• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    8 mening
  • Commentaren (0)

Het logesyndroom: beknelling van de spieren

Het logesyndroom: beknelling van de spieren

Sommige aandoeningen zijn een echte hersenbreker voor de medische wereld. Het logesyndroom bijvoorbeeld. Of hoe een gevangen spier te bevrijden…

Het logesyndroom vertegenwoordigt ongeveer 10 % van alle niet-traumatische sportblessures.

Het komt vooral voor bij jonge atleten (van gemiddeld 25 jaar) en treft bij voorkeur de benen, in zeldzamer gevallen de armen of de wervelkolom. Waarover gaat het precies?

De term "loge" betekent hier: het aponeurotisch membraan dat rond elke spiergroep zit. De loge moet voldoende strak aangespannen zijn om de spier goed op zijn plaats te houden, maar tegelijk ook voldoende los, zodat de spier lichtjes kan uitzetten bij inspanning; dat komt omdat het bloed daarbij tot 20 keer sneller kan stromen. Het spiervolume kan dan tot één derde toenemen. Voor sommige atleten is dat een probleem. Als de loge niet voldoende uitrekt, veroorzaakt de zwelling een krampachtige pijn die ontstaat in de kern van de geknelde spier.

Het logesyndroom treft tal van sporters in disciplines als wielrennen, autosport enz, maar richt vooral ravage aan bij hardlopers. De getroffen spier voelt dan heel pijnlijk aan. Uiteraard verdwijnt de pijn in rust, maar ze duikt weer op zodra men herbegint. De gespannen en gezwollen loge is dan voelbaar onder de huid. Het bloed circuleert niet meer, en de spier kan nagenoeg niet meer uitgerekt worden. Soms veroorzaakt het logesyndroom zelfs verlammingsverschijnselen en gevoelsstoornissen.

Slechts één remedie

De behandeling van het logesyndroom stelt heel wat problemen. De klassieke onderzoeken (radiografie, scintigrafie, elektromyogram of Doppler) brengen immers absoluut niets abnormaals aan het licht. De diagnose kan maar op één manier gesteld worden: door in de spier een grote naald in te brengen die verbonden is met een spuit gevuld met fysiologisch serum. Bij het logesyndroom stijgt de druk tot boven de 50 mm Hg, terwijl ze voor de kuit niet hoger mag liggen dan 30 mm. Dit vrij pijnlijke onderzoek is ondertussen zowat routine geworden in de sportgeneeskunde.

En wat nadien? Op het eerste gezicht lijkt het probleem vrij eenvoudig: het komt erop aan die duivelse spier te doen ontzwellen. Men heeft daarvoor alles geprobeerd: ontstekingsremmers, vaatverwijders, ijs, drainagemassages enz. Allemaal vergeefs! Er bestaat maar één doeltreffende behandeling: de spier laten rusten, zodat ze wat massa verliest. Het probleem dreigt echter terug te keren zodra men weer begint te sporten.

Bestaan er doeltreffende preventiemethoden? Niet echt! In het beste geval kan men de risico's lichtjes verlagen door altijd zeer geleidelijk op te bouwen bij het hardlopen en te trainen op heuvelachtig en oneffen terrein. Sommige atleten kiezen ten einde raad voor een operatie, waarbij de aponeurose volledig geopend wordt, om de geknelde spier vrij te maken. Een radicale oplossing voor een aandoening die uiteindelijk het gevolg is van een klein plaatsprobleempje….

Bijgewerkt door Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste op 20/05/2016
Origineel artikel geschreven door op 23/11/2004

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten