• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Commentaren (0)

Hoe meer ze roken, hoe meer ze 'ronken'!

Hoe meer ze roken, hoe meer ze 'ronken'! Sommigen vermoedden het al, maar vandaag is het wetenschappelijk bewezen: de grootste snurkers zijn rokers!

Snurken is een absoluut onschuldig verschijnsel dat voorkomt bij 16 tot 33 % van de mannen en 8 tot 19 % van de vrouwen. Snurken verstoort de slaapkwaliteit, niet alleen van de snurker zelf, maar ook van zijn (haar) partner. Gevolg: ze lopen er overdag als een zombie bij. Bovendien verhoogt snurken het risico op diabetes, hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk.

Wie snurkt er zoal?

Zwaarlijvigheid, aandoeningen van de bovenste luchtwegen en van het mannelijke geslacht zijn, zijn risicofactoren. De rol van actief en passief roken daarentegen is nog altijd niet duidelijk. Vandaar het belang van deze recente studie, die uitgevoerd werd bij in totaal 15.500 Ierse, Estse, Deense en Zweedse mannen en vrouwen tussen 25 en 54 jaar. Ze moesten daarbij een vragenlijst invullen. Als criteria voor snurken werden daarbij de frequentie gehanteerd (minstens drie keer per nacht) en zijn lawaaierige en hinderlijke karakter.

Daaruit blijkt dat snurken meer voorkomt bij rokers (24 %) en ex-rokers (20 %) dan bij niet-rokers (14 %). En niet-rokers die thuis gedwongen worden om passief te roken, lopen meer kans om te snurken dan niet-rokers die in een rookvrije omgeving leven. De auteurs stellen ook vast dat, hoe meer iemand rookt, hoe meer hij snurkt. Roken verhoogt het snurkrisico met 17 %, los van zwaarlijvigheid, geslacht en leeftijd. Ter vergelijking: zwaarlijvigheid alleen zou de kans met ongeveer 4 % doen toenemen, passief roken met 2 %. Dus, als uw partner snurkt en bovendien ook rookt, moedig hem of haar dan aan om te stoppen met roken. Het zal jullie gezondheid alleen maar ten goede komen!

Schrijf u gratis in op de newsletter van e-gezondheid !

Artikel gepubliceerd door op 14/12/2004

Bronnen: Franklin K.A. et coll., Am. J. Respir. Critic. Care Med., 170: 799-803, 2004.

Vindt u het artikel interessant?