• rating
    • rating
    • rating
    • rating
    • rating
    2 mening
  • Commentaren (0)

Eenzaamheid kan bloeddruk verhogen

Eenzaamheid kan bloeddruk verhogen

Dat eenzaamheid het risico op een depressie verhoogt is bekend. Nieuw onderzoek toont aan dat het isolement ook het risico op verhoogde bloeddruk doet stijgen en dus ook de kansen op het ontstaan van kan doen toenemen.

Verhoogde bloeddruk en de risico's voor hart- en vaatziekten

Verhoogde bloeddruk is een veel voorkomende ziekte. Twee miljoen Belgen hebben er last van. Ongeveer de helft is zich daar niet van bewust en wordt ook niet behandeld. Het onbehandeld laten van een te hoge bloeddruk verhoogt nochtans de risico's op hart- en vaatziekten. Het is dus van cruciaal belang dat deze kwaal wordt opgespoord. Om dat te vergemakkelijken zijn verschillende factoren vastgelegd: de leeftijd (meer dan 45 jaar bij mannen en meer dan 55 jaar bij vrouwen), overgewicht, een zittend leven, een voeding met te veel dierlijke vetten en te weinig groenten en fruit, overmatig gebruik van zout, roken, overmatig gebruik van alcohol, diabetes en familiale voorbestemdheid.

Eenzaamheid verhoogt de bloeddruk

De onderzoekers hadden eerder al aangetoond dat eenzaamheid het risico op een depressie doet stijgen. Met hun nieuwe onderzoek laten ze zien dat eenzaamheid ook de bloeddruk doet stijgen.Het onderzoek werd verricht bij een kleine 300 Amerikanen tussen 50 en 68 jaar. Elke deelnemer werd gescreend op de aanwezigheid van bepaalde psychische symptomen (depressiviteit, eenzaamheid, stress,...) en cardiovasculaire symptomen. De onderzoekers ontdekten zo een belangrijk verband tussen de bloeddruk en eenzaamheid: bij de deelnemers die het hoogst scoorden op eenzaamheid werden ook de hoogste systolische waarden (bovendruk) gemeten. Daarbij komt nog dat de bloeddruk in ieder geval omhooggaat met de leeftijd. Mensen die last hebben van eenzaamheid lopen dus meer kans op hart- en vaatziekten.

Artikel gepubliceerd door op 30/05/2006

Bronnen: Hawkley L.C. en coll., Psycholog. Aging, 21 (1) : 152-64, 2006.

Vindt u het artikel interessant?
 

Meer weten