Fopspenen: voor of tegen?
Baby's worden geboren met de behoefte om te zuigen. Sommigen zuigen zelfs vóór de geboorte aan hun duim of hun vingers. Het gaat hier om natuurlijk gedrag dat hen in staat stelt om te eten en te groeien. Tegelijk is het een gewoonte die hun troost biedt en hen helpt om te kalmeren. Maar opgelet: zuigen mag nooit eten en de troost en strelingen van de ouders vervangen en evenmin een permanente gewoonte worden.
Wat u moet doen
- Geef nooit een fopspeen aan een rustige baby. Begint hij spontaan te zuigen, laat hem dan begaan. Kiest u voor een fopspeen, geef die dan alleen bij zware huilbuien en bij het slapengaan. Geef uw baby geen fopspeen als hij nog niet zoogt. Hebt u de indruk dat hij er heel vlug na de geboorte behoefte aan heeft, vraag dan advies aan uw pediater. Prematuurtjes, zieke of in het ziekenhuis opgenomen baby's zijn een uitzondering op de regel; zuigen is voor hen een goed troostmiddel. Ga altijd na of uw baby honger heeft, vermoeid is of zich verveelt vóór u hem een fopspeen geeft. U moet die problemen systematisch voordien oplossen. Steriliseer de fopspeen gedurende vijf minuten in kokend water vóór u hem voor de eerste keer aan uw baby geeft. Was de fopspeen vervolgens met zeepwater na elk gebruik, zodat hij altijd zeer proper blijft. Vervang de fopspeen systematisch om de twee maanden, maar ook als er barstjes of gaatjes in zitten (sommige geneesmiddelen kunnen hem beschadigen). Stop de fopspeen niet in suiker of honing, want die zijn slecht voor de tanden. Hang de fopspeen nooit rond de hals van de baby: hij zou erdoor gewurgd kunnen worden. Gebruik een fopspeenhouder waaraan een kort lijn is bevestigd.










