- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Gewrichten - Afprinten
Gewrichten
Mens en dier
Vergeleken bij de zoogdieren valt bij de mens de grote veelzijdigheid en fijnheid van beweging op van vooral de arm met de hand, maar ook van het been.De veelzijdigheid van de bewegingen is te danken aan het onbreken van sterke specialisatie van de ledematen. Alleen bij enkele dieren die bijvoorbeeld hun voedsel wassen (wasberen) of anderszins 'hanteren' (eekhoornachtigen), en bij dieren die ingewikkede nesten bouwen (bevers) of klimmen (apen), wordt een duim aangetroffen die tegenover de andere vingers staat (opponeerbaar is).Maar zelfs de bijna menselijke 'handen' van de apen zijn te gespecialiseerd voor het hangen aan boomtakken (met onder andere lange, altijd gekromd blijvende vingers) om met de mensenhand te kunnen wedijveren in beweeglijkheid. Het menselijke been is aanzenlijk veelzijdiger dan de poten van de meeste zoogdieren. Alleen de apen winnen het met hun grijpende tenen van de mens. Niettemin is het coördinatievermogen van de mens ook met de benen veel groter dan dat van de apen.Een dier dat door de mens bewonderd wordt om zijn groot coördinatievermogen is het paard, dat in dat opzicht een hoge intelligentie wordt toegekend. De fijnheid van bewegingen dankt de mens niet alleen aan zijn grotere herseninhoud en de fijne zenuwbedrading van de vele skeletspieren, maar ook aan de vele gewrichten die aan arm en been een groot aantal graden van vrijheid van beweging geven.
Botverbinding
In de medische wetenschap noemt men iedere verbinding tussen twee botstukken een gewricht (arthron), maar in het dagelijks spraakgebruik verstaat men er alleen scharnierende gewrichten onder. Er bestaan verschillende typen starre en bijna starre gewrichten zoals de naadverbinding (sutuur) tussen de platte beenderen van de schedel, waar de verbinding dúor sterk bindweefsel wordt gevormd. De wervels zijn onderling verbonden door veerkrachtig kraakbeen, de tussenwervelschijf. Ook de beide schaambeenderen zijn aan de voorkant verbonden door kraakbeen, de symfyse. Hierdoor is enige beweging mogelijk. Een scharnierend gewricht heet synoviaal gewricht en omvat een met vloeistof gevulde ruimte tussen beide botstukken. De langs elkaar bewegende botdelen zijn bedekt met een glad soort kraakbeen (gewrichtskraakbeen) en de vloeistof (synovia of synoviale vloeistof) werkt hier als een smeermiddel. Soms liggen in de gewrichtsholte nog een of meer kraakbeenschijven, zoals in het kniegewricht (meniscus).



