Vergeet dus niet af en toe van richting te wisselen. Dan krijg je een gelijkmatig resultaat.

De keuze van de hoepel

Beginnelingen kiezen het best een zogenaamde fitnesshoepel. Die is vrij groot (90 tot 110 cm diameter) en zwaar (800 gram tot 1 kg), draait langzamer en is daardoor makkelijker te controleren. Als je er eenmaal mee weg bent, kun je voor een danshoepel gaan. Die is kleiner (80 tot 90 cm diameter) en lichter (200 tot 600 gram), en vraagt meer behendigheid om hem in evenwicht te houden. Let er in ieder geval op dat de grootte van de hoepel aangepast is aan je lengte. Test het uit door de hoepel rechtop voor je op de grond te plaatsen. De bovenkant van de hoepel moet ongeveer tot aan je navel komen. Er bestaan trouwens demonteerbare hoepels, waardoor je ze makkelijk kunt transporteren. Voor wie van gadgets houdt, zijn er de zogenaamde Vhoops. Deze hoepels zijn via sensoren verbonden met een bluetooth-apparaat. Op die manier kun je je training gedetailleerd volgen.

Oefeningen om te leren hoepelen

Ga in de hoepel staan en breng hem ter hoogte van je middel, mooi evenwijdig met de grond. Zet je ene voet voor de andere, geef de hoepel een duwtje en maak zachte, ritmische en schommelende bewegingen naar voren en naar achteren zodat de hoepel blijft draaien. Een van de vaak gemaakte fouten bij beginners is dat ze die draaiende bewegingen met het bekken maken. Je moet veeleer de heupen lichtjes wiegen en daarbij je gewicht van de ene voet naar de andere verplaatsen. Als je de draaibeweging eenmaal onder de knie hebt, kun je er extra bewegingen aan toevoegen: door de knieën buigen, vooroverhellen en de hoepel boven je hoofd op je hand laten draaien.

Gepubliceerd door Emilie Pommereau, gezondheidsjournaliste op 14/11/2017 - 10h30

Park, Sung Keun et al. Yonsei Medical Journal 48.5 (2007): 868–870. PMC. Web. 3 Aug. 2017.

Neha S Raorane et al. International Journal of Applied Research, 2017, VOL. 3 ISSUE 1, PART H.

Sánchez, Caroline et al. Journal of Emergency Nursing , Volume 40 , Issue 4 , 394 - 395

Bekijk dit artikel
PUB