Extreme vermoeidheid

Gepubliceerd door Gilles Goetghebuer, gezondheidsjournalist op 28/02/2006 - 00h00
-A +A

Een atleet bestaat niet alleen uit een hart, longen en spieren. Hij heeft ook hersenen. Als die vermoeid geraken, volgt de rest al snel.

De moderne wetenschap is sterk gekenmerkt door opdelingen in specialismen. Er zijn dan nog niet veel onderzoeken die rekening houden met zowel de fysiologie als de psychologie van de sport. Daar kwam nu wat verandering in dankzij onder meer het werk van Amerikaanse fysiologen zoals Morgan en Pollock. De auteurs slaagden er in om de evolutie van de traininglast en voorbijgaande depressieve tendensen te correleren. Ze stelden vast dat een toename van de inspanning voor een verhoogd psychologisch welzijn zorgt tot op het punt waarboven elke bijkomende inspanning een progressief aanpassingsvermogen zou veroorzaken. Het gaat om een progressief proces, men belandt niet van de ene dag op de andere in een sombere bui. Het gaat om heel subtiele gedragsveranderingen. Voor de ene kan dat gepaard gaan met minder energie, voor de ander met ongecontroleerde humeurschommelingen, slapeloosheid of concentratieproblemen.

Neuronen in panne

De volgende uitdaging die de onderzoekers zich stelden, bestond uit het begrijpen van wat er gebeurt ter hoogte van de cellen. In 1996 leverden Japanse onderzoekers een belangrijke bijdrage aan de kennis van het onderwerp door een studie bij 29 triatleten die nooit deelnamen aan een triatlon zoals die van de Ironman in Hawaï:: 3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en 42,195 km lopen. Die wedstrijd is een uitstekend experimenteel model voor het onderzoek naar uitputting. De deelnemers komen volledig opgebrand over de eindstreep. In het bewuste onderzoek werden drie biologische balansen gemaakt (48 uren voor de wedstrijd, bij de aankomst en de dag erna) en werd de subjectieve vermoeidheid ingeschat aan de hand van een psychologische vragenlijst die peilde naar de evaluatie van het humeur (POMS). Men stelde vast dat atleten die zich het meest vermoeid voelden, ook die atleten waren bij wie de concentratie aan bèta-endorfinen het laagste was na de inspanning en het noradrenalinegehalte in het bloed het laagst. Met andere woorden: de inspanning zorgde bij die sporters voor de uitputting van de productie van neurotransmittoren.

Moe, ik? Nooit!

Wetenschappers ontdekten ook een verrassend fenomeen op het vlak van serotonine, een andere neuromediator die een belangrijke rol speelt bij humeurschommelingen. Ze kwamen er achter dat ook die een productiedaling kennen. Maar de zenuwcellen waren in staat zich aan te passen door het aantal receptoren te verhogen zoadat de daling niet noodzakelijk een weerslag had op het humeur. Verrassend: dit mechanisme is niet bij iedereen even doeltreffend. Bij sommige mensen werkt het zelfs niet en dat maakt hen bijzonder kwetsbaar op mentaal vlak. Besluit: niet iedereen is gelijk als het op inspanningen in de sport aankomt. En ook niet als het om vermoeidheid na de inspanning gaat!

Gepubliceerd door Gilles Goetghebuer, gezondheidsjournalist op 28/02/2006 - 00h00
Bekijk dit artikel
Vous devez être connecté à votre compte E-Santé afin de laisser un commentaire
PUB
Lees ook
Duursporten: wat zijn de risico’s voor het hart? Geüpdatet op 15/11/2016 - 11h14

Kunnen hartlijders zonder gevaar aan sport doen? Kan te veel sporten schade berokkenen aan het hart? Er wordt van alles over verteld en de berichten zijn vaak tegenstrijdig. We vroegen prof. Pierre Croisille om een antwoord. Hij is een expert in beel...

Sneller denken voor meer geluk Geüpdatet op 25/09/2007 - 00h00

Een manie is in de psychiatrie het omgekeerde van een depressie. Iemand die in een manische fase is, voelt zijn gedachten opkomen aan hoge snelheid, hij is geëxalteerd en heeft een vrolijk humeur. Vanuit die vaststelling vroegen wetenschappers zich a...

Meer artikels