• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    0 mening
  • Raadplegingen (873)
  • Commentaren (0)

Enuresis nocturna: de plaswekker is efficiënt

Enuresis nocturna: de plaswekker is efficiënt
Enuresis is onvrijwillig en onbewust, meestal 's nachts, lozen van urine (mictie) bij een kind dat zindelijk zou moeten zijn en geen letsel van de urinewegen vertoont . In vergelijking met de medicamenteuze behandeling blijkt de techniek met de plaswekker - een soort reëducatie - doeltreffender te zijn.

Enuresis is een functionele stoornis van de controle van de urinelozing. Deze aandoening komt frequent voor bij 5 à 10% van de kinderen van 7 jaar en bij ongeveer 1% van de kinderen van 8 jaar. Ze onderscheidt zich van de incontinentie, waarbij het kind noch overdag noch 's nachts zindelijk is. Het onderliggende mechanisme blijft onopgehelderd. Er werd een psychosomatische oorzaak voorgesteld, d.w.z. in relatie met relationele en affectieve moeilijkheden, een klimaat van familiale spanning, een moeder die te veeleisend is met betrekking tot het verwerven van de zindelijkheid. Een hormonaal mechanisme werd eveneens aangehaald, een stoornis van de secretie van het antidiuretisch hormoon 's nachts, wat zou leiden tot een overmatige vulling van de blaas 's nachts.

Welke oplossingen ?

De behandeling van enuresis vereist de actieve deelname van het kind. Voor een goede controle van de urinelozing moet men het kind alle mogelijke anatomische en fysiologische uitleg geven. Men zal het kind betrekken bij de geboekte vooruitgang, eventueel met behulp van een agenda. Luiers zijn niet aangeraden, omdat ze het kind in een regressieve situatie houden. Men moet de schuldgevoelens bij het kind wegwerken, men mag het kind niet vermanen noch straffen en er vooral niet de spot mee drijven. Bij het oudere kind is het soms nuttig het veranwoordelijkheidsgevoel aan te kweken en te vragen 's morgens het bed terug op te maken als het 's nachts in bed heeft gewaterd…

Artikel gepubliceerd door op 26/12/2001

Bronnen: Evans J.H.C., B.M.J., 323 : 1167-1169, 2001.

Vindt u het artikel interessant?
 

Pub