Overzichtspagina Gezondheid > Het menselijk lichaam > Groei en ontwikkeling

Groei en ontwikkeling

Groei en ontwikkeling


1. Inleiding

De lichamelijke ontwikkeling van de zuigeling en het kind wordt gekenmerkt door een aantal fundamentele principes.

  • In dit verband kan allereerst genoemd worden de zogeheten cefalocaudale groeirichting. Het kind ontwikkelt zich in een richting die van het hoofd naar de voeten verloopt.

  • In de tweede plaats is er sprake van een ontwikkeling in proximodistale richting. De centrale delen van het lichaam zijn vroeger rijp dan de meer perifere delen.

  • Een derde ontwikkelingsverloop voltrekt zich voor wat de motoriek betreft van massaal naar specifiek.
  • De eerste reacties van een zuigeling zijn massaal en ongedifferentieerd. Langzamerhand treedt een proces van verfijning op. Bewegingen worden nauwkeuriger en preciezer, overtollige en massale bewegingen verdwijnen.
Alle veranderingen die een individu ondergaat en de karakteristieke kenmerken die een persoon zich verwerft, berusten op twee fundamentele processen: rijping en leren.

Rijping en leren
Onder rijping verstaat men de ontwikkeling van het individu als een functie van de tijd, dat wil zeggen relatief onafhankelijk van omgeving, ervaring en oefening. Rijping refereert onder andere aan morfologische, fysiologische, biochemische en moleculaire veranderingen vanaf de bevruchting tot aan de dood.
Leren kan men in zijn algemeenheid definiëren als een verandering in het gedrag als gevolg van ervaring. Rijping en leren beïnvloeden elkaar en het is moeilijk de specifieke bijdrage van elk te onderscheiden.

Het groeien van een kind is een rijpingsproces, maar hoe staat het met complexe motorische mechanismen als lopen, leren fietsen enzovoort. Als algemeen principe geldt dat rijping essentieel is voor het leerproces. Zo heeft het weinig zin met een kind het lopen te oefenen zolang de hiervoor noodzakelijke delen van het bewegingsapparaat (spieren, gewrichten, zenuwverzorging) nog niet rijp zijn.

Mijlpalen
De ontwikkeling van de mens wordt vaak ingedeeld in mijlpalen, fasen of stadia. Zo’n indeling wordt dan gekenmerkt door het verschijnen of verdwijnen van bepaalde reflexen, reacties of gedragsvormen, door bepaalde gebeurtenissen of door andersoortige situaties. Dergelijke indelingen verschillen van auteur tot auteur.
De wijze waarop iemand een continu verloop in fasen verdeelt, is een kwestie van prioriteiten, van kenmerken die hij voor typisch houdt. De betekenis van dergelijke schema’s en tabellen schuilt in de mogelijkheid om, met inachtneming van een bepaalde biologische variatie, kenmerkende aspecten van vertraging in de ontwikkeling van een gestoord ontwikkelingsproces te diagnosticeren.

Vooral bij de diagnostiek van een achterstand in de motorische ontwikkeling, waarbij bepaalde vormen van bewegingstherapie een essentiële rol kunnen spelen, zijn dergelijke schema’s van groot praktisch nut gebleken. In de eerste levensfase (0 tot 10 maanden) is de biologische variatie in doorgaans kleiner dan in latere fasen. De leeftijd waarop bepaalde complexe gedragsvormen of gebeurtenissen voorkomen kan echter zeer uiteenlopen.
Een kind kan vroeg leren lopen en laat leren praten. Sommige kinderen leren er lange tijd niets bij en lijken dan plotseling alles in hoog tempo in te halen. Sommige kinderen zijn met alles vroeg en andere met alles laat, zonder dat zij later als volwassenen specifieke lichamelijke of psychische verschillen vertonen.

2. Het spreken

De geluidsproductie in de eerste levensmaanden is vooral een motorische functie, die zich vermoedelijk op basis van een rijpingsproces ontwikkelt. Kinderen die jonger dan twee maanden zijn kunnen ongeveer zeven fonemen uiten (fonemen zijn de kleinste klankeenheden die voor spreker en luisteraar iets te betekenen hebben).
Met ongeveer drie maanden produceren baby’s herkenbare lettergrepen zoals dadada. Overigens produceren zuigelingen in deze fase geluiden puur voor hun plezier.

Rond de leeftijd van zes maanden begint het zogenaamde lallen. De zuigeling gebruikt nu ongeveer twaalf fonemen. De zuigeling ‘praat’ nu als het ware wanneer iemand zich met hem bezighoudt. De lettergrepen worden duidelijker en scherper. Het imiteren van“geluiden die anderen maken begint met ongeveer negen maanden. Vanaf dit tijdstip kan het kind ook verband leggen tussen woorden en hun betekenis.
Omstreeks de leeftijd van tien maanden is het kind in staat eenvoudige opdrachten te begrijpen. Met elf tot twaalf maanden spreekt de zuigeling zijn eerste woord, meestal ‘mama’ of ‘papa’.

De passieve taalkennis is dus groter dan de actieve, een fenomeen dat gedurende de rest van ons leven blijft bestaan. Daar de vroege productie van geluiden zich ontwikkelt op basis van het rijpingsproces, verloopt de ontwikkeling in een bepaalde volgorde. Zo verschijnen de geluiden die achter in de mond gevormd worden het eerst (bijvoorbeeld H), waarna de geluiden die met behulp van tanden en lippen gemaakt worden volgen.
Kinderen, geboren in verschillende landen, uiten dezelfde klanken in dezelfde volgorde.

De klanken die in het taalgebied waar het kind opgroeit niet voorkomen verdwijnen echter weer, vermoedelijk omdat ze niet gehoord of geoefend worden.
Hoewel de volgorde van de ontwikkelingsfasen voor alle kinderen vrijwel gelijk is, zijn er vrij grote verschillen in frequentie en variatie van geluiden, alsmede in de duur van de verschillende fasen:

- brabbelfase;
- lalfase;
- éénwoordfase enzovoort.

Gedeeltelijk berusten deze verschillen op verschil in rijping. In tegenstelling echter tot de ontwikkeling van de motoriek speelt hier de omgeving een belangrijke rol.
Kinderen uit tehuizen blijven in frequentie en variatie van geluiden achter bij gezinskinderen; kinderen uit een werknemersmilieu blijven achter bij kinderen uit de middenklasse.
Het is gebleken dat de frequentie van spraakgeluiden kan worden verhoogd door beloning (toelachen enzovoort).

Vermoedelijk berust een deel van de motivatie van een zuigeling om geluiden te produceren, later te imiteren en ten slotte woorden te spreken, op beloning door de omgeving in de zin van aandacht, toelachen, vertroetelen. De spraakontwikkeling kan dus wel degelijk door de omgeving worden vertraagd of gestimuleerd.

1 2 3 4 5 6 7 8 9


Pub


Pub

Verzekeringsruimte

Pub