• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Commentaren (0)

Gewichtsverlies bij obesitas geeft hogere levensverwachting

Gewichtsverlies bij obesitas geeft hogere levensverwachting Obesitas werkt versterkend op tal van risicofactoren zoals diabetes, hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte, enz. Omgekeerd verminderen de risico's bij elk gewichtsverlies. Maar leidt dit fenomeen ook tot een reële stijging van de levensverwachting? Een onderzoek bij mensen met obesitas die voor hun overgewicht geopereerd werden, heeft het nu aangetoond.

Gewicht en levensverwachting

Overgewicht is niet goed voor de gezondheid. Het is al langer bekend dat de levensverwachting van mensen met obesitas lager ligt en dat anderzijds bij elk kilo die eraf gaat het risico op diabetes vermindert, de bloeddruk beter onder controle te houden is, het cholesterolgehalte naar omlaag gaat en de levenskwaliteit aanzienlijk verbetert. Wel was nog niet duidelijk dat de verbetering van deze risicofactoren ook effectief leidt tot een stijging van de levensverwachting. Een Europese en een Amerikaanse studie hebben dat nu onafhankelijk van elkaar bewezen. Ze werden uitgevoerd bij mensen die een chirurgische ingreep ondergingen voor 'obesitas.

Operaties voor obesitas

Chirurgische ingrepen voor obesitas gebeuren met diverse technieken die allemaal een verkleining van de maag tot doel hebben, waardoor er sneller een verzadigingsgevoel optreedt. De meest gebruikelijke technieken zijn de maagring (een aanpasbare ring die rond de maag wordt aangebracht), de bypass en gastroplastie met maagband.

Aan de Europese studie namen 4000 Zweden met obesitas deel. De helft ervan had een chirurgische ingreep voor obesitas achter de rug. Vijftien jaar later waren de niet-geopereerde deelnemers gemiddeld 2% van hun gewicht kwijt. In de andere groep bedroeg het maximale gewichtsverlies twee jaar na de ingreep gemiddeld 32% met de bypass, 25% met de gastroplastie en 20% met de maagring.
Tien jaar later was het gewichtsverlies gestabiliseerd op respectievelijk 25%, 16% en 14%. Het sterftepercentage bedraagt bij de mensen die behandeld werden 5%; in de controlegroep is dat 6,3%.
De meest voorkomende oorzaken zijn myocard-infarct (13 gevallen versus 25 in de controlegroep) en kanker (29 gevallen versus 47 in de controlegroep).

Artikel gepubliceerd door op 18/09/2007

Bronnen: Sjöström L. en coll., N. Engl. J. Med., 357: 741-52, 2007 en Adams T.D. en coll., N. Engl. J. Med., 357: 753-61, 2007.

Vindt u het artikel interessant?