• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Commentaren (0)

Het huiskonijn

Het huiskonijnHeel wat mensen zijn vertederd bij de aanblik van dit lieve diertje met z'n lange oren. Om het in gezonde omstandigheden te kweken, moet u het echter goed kennen.

Een leuke miniatuurversie

Er bestaan heel wat konijnrassen. We kunnen ze indelen in vier categorieën: reuzenrassen (4,5 tot 8 kg), middelgrote rassen (2,5 tot 5 kg), lichte rassen (3 kg) en dwergrassen (800 g tot 2 kg). Beide laatste rassen zijn populair als huisdier, maar dé ster onder de huiskonijnen is toch het dwergkonijn. Er bestaan verschillende types en diverse vachtkleuren: het Poolse dwergkonijn (wit met rode of blauwe ogen), het dwergkonijn met gekleurde vacht (eenkleurig, met vlekken, …), het hangoordwergkonijn en het pelsdwergkonijn (angora, rex, satijnkonijn). Als u het goed verzorgt, kan uw konijntje u 7 tot 10 jaar gezelschap houden. Neem geen dwergkonijn dat jonger is dan twee maanden: onder die leeftijd heeft het zijn moeder nodig om zijn eerste stappen te zetten in de wereld!

Hoe moet zijn logement eruitzien?

Een ruime kooi gevuld met houtschilfers en stro, op een rustige, tochtvrije plek: dat is de ideale huisvesting. Aangezien het konijn een sociaal dier is, kunt u het beter doen samenleven met soortgenoten. In een kooi is dat alleen mogelijk met twee wijfjes die elkaar al van jongs af kennen of met wijfjes en gecastreerde mannetjes. Twee mannetjes zouden immers beginnen te vechten, terwijl een koppel algauw zou beginnen te kweken… als konijnen. Zo brengt een wijfjeskonijn na een dracht van één maand twee tot vijf jongen ter wereld die zich op hun beurt vanaf vijf tot acht maanden kunnen voortplanten!

Artikel gepubliceerd door op 18/05/2005

Vindt u het artikel interessant?