Dosering van PSA-gehalte in het bloed: toezicht op de prostaat

Dosering van PSA-gehalte in het bloed: toezicht op de prostaat

PSA is de afkorting van prostaatspecifiek (prostaat = voorstaanderklier) antigeen (iedere stof die het organisme aanzet tot de vorming van antistoffen). PSA wordt nagenoeg enkel door bepaalde prostaatcellen geproduceerd. De dosering van het PSA-gehalte is essentieel voor een vroege opsporing van prostaatkanker en voor de opvolging van behandelde patiënten.

Enkele voorzorgsmaatregelen om fouten bij de interpretatie te voorkomen

Het PSA-gehalte dat in het bloed wordt gedoseerd, hangt af van de productie in de prostaat onder invloed van androgenen (mannelijke hormonen), maar ook van de passage van PSA in de bloedsomloop. Het PSA circuleert in het bloed in twee vormen: een vrije vorm en een vorm die aan andere moleculen gebonden is. Op zich zegteen PSA-gehalte nog niets. Deze biologische merken moet worden gecorreleerd met de bevindingen van een goed klinisch onderzoek, met inbegrip van een rectaal toucher (anaal onderzoek).

  • Opeenvolgende doseringen gebeuren het best in hetzelfde laboratorium. De meettechniek kan immers variëren, wat aanleiding kan geven tot een ogenschijnlijke discordantie tussen twee doseringen.
  • Het PSA-gehalte stijgt met de leeftijd, dat is normaal. De bovenste limiet van het normale bedraagt 4 ng/ml. Bij een man jonger dan 50 jaar mag het PSA-gehalte theoretisch niet meer bedragen dan 2,5 ng/ml, maar boven de leeftijd van 70 jaar wordt een concentratie van 6,5 ng/ml nog aanvaard.
  • Bij eenzelfde persoon kan de bloedspiegel naargelang de dosering met 30% variëren.
  • Bepaalde medische handelingen kunnen het PSA-gehalte verhogen. Na een rectaal toucher of endorectale echografie (waarbij de echografiesonde vóór het onderzoek in de endeldarm [rectum] wordt gebracht) wordt aanbevolen een week te wachten vooraleer bloed af te nemen. Na een biopsie of endoscopische prostaatresectie moet men 3 weken wachten.
  • Het wordt aanbevolen 3 dagen vóór de bloedafname geen geslachtsgemeenschap te hebben; zoniet zou het vrije PSA-gehalte kunnen stijgen.
  • Finasteride, een geneesmiddel om prostaatadenoom te behandelen, verlaagt het PSA-gehalte (de gemeten spiegel moet met 2 worden vermenigvuldigd om de reële waarde te kennen).

 

Een verhoogd PSA-gehalte wijst niet noodzakelijk op prostaatkanker:

Bij een acute prostatitis, een infectie van de prostaat, kan het PSA-gehalte vertienvoudigen. Ook goedaardige prostaathyperplasie (vergroot volume van de klier ook nog adenoom genaamd) resulteert vaak in een abnormaal verhoogd PSA-gehalte. In dat geval kan de arts een beter zicht krijgen op het verloop door de verhouding vrij PSA/totaal PSA te meten en door de meting jaarlijks te herhalen. Zeer belangrijk voor de opvolging is een rectaal toucher, zo nodig aangevuld met een endorectale echografie en/of prostaatbiopsie.

Bijgewerkt door Marion Garteiser, gezondheidsjournaliste op 10/10/2014
Origineel artikel geschreven door op 03/06/2002

Bronnen: Dr. Stéphanie Lehmann. Bjork T., et al. The pronostic value of different forms of prostate specific antigen and their ratio in patients with prostate cancer. BJU Int 1999; 84(9): 1021-1027. Zerbib H. La Revue du Généraliste et de la Gérontologie 2002; 82(9): 58-60.

Dit artikel maakt deel uit van het dossier De verschillende prostaatproblemen

Vindt u het artikel interessant?
 
Index ArchiefAlfabetische indexIndex van de receptenIndex van meest gezochte artikels
De diensten