beweging,sporten op kracht en uithouding, de bekende "millon circle" van easyfit i s de geschikte partner om af te vallen. zelf 15 kg minder op één jaar tijd (gemiddel één kilo per maand,is de juiste ...
- Favorieten
-
Delen
Naar een vriend sturenNAAR EEN VRIEND STUREN close
Boodschap ter attentie van de internetbezoeker die zijn formulier invult
Gewicht zegt niet alles! - Afprinten
Gewicht zegt niet alles!
Gewicht op zich is dus geen relevant criterium om iemands lichamelijke gezondheid te beoordelen. Een voorbeeld: twee personen wegen elk 120 kg en zijn elk 1,80 m lang. De ene kan zwaarlijvig zijn, de andere een rugbyspeler. Onze vetmassa kan namelijk variëren van 5 tot 50 % van ons lichaamsgewicht. Dat percentage kan heel makkelijk nagegaan worden met een dissectie na het overlijden. Bij nog levende mensen worden uiteraard minder directe methoden gehanteerd, meestal de zogenaamde hydrostatische weging. Die berust op de fameuze wet van Archimedes: een lichaam dat ondergedompeld wordt in een vloeistof, wordt verticaal naar boven gestuwd in verhouding tot het gewicht van de verplaatste vloeistof. De persoon wordt eerst in en dan uit het water gewogen, waarna zijn densiteit wordt berekend met de formule: densiteit = 1 + gewicht in het water/gewicht uit het water. Het resultaat hangt af van de samenstelling van het lichaam. Zo weten we dat vet een veel lagere densiteit (0,901 g/cm³) heeft dan de spieren (1,10 g/cm³). Via omrekeningstabellen kan dan de vetmassa berekend worden. Deze methode houdt echter enkele fouten in. Zo blijkt uit recente studies dat de densiteit van de magere massa varieert naargelang leeftijd, geslacht, fitheid en etnische afkomst. Bij hydrostatische weging rijst nog een bijkomend probleem: de lucht in de longen. Vandaar dat een onderwaterweging moet gebeuren na de lucht uit de longen te hebben geperst in een soort snorkel. Het is trouwens aan te raden het experiment verschillende keren te herhalen tijdens eenzelfde sessie.
Het drijvende lichaam
Een andere techniek, hydrometrie genoemd, levert resultaten op die de reële waarden heel dicht benaderen. Ze gaat meer bepaald het watergehalte van het organisme na. Daarbij worden de waterstofisotopen in de lichaamsvochten (speeksel, urine, plasma) gemeten. Hun concentratie geeft de totale hoeveelheid waterstof in het lichaam weer. Op die manier kan de vetmassa bepaald worden, in die zin dat het vetweefsel niet het minste vocht bevat. Voor een bepaald gewicht geldt: hoe minder vet, hoe meer water en omgekeerd. Ook impedantiemeting is een mogelijkheid. Deze methode houdt rekening met het feit dat elektromagnetische golven kunnen doordringen in het lichaam. In de handel zijn toestellen verkrijgbaar om dit soort test uit te voeren. De geleiding verschilt lichtjes naar gelang de weefsels en maakt het mogelijk om met een aanvaardbare precisie de vetmassa te bepalen.





