Hartaandoeningen: Alles er over weten

Gepubliceerd op 27/03/2003 - 00h00
-A +A

PUB

Aandoeningen van de hartspier

Stoornissen in de structuur of werking van de hartspier maken dat deze niet meer voldoende kracht kan leveren om het benodigde bloed rond te pompen.Meestal ontstaat deze hartaandoening door ziekten van de kransslagaders. Daarnaast komen ook ontstekingen van de hartspier voor. Ten slotte kan de hartspier ook betrokken raken bij andere ziekten, zoals stofwisselingsstoornissen en vergiftigingen. De kransslagaders voorzien de hartspier van zuurstof en voedingsstoffen. Ze ontspringen direct onder de halvemaanvormige klep uit het eerste deel van de lichaamsslagader (aorta) en krijgen dus bloed onder hoge druk; want aan het begin van de aorta heerst een hogere druk dan verderop, wanneer de diameter van de bloedvaten kleiner wordt.De belangrijkste oorzaak van een te geringe bloedvoorziening van het hart is een vernauwing van de kransslagaders door slagaderverkalking of coronairsclerose. Coronair slaat hier op arteria coronaria, medisch vakjargon voor kransslagader. Sclerose duidt op verharding of verkalking. Pas wanneer de vernauwing van de bloedvaten zeer ernstig is geworden (tot ongeveer een derde van de oorspronkelijke diameter), veroorzaakt dit klachten. Het proces is dan al vele jaren aan de gang.De ziekteverschijnselen - samengevat als coronairlijden - ontstaan bij mannen meestal na het dertigste jaar, bij vrouwen na de menopauze. Zij zijn bij mannen in die periode doodsoorzaak nummer een. Na het zestigste jaar komt coronairlijden bij beide geslachten even vaak voor. - Angina pectorisEen ernstige vernauwing van de kransslagaders zal meestal voor het eerst klachten veroorzaken als de zuurstofbehoefte is toegenomen, zoals bij lichamelijke of geestelijke inspanning (stress). Het hart moet dan sneller werken om het zuurstoftekort teniet te doen. Er ontstaat dan angina pectoris, een beklemmende pijn in de borst. De leek spreekt wel van beklemming op de borst. - HartinfarctBij een hartinfarct is de vernauwing van de kransslagaders zo ernstig dat het achter het vat (meestal een vertakking van de hoofdslagader van het hart) gelegen spierweefsel afsterft. Vaak treedt het op bij mensen die eerder al angina pectoris hadden. De verschijnselen van een hartinfarct lijken op die van angina pectoris, maar zijn ernstiger; de pijn duurt langer en verdwijnt niet met een tabletje nitrobaat onder de tong.In tegenstelling tot angina pectoris ontstaat een hartinfarct ook vaker in rust. Op de plaats van het afgestorven deel van de hartspier ontstaat later bindweefsel. Hierdoor kan een blijvende hartzwakte ontstaan.Bijna alle patiënt met een hartinfarct tonen meer of minder ernstige stoornissen in het ritme van het hart. Vaak is de directe doodsoorzaak kamerfibrilleren: de hartkamers fibrilleren in een blijvende trillingstoestand en trekken niet meer normaal samen. Er gaat dan geen of nauwelijks bloed naar de organen en door zuurstoftekort van de hersenen treedt de dood in.

Aangeboren hartgebreken

De bloedsomloop is na de geboorte geheel anders dan ervoor. Het kind gaat zelf ademen, de longen gaan werken. Het hart moet meer bloed naar de longen pompen. Als er een hartgebrek is, kan dat problemen opleveren. Van elke duizend baby's komen er in ons land acht ter wereld met een hartafwijking. Soms is het gebrek zo licht, dat er niets aan gedaan hoeft te worden.Bij twee van de drie hartpatiëntjes is een operatie direct na de geboorte of later wel nodig. Gelukkig heeft de medische techniek de laatste jaren zo'n stormachtige ontwikkeling doorgemaakt dat veel operaties zonder risico zijn.Beschadiging van het zich ontwikkelende hart gedurende de eerste weken van de zwangerschap, zoals door ziekten - bijvoorbeeld rodehond, vergiften of sommige geneesmiddelen - kan leiden tot een aangeboren hartgebrek. Het meest komen open verbindingen voor, zoals een opening in het tussenschot van de boezems (een onschuldige aandoening die bij 20 procent van de mensen wordt gevonden).Aangeboren hartafwijkingen kunnen grofweg in drie groepen worden verdeeld. De scheidingswanden in het hart kunnen gebrekkig of soms in het geheel niet tot stand zijn gekomen. Er kan een verkeerde aansluiting van de grote vaten op de hartkamers zijn ontstaan. Of er bestaan afwijkingen van de inlaat- of uitlaatkleppen van het hart.De meest voorkomende aangeboren hartafwijkingen zijn:- gaatje (defect) in het tussenschot van de hartkamers;- vernauwde klep van de longslagader;- vernauwing van de lichaamsslagader;- foute verbinding tussen de twee grote slagaders, die uit het hart ontspringen (opengebleven ductus Botalli);- verwisseling van de oorsprong van de grote vaten die uit het hart ontspringen.Er kan aanleiding zijn om tijdens de zwangerschap te onderzoeken of het ongeboren kind een hartafwijking heeft. Het hart van een zestien weken oude vrucht kan met geluidsgolven op een beeldscherm (echografie) zichtbaar worden gemaakt.Meer dan 90 procent van de aandoeningen is niet erfelijk, maar is 'spontaan' ontstaan. Soms wordt direct na de geboorte opgemerkt dat er iets mis is. Het kind is blauw of er zijn andere duidelijke aanwijzingen. Soms echter wordt de afwijking later ontdekt: als het kind een zuigeling is, kleuter, op de basisschool zit, wordt gekeurd voor sport, militaire dienst of nog later.Voor verfijnde onderzoekmethoden kan men in veel gevallen de aard van de afwijking nauwkeurig vaststellen, onder andere door via de aders en slagaders een dunne, holle buis (catheter) tot in het hart te brengen en zo druk en zuurstofverzadiging te meten. - Gaatje in het tussenschot van de hartkamersBij een kwart van de aangeboren hartafwijkingen gaat het om een defect in het tussenschot van de hartkamers. Er is dan een gat in de scheidingswand tussen de linker- en rechterhartkamer. Zuurstofrijk bloed, afkomstig uit de longen, stroomt, na de linkerhartboezem en -klep te zijn gepasseerd, vanuit de linkerhartkamer terug naar de rechterhartkamer en de longslagader.De te grote longcirculatie veroorzaakt een verhoogde vatbaarheid van het kind voor infecties van de luchtwegen. Bij een groot gat kan de druk in de linkerhartkamer, die immers hoger is dan die van de rechterhartkamer, zich voortplanten in de rechterhartkamer en longslagader.Een opening in het tussenschot van de hartkamers geeft bovendien ernstige verschijnselen, omdat door de hogere druk in de linkerhartkamer steeds meer bloed in de rechterhartkamer wordt gepompt, waardoor het lichaam te weinig zuurstofrijk bloed krijgt.Bij kleine openingen is vaak geen operatie nodig. Ongeveer 20 procent van deze defecten sluit spontaan, meestal in de eerste twee levensjaren. Grote defecten moeten vaak al op zuigelingenleeftijd worden geopereerd, omdat deze afwijking de normale groei en ontwikkeling van het kind voortdurend in de weg kan staan. - Vernauwde klep van de longslagaderBij tien procent van de aangeboren hartafwijkingen gaat het om een vernauwing van de klep tussen de rechterhartkamer en de longslagader. Omdat het stromen van het bloed wordt belemmerd, moet de rechterhartkamer een hoge druk opbrengen. De druk in de longslagader is laag.Soms is het kind wat snel vermoeid, maar vaak doen zich geen klachten voor. Bij een zeer ernstige vernauwing van de longslagaderklep - die veel minder voorkomt - kunnen bij zuigelingen al problemen optreden. Door een opening tussen de rechter- en linkerhartboezem, die voor de geboorte aanwezig is, maar normaal na de geboorte geheel wordt gesloten, kan zuurstofarm bloed naar de aorta stromen. Dan hebben de kinderen een blauw uiterlijk. - Vernauwing in de lichaamsslagaderSoms bestaat er een plaatselijke vernauwing in de grote lichaamsslagader (aorta). Hierdoor komt de bloedvoorziening van de onderste lichaamshelft in gevaar. Het 'kloppen van het hart' in de lies- en voetslagaders is moeilijk of niet te voelen, terwijl de bloeddruk van de bovenste lichaamshelft overmatig hoog wordt.Klachten er vaak niet, maar soms hebben oudere kinderen met deze afwijking last van hoofdpijn, bloedneuzen, koude voeten en een moe, pijnlijk prikkelend gevoel in de benen bij inspanning, zoals fietsen, hardlopen en trappenlopen.De afwijking maakt zelden een operatie op zuigelingenleeftijd noodzakelijk. Meestal kan worden gewacht tot de leeftijd van 4-10 jaar, die geschikter is voor operatie wegens de geringe kans op restvernauwing door littekenweefsel als gevolg van de operatie. - Verkeerde aanlegBij zeer ernstige aandoeningen, bijvoorbeeld de uitmondingen van de grote slagaders die verkeerd zijn aangelegd, ontstaat reeds snel na de geboorte blauwzucht (cyanose)¡ hetgeen een teken is dat de organen en weefsels van de pasgeborene te weinig zuurstof krijgen. In vele gevallen kan de aandoening chirurgisch worden hersteld.

Gepubliceerd op 27/03/2003 - 00h00
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB